Een studie kies je liefst vroeg

Met workshops, chatsessies, of een dagje proefstuderen helpen hbo’s en universiteiten twijfelende studenten kiezen.

Wie op tijd beslist, verkleint de kans op een verkeerde keus.

„Ik ben Jort en ik weet het nog niet.”

Jort Faber uit Hoorn stelt zich voor aan de andere vijftien deelnemers van een workshop Hulp bij kiezen op de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam. Tijdens de bachelorvoorlichtingsdag begin februari konden aankomende studenten onder begeleiding van studentendecaan Henk Boswijk in een rap tempo studies aanvinken en afstrepen.

De deelnemers aan de workshop komen overal vandaan, maar ze hebben één ding gemeen – ze hebben nog geen keuze gemaakt voor een studie. Sommigen dubben nog, zoals Ella: „Ik twijfel tussen rechten en bouwkunde”. Of Rodney, die „bijna zeker weet” dat hij cultuurwetenschappen gaat doen: „Ik wil hier kijken of dat erin zit.” Anderen hebben nog geen benul. Dat is helemaal niet erg, zegt studiedecaan Boswijk. „Jullie zijn op tijd begonnen, waardoor je de kans verkleint dat je een verkeerde keuze maakt.”

Een late studiekeuze hoeft lang niet altijd slecht af te lopen. Wel is het is belangrijk vroeg te beginnen met de voorbereiding op je studiekeuze. Uit recent onderzoek van het Nijmeegse instituut ResearchNed is gebleken dat studie-uitvallers gemiddeld later hun studie hebben gekozen, gemiddeld minder gemotiveerd zijn en gemiddeld minder overtuigd zijn van hun studie.

Maar kiezen is moeilijk. Niet alleen omdat je wel wat anders aan je hoofd hebt tijdens het examenjaar. Ook is de keuze belachelijk groot. En wat als je de verkeerde keuze maakt? Wie tussentijds switcht, heeft minder tijd om een nieuwe studie af te ronden.

Om de motivatie een studie lang vol te houden, moet een student zich verdiepen in de onderwijsinstelling en de opleiding van zijn/haar keuze. „Kijk daarbij niet alleen naar de inhoud van de opleiding, maar ook naar de manier waarop het onderwijs wordt gegeven”, adviseert Bianca Leest van onderwijsadviesbureau IOWO. „Is het groot- of kleinschalig, hoorcolleges, zijn er projectgroepen? Hoe word je begeleid?”

Maar wat bepaalt wat de béste keuze is? Er zijn veel zaken die meespelen, stelt Leest. Inhoudelijke factoren – blijft de student zijn belangstelling houden voor zijn opleiding en wat hij er later mee kan worden? De capaciteiten van de student; wat kan hij en wat doet hij daarmee? En sociale factoren; voelt de student zich thuis op de universiteit en de opleiding?

Universiteiten en hogescholen spelen daarop in met voorlichting in alle soorten en maten. Je kunt proefstuderen, een dagje college lopen of ‘gewoon’ een open dag bezoeken. Zo organiseert de Christelijke Hogeschool Ede een praktijkgerichte trainingsdag. Meelopen of meedoen is een aanrader; alleen als je ‘voor het echie’ meedoet krijg je een reëel beeld van wat je te wachten staat, zij het dat dat lang niet bij alle studies mogelijk is.

Bijna echt, dat kan bij Erasmus Universiteit Rotterdam, waar potentiële studenten wekelijks kunnen chatten tijdens een Virtual In-House Day van de opleiding International Bachelor Economics and Business Economics. De Noordelijke Hogeschool Leeuwarden biedt een Walk In aan met ervaren studenten als vraagbaak.

Ondertussen gaan de deelnemers aan de workshop Hulp bij kiezen in Amsterdam met hun buurman of buurvrouw aan de slag. Studentendecaan Boswijk: „Jij hebt talenten, de opleiding heeft een aantal kenmerken en dan kijken we of er een match is.” De aanstaande eerstejaars krijgen een stapel kaartjes. In rap tempo moeten ze telkens tussen twee kaartjes kiezen met daarop een talent geschreven. „Ben je beter in a of in b, zo kom je tot een ordening. Uiteindelijk gaat het om je topvijf.”

Jort legt de kaartjes voor aan zijn buurman Dylan, die „iets met sport en bewegen” wil doen. Hij moet elimineren: ‘experimenteren’ of ‘anderen iets leren’, daarna: ‘gesprekken voeren’, visie ontwikkelen’, ‘informatie verwerken’ of ‘schrijven’.

Studiedecaan Boswijk houdt het tempo hoog. Wie zijn topvijf heeft samengesteld, mag dat lijstje vergelijken met zijn topdrie van studierichtingen. „Matcht dat?”, vraagt hij. „Of weet je dat niet? Formuleer nu de vragen die je hebt om te stellen aan de studieadviseur en de mensen van de studie waarover je twijfelt.”

Hij kijkt de tafel rond. „Dylan, heb je een interessante vraag bedacht?” De lange jongen antwoordt: „Ik zou wel willen weten of je ook met mensen werkt bij bewegingwetenschappen.”

Boswijk: „Uitstekende vraag.”

Sanne uit Schagen kijkt naar haar lijstje. Ze zal ook de universiteiten van Utrecht en Leiden bezoeken. Heeft deze manier van knopen doorhakken haar op weg geholpen? „Een beetje. Ik had van tevoren niet nagedacht over de mogelijke baankansen van een studie.”

Dario uit Zutphen is nog niet zover. Hij wil graag de ‘internationale politiek’ in, „maar er zijn weinig studies om daarmee te beginnen.” Zijn stadsgenoot Michiel kijkt niet alleen hier, maar ook in Utrecht en Groningen. „Je kiest toch ook voor de stad.”

Dat klopt. Hoewel er steeds meer informatie beschikbaar is over wat een „goede” studie is, is ‘locatie’ uiteindelijk een van de de belangrijkste redenen voor studenten om voor een studie te kiezen. De andere reden is de uiteraard de studie zelf.

Aan het eind van de workshop zegt Jort Faber, die bij aanvang nog geen idee had, dat hij het „wel handig” vond. „Je hebt één seconde, dat zorgt ervoor dat je ook echt kiest.” De uitkomst is voor hem een verrassing: „Ik blijk een heel gestructureerde studie te willen.” Ella die twijfelde tussen rechten en bouwkunde is tevreden met de workshop, al heeft het in haar geval tot gevolg dat ze op zoek moet naar een andere studie. „Je krijgt een realistisch beeld. De studie die ik voor ogen had is niet echt iets voor mij. Ze had geen van mijn punten.”

Het is voor het eerst dat de VU deze workshop aanbiedt. Voorheen, zegt studiedecaan Boswijk, bood de universiteit een workshop over je droombaan. „Voor veel mensen was dat te vaag, het onderwerp landde niet. Dit is concreter.” Weet je het nóg niet, dan kun je bij diverse gespecialiseerde instituten, waar je door psychologen wordt getest, een persoonlijk studieloopbaanadvies inwinnen.

Maar zover hoeft het niet te komen. Misschien wel de belangrijkste voorwaarde om tot een goede studiekeuze, is om te overleggen met mensen wier mening je serieus neemt. Ouderejaars, schooldecanen – of je ouders.

Overigens zijn de voorlichtingsactiviteiten ook steeds vaker gericht op ouders. Ter aanvulling op de VU-workshop ‘Hulp bij kiezen’ konden ook ouders van aankomende studenten leren kiezen. Oftewel; hoe ondersteun ik mijn kind het best bij het maken van een keuze?

Daar is vraag naar, zegt voorlichter Mirjam Gouweloos van de VU, die na afloop meldt dat liefst 2.700 van de 5.500 bezoekers aan de bachelorvoorlichtingsdag ouders waren. „Er is sprake van een trend”.