De interesse van de media voor have-nots

Aan universiteiten worden de media nog vaak bestudeerd vanuit het marxistische gezichtspunt van de zogeheten cultural studies. Die leer stelt dat de media altijd de belangen en het gezichtspunt van de heersende klasse reflecteren. Maar voor de Nederlandse televisie, ook voor de publieke omroep, gaat die opvatting allang niet meer op.

Afgezien van alle aandacht voor de boze burger startten deze week twee schijnbare voorbeelden van de nieuwe verhoudingen. De reality show Zij gelooft in mij (NCRV), ook wel ironisch aangeduid als Boef zoekt vrouw, volgt drie ex-gedetineerden bij het vinden van een levenspartner. Een van hen, met 23 maanden onvoorwaardelijk op zak, vindt het belangrijkste in een vrouw dat ze eerlijk is.

Stinkend rijk & dakloos (KRO) is een variatie op de vele programma’s waarin welgestelde hoofdpersonen tijdelijk de onderkant van de samenleving verkennen. Vier jonge miljonairs moeten zich in de koudste week van deze winter staande zien te houden in de straten van Amsterdam, zonder geld of onderdak.

Nu kun je stellen dat ook deze programma’s zijn gemaakt vanuit de visie van de spraakmakende gemeente op have-nots. Ook de aanwezigheid van camera’s slijpt per definitie de scherpste kantjes af van de overlevingsstrijd van maatschappelijke paria’s.

Precies deze problemen vormen het thema van de telefilm Sekjoeritie (EO), een fictieve nepdocumentaire geschreven door Bert Bouma en geregisseerd door Nicole van Kilsdonk.

Een jonge en naïeve, maar ambitieuze redacteur van een televisierubriek (Elise Schaap) wil haar eerste documentaire maken. Ze overtuigt haar chef dat het een goed idee zou zijn om een portret te maken van een ‘onderbuiker’, een door Pim Fortuyn geïnspireerde beveiliger vol vooroordelen over de gekleurde medemens. Maar deze Bob (briljant gespeeld door Loek Peters) blijkt helemaal geen racist, maar een welbespraakte Amsterdammer die praktijkervaring heeft met in een portiek plassende Polen, Antilliaanse en Marokkaanse rotjongetjes en autochtone dierenactivisten, maar toch eerder de mensen indeelt in bonobo’s en bavianen: de een lost zijn problemen op met seks, de ander met geweld.

De chef neemt geen genoegen met het genuanceerde resultaat. Bovendien maakt de debuterende regisseur elke beginnersfout: ze loopt te vaak door het beeld, stuurt de werkelijkheid voortdurend bij en wordt tot overmaat van ramp verliefd op Bob.

Van Kilsdonk maakte er een soms wat gechargeerde romantische komedie van, in de trant van Zusje. De boodschap lijkt te zijn dat de nieuwe mediahegemonie van de onderkant soms schijn is.