Bij herrie drukken op 't rode knoppie

Veel Rotterdammers klagen over geluidsoverlast. De herriemeter biedt uitkomst.

„Een laatste redmiddel” bij een beetje (35 decibel) tot veel geluidshinder (45 decibel).

‘Zondag 2 november 2008, 15:36 uur: stevig gekrijs, gejank, gegil, gestamp, gedreun en gebonk te horen.’

Al ruim tweeënhalf jaar noteert de alleenstaande veertiger uit Rotterdam-Noord minutieus alle vormen van overlast, afkomstig uit de huurwoning schuin boven hem. Met een begin- en een eindtijd. Eerst op een kladblok, later op zijn computer. Uit hetzelfde Excel-bestand: ‘Maandag 23 februari 2009, 09.00-00.00: [..] Buurman H. is wederom het huis ontvlucht. Hij verneemt dat de familieactiviteiten met bezoek nog een paar dagen aanhouden.’

Sinds twee weken biedt Rotterdam mogelijke slachtoffers van lawaai de gelegenheid om een ‘herriemeter’ in hun woning te plaatsen.

Nauwgezet wordt het logboek bijgehouden. Prima, zegt directeur Rein Muchall van Geluidconsult. Blijft over de technische uitleg: hoe de herriemeter te bedienen? Maar ook dat blijkt kinderspel. „Als u overlast ervaart, drukt u onmiddellijk op dit rode knoppie.” Een ‘terugspringende recorder’ neemt het geluid dan alsnog op. „Hij schiet vier seconden terug in de tijd”, legt Muchall uit. Zijn gastheer knikt. „Mooi apparaat.” Hij zal zijn buurman meteen bijpraten, zodra die terug is van zijn werk. De meter krijgt een plaats in diens slaapkamer. „Want daar is de overlast het grootst.”

Rotterdam heeft de strijd aangebonden met de ‘burenterreur’. Bijna 49.000 Rotterdammers zeggen regelmatig ‘ernstige overlast’ van hun buren te ondervinden, stelde de gemeente vorig jaar vast. Vooral geluidshinder scoort hoog. De herriemeter biedt „een objectieve geluidsmeting, zodat we juridisch sterker staan bij een eventueel uithuisplaatsingsverzoek”, zei wethouder Hamit Karakus (wonen, PvdA) bij de opening van het ‘steunpunt woonoverlast’. Muchall is als geluidsspecialist aangesteld door het steunpunt. Hij demonteert en installeert vandaag de laptop die is verbonden met een geluidsversterker en een microfoon in het plafond. Hij beschouwt het geheel als „een laatste redmiddel voor wanhopige mensen”.

Ongeveer één op de tien Nederlanders zucht volgens Muchall onder woonoverlast. In oude stadswijken ligt dat percentage hoger. „Dunne wandjes, slechte isolatie, dan weet je het wel.” Maar Oost-Duitse afluisterpraktijken? Muchall bestrijdt die suggestie met klem. „Het gaat om de overlast, vandaar die rode knop. Wat mensen verder uitspoken in hun woning, interesseert ons niets. Zolang ze het woongenot van hun buren maar niet verpesten.”

Ook in de volkswijk Spangen in Rotterdam-West lopen de irritaties hoog op. Maar ook hier wil het slachtoffer, een jonge vader met vrouw en kind, niet met zijn naam in de krant. Niet dat hij bang is overigens. Zijn bovenburen heeft hij de afgelopen drie jaar al meerdere keren gewaarschuwd. Eén keer kwam het bijna tot een handgemeen. „Het scheelde centimeters.” Maar zijn kwelgeesten – „een stelletje feestbeesten waar iedereen in- en uitloopt” – mogen niet weten dat zij zijn afgeluisterd.

Aan Muchall ligt het niet. Zodra hij een woning betreedt, verbergt hij de opnameapparatuur in een boodschappentas. „Een koffer kan argwaan wekken.” Toch lijken de bovenburen in dit geval gealarmeerd te zijn geweest. Hoe is het anders te verklaren dat de overlast beperkt is gebleven tot, aldus het logboek, wat „gestamp in de woonkamer” en „schoppen tegen de deur”?

De jonge vader zegt het niet te weten. Hij zucht. „Maar ik verzin dit niet!” Hij oogt vermoeid; hij heeft wallen onder zijn ogen. Als hij dit had geweten, had hij deze woning nooit gekocht. Nog liever vandaag dan morgen zou hij een andere woning betrekken. „Maar wie koopt dit huis?” Mochten de bovenburen vanavond weer toeslaan, dan rest hem niets anders dan opnieuw de politie te bellen. Ook al heeft dat weinig zin, zegt hij. „Als ze al komen, is het stil zodra ze binnen zijn.”

In Rotterdam-Noord daarentegen hopen de alleenstaande veertiger en zijn buurman met de herriemeter een wapen in handen te hebben om het overlastgevende gezin (vader, moeder en vier kinderen) te dwingen om te gaan verhuizen. „De omvang en de levensstijl van dit gezin passen niet bij deze jaren dertig woning.” Zijn buurman zit niet voor niets aan de medicijnen. „Hij krijgt onvoldoende rust.” Geld om te verhuizen heeft hij niet.

Muchall rekent ondertussen voor wat de wettelijk vastgestelde geluidsnormen zijn in Nederland. ’s Nachts bedraagt de bovengrens 25 decibel, overdag is dat 35 decibel. Hij hanteert drie klassen: 1. een beetje geluidshinder (35-40 decibel), 2. veel geluidshinder (40-45 decibel) en 3. ontoelaatbaar veel geluidshinder (plus 45 decibel). In Rotterdam-Noord blijkt eind deze week of sprake is van „een overlast één, twee of drie”.