Calvinisten en katholieken - een samenzwering?

Wat konden papen, die God verorberden in de gedaante van een ouweltje, anders zijn dan aanbidders van een heidense leer? Dat was de eenvoudige opvatting van de geuzen – zeg maar de voorouders van SGP-Kamerlid Kees van der Staaij, die straks als opvolger van Bas van der Vlies misschien op de bres moet voor de ware gereformeerde politiek in Nederland. Maar wat doet zo’n man? Hij kiest anno 2010 partij voor het roomse establishment dat in ’s-Hertogenbosch wordt uitgedaagd door praktiserende nichten en potten die van bisschop, plebaan, pastoor of kapelaan een eetbare God eisen.

Partij kiezen is te zwak uitgedrukt. Het lid van de Oud-Gereformeerde Gemeenten in Nederland wil dat het kabinet de ordeverstoring van afgelopen zondag aanmerkt als ‘een criminele daad’, en het Openbaar Ministerie oproept om het roze-driehoek-volk tot een gevangenisstraf en een geldboete te laten veroordelen.

Nogmaals: Staaij’s achter-achter-achter-achterovergrootvader kwam op 1 april 1572 als watergeus Den Briel binnen, verkleedde zich als geestelijke met een uit het zojuist door hem in brand gestoken klooster gestolen monnikspij of misgewaad, liet doodsbange nonnen voor hem knielen, en duwde andere voorbijgangers geconsacreerde hosties in de mond, al roepend: „Hier, paap, je broodgod!” Zo zie je een geslacht van trotse calvinisten in een paar honderd jaar degraderen tot een verzameling softe oecumenische kerkgangers, die de identiteit van hun eigen kerk niet meer blind ruiken.

Staaij’s roomse antipode heet Antoine Bodar – geheim agent van het Vaticaan in de Nederlandse bisschoppenprovincie. En homoseksueel. Hij was liever in de kast gebleven („ik was liever normaal geweest”, biechtte hij in 2005 op aan een verslaggever van het orthodox- protestantse Nederlands Dagblad) – maar ja, iedereen kon het zien. Ik ook. In de vroege jaren zestig, toen hij net twintig was, kon Gerard Reve hem wel opvreten. Maar wat wil je? Hij zou het zich later zelf ook herinneren: „Ik was een mooie jongen. Ik werd nagefloten op straat. Ik ben om mijn schoonheid erg gediscrimineerd.”

In 1985 besloot hij alsnog priester te worden – waar kun je je als niet-normale man veiliger voelen dan in een zwarte soutane achter een witte priesterboord? Antoine vertoont zich publiekelijk nooit in burger. In het gewijde uniform is alles glashelder. „Het standpunt van de Rooms-Katholieke Kerk over homoseksualiteit”, liet hij in het Nederlands Dagblad weten, „komt neer op het bekende je mag het wel zijn, maar niet doen. Het huwelijk is er alleen voor man en vrouw, en daar kan ik.me prima in vinden. Teksten uit Leviticus of Romeinen heb ik daar niet bij nodig. Genesis is voldoende.”

Hij stond ook pal achter de Reusselse pastoor Buyens die het ouweltje weigerde aan Prins Carnaval, door wie een rel werd uitgelokt. „Een provocatie om de Kerk te beschadigen”, reageerde de agent van Rome tegenover Kruispunt of een ander verzuild rooms en dus door Henk Hagoort beschermd publiek programma – en daar had hij natuurlijk gelijk aan. Die snotjongen gaat z’n hele leven waarschijnlijk nooit meer ter communie. Maar alaaf zeggen, je mond opendoen voor de broodgod in de wetenschap dat je er geen recht op hebt, want je doet ’t, – hoe snel krijg je als homo een dorp op stelten?

En dan is er nu al bijna geen tijd meer voor een verhandeling over het seksueel misbruik dat onuitroeibaar blijkt onder de collegaatjes van Antoine, en misschien iets minder in kringen van Kees. Ik moest later nog wel denken aan de gereformeerde oom en tante van de filmer Louis van Gasteren die me eens vertelde dat oom ’s avonds, al half ontkleed, aan tante vroeg: „Wilt ge nog gebruik maken Christien, of gaan we in den Heer?”

Christendom en marxisme lukte al niet, christendom en seks dus nog minder.

Jan blokker