Debat over kernwapens herleeft

Als overblijfsel uit de Koude Oorlog liggen in vijf landen in Europa, waaronder Nederland, kernwapens uit de VS. Het debat erover is op kousenvoeten begonnen.

Amerikaanse kernwapens weg uit een aantal Europese landen? Op het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag weet men van niets. In Duitsland worden de berichten daarover uit regeringskringen in Washington voorlopig voor kennisgeving aangenomen. Maar er beweegt wat, dat is duidelijk.

En als de NAVO-ministers van Buitenlandse Zaken eind volgende maand in Estland bijeenkomen is het waarschijnlijk dat vermindering van de in Europa opgeslagen kernwapens een belangrijk agendapunt zal zijn. Vorige week hebben de ministers van Buitenlandse Zaken van de Benelux, Duitsland en Noorwegen secretaris-generaal Rasmussen van de NAVO per brief opgeroepen het punt te agenderen. „Wapenbeheersing, ontwapening en non-proliferatie staan hoger op de internationale agenda dan ze in jaren gestaan hebben”, schrijven ze. Volgens de vijf moet ook binnen de NAVO bediscussieerd worden hoe dit politieke doel kan worden bereikt.

Het is een ingewikkelde discussie, omdat formeel niet eens bekend is of, en waar, Amerikaanse kernwapens in Europa zijn opgeslagen als overblijfsel uit de Koude Oorlog. In Nederland ‘zou’ een klein arsenaal zijn opgeslagen op vliegbasis Volkel. In Duitsland zou het gaan om nog tien tot twintig kernbommen op de luchtmachtbasis Büchel, in de deelstaat Rijnland-Palts. En in België wordt luchtmachtbasis Kleine Brogel vaak genoemd als opslagplaats voor een aantal Amerikaanse tactische kernbommen.

Volgens de berichten van begin deze week in The New York Times zijn de Verenigde Staten verkennende besprekingen begonnen zijn met Nederland, Duitsland, België, Italië en Turkije over een eventuele terugtrekking van Amerikaanse kernwapens. Deze stap zou onderdeel uitmaken van de nucleaire strategie die de Amerikaanse regering binnen enkele weken aan het Congres wil presenteren. Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken ontkent dat zulke gesprekken gaande zijn. Maar van die kant wordt wel gewezen op de brief van de vijf Europese ministers van Buitenlandse Zaken aan de NAVO.

De druk in West-Europa om de nog aanwezige Amerikaanse kernwapens te verwijderen is groot. Voor de Duitse vicekanselier en minister van Buitenlandse Zaken, Guido Westerwelle, is nucleaire ontwapening een speerpunt van zijn beleid. De bewindsman heeft sinds hij eind oktober 2009 aantrad verschillende keren nadrukkelijk laten blijken dat hij zich hiermee gedurende zijn ambtstijd wil onderscheiden. In het coalitieakkoord van de regeringspartijen CDU/CSU en FDP staat letterlijk dat de coalitie zich er in samenspraak met de Amerikaanse bondgenoot voor wil inzetten „dat de in Duitsland verblijvende atoomwapens worden teruggetrokken”.

Eind vorig jaar riepen in Nederland vier Nederlandse ministers van Staat de regering op een actievere rol te spelen bij het terugdringen van de kernwapens. „Blijven wij als Nederland niet te lang zwijgen?”, schreven de ex-ministers Lubbers, Van der Stoel, Van Mierlo en Korthals Altes in een artikel op de opiniepagina van deze krant. Vorige week deden vier oud-ministers uit België een soortgelijke oproep. Net als hun collega’s in Nederland vreesden zij dat als iedereen op iedereen wacht, er niets gebeurt. Ideaal zou zijn als de terugtrekking uit Europa onderdeel uitmaakt van een Amerikaans-Russische overeenkomst. „Maar”, zo schreef de Belgische ‘Bende van Vier’: „Soms moeten we durven het voorbeeld te geven en hopen dat dit inspirerend werkt.”

Eerder noemde de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Maxime Verhagen, dit soort suggesties die volgens hem neerkwamen op eenzijdige ontwapening „contra-produktief’”. Maar ook hij begint licht te bewegen, getuige het toelichtende persbericht bij de brief van de vijf ministers van buitenlandse zaken. Daarin zegt Verhagen: „Eenzijdige stappen maken het eerder moeilijker dan makkelijker om daadwerkelijke verminderingen van kernwapens in de wereld te realiseren. Maar indien een kernwapenvrij Europa bijdraagt aan een serieuze wereldwijde vermindering van kernwapens is dit wel een optie.”

In Duitsland is het coalitiepartner CDU/CSU die de liberale minister Westerwelle in toom probeert te houden. „De minister loopt wel erg hard. Hij houdt er kennelijk geen rekening mee dat zijn uitlatingen in de ons omringende landen, waar ook Amerikaanse atoomwapens liggen opgeslagen, het nodige kunnen losmaken”, aldus een insider in Berlijn. Hij wijst erop dat Westerwelles woorden met name gevoelig kunnen liggen bij de Oost-Europese NAVO-partners, voor wie de Amerikaanse nucleaire veiligheidsgarantie nog altijd zwaar weegt als afschrikking jegens Rusland. „We kunnen ons doel alleen maar door onderhandelingen bereiken, niet door een eenzijdige afkondiging”.