Zowel Zalm als de AFM beschadigd

Gerrit Zalm kan aanblijven als topman van ABN Amro. De onenigheid tussen de toezichthouders hierover ligt op straat.

Het product van banken is vertrouwen, maar de publieke tweespalt tussen de financiële toezichthouders over de capaciteiten van ABN Amro-topman Gerrit Zalm zaait onzekerheid en tweedracht.

De ene toezichthouder, de Autoriteit Financiële Markten (AFM), vindt Zalm niet acceptabel als topman van ABN Amro op basis van diens tekortschietend optreden als financieel directeur van DSB Bank. De ander, De Nederlandsche Bank (DNB), die bij benoemingen van bankbestuurders het laatste woord heeft, geeft Zalm nu echter het vertrouwen, al was dat, zegt een insider, op het randje.

De politiek-maatschappelijke legitimering van de toetsing van Zalm moest komen van jurist Michiel Scheltema, tevens de voorzitter van de onafhankelijke commissie die de opkomst en ondergang van DSB onderzoekt. Die legitimering is onmisbaar, omdat toezichthouders na de kredietcrisis wel eens de schijn tegen konden hebben: houden zij betrokken managers te lang de hand boven het hoofd omdat zij anders moeten erkennen dat zij ernstige beoordelingsfouten hebben gemaakt?

De uitkomst is het slechtst denkbare scenario: zowel Zalm als de AFM is nu beschadigd. Dat is niet zozeer Scheltema aan te rekenen, alswel de politiek verantwoordelijke: demissionair minister Jan Kees de Jager van Financiën (CDA). Hij had het oordeel van Scheltema voor kennisgeving kunnen aannemen en Zalm alsnog kunnen vragen op te stappen: één toezichthouder zonder vertrouwen is meer dan genoeg. Of hij had DNB en AFM samen kunnen opsluiten met de opdracht: pas naar buiten komen als u het eens bent. Hij koos daar niet voor.

De zaak wekt beroering in de Tweede Kamer. Toezichthouders die samen verantwoordelijk zijn voor de controle over meer dan 1.000 miljard euro consumentengeld, zouden in staat moeten zijn hun tegenstrijdigheden achter gesloten deuren op te lossen, aldus Kamerleden. In plaats daarvan ligt de zaak nu op straat.

Bestuurders en commissarissen van banken, verzekeraars en pensioenfondsen worden voorafgaand aan hun benoeming beoordeeld op hun deskundigheid en integriteit, juist omdat zij met andermans geld en andermans vertrouwen werken. Dat zijn strikt vertrouwelijk procedures, waarbij toezichthouders toegang hebben tot zoveel mogelijk relevante gegevens, inclusief fiscale en eventueel strafrechtelijke antecedenten.

Maar dit is een ongewone toetsing. De financiële en maatschappelijke schade van het faillissement van DSB Bank in oktober 2009 was dusdanig dat de politieke vraag moest worden beantwoord of betrokkenen die hun carrière elders in de financiële wereld hadden voortgezet nog te handhaven zijn.

Vervolg Zalm: pagina 13

AFM stelt zich agressiever op dan DNB

De vraag of de klanten en de aandeelhouders van ABN Amro, en de samenleving als geheel gerust kunnen zijn met het aanblijven van Zalm wordt nu overstegen door de vraag of de samenleving gerust kan zijn met twee toezichthouders die kennelijk totaal andere opvattingen hebben over wat een deskundige bankdirecteur is.

Zalm is de eerste die in de toetsingsprocedure aan bod kwam. Ed Nijpels, ex-DSB-commissaris, trok zich tien dagen geleden terug als voorzitter van pensioenfonds ABP omdat hij zo veel last had van vragen over zijn verleden dat hij niet meer adequaat kon functioneren.

De afwijkende opstelling van DNB en AFM is op zichzelf wel te verklaren, stelt Scheltema. De centrale bank houdt toezicht in het belang van de stabiliteit van het financiële systeem en werkt zodoende meer in stilte. Het bekend worden van ernstige problemen (Icesave, DSB) kan direct een negatief effect hebben op de positie van de bank. Voor je het weet halen spaarder hun rekening leeg en valt de bank om, zoals DSB overkwam.

AFM daarentegen toetst het gedrag en daarbij kan dreiging tot openbaarmaking de naleving van de regels juist bevorderen. Dat is goed voor de consument, die door de AFM beschermd wordt. Openheid is een consumentenbelang, maar als diezelfde consument vervolgens de bank bestormt, zit DNB met een noodsituatie.

Scheltema noteert ook expliciet een stijlverschil. AFM is wat agressiever dan DNB. AFM is de Pietje Bell onder de toezichthouders, DNB is de wijkagent die op basis van zijn vanzelfsprekende gezag de orde handhaaft. Dat hoeft niet op voorhand een diskwalificatie te betekenen van de AFM, al oordeelt Scheltema ongemeen kritisch over de manier waarop de AFM de toetsing heeft uitgevoerd, zowel naar de vorm als naar de inhoud.

Wat betreft de vorm hekelt hij bijvoorbeeld het feit dat Zalm zijn reactie op het afwijzend oordeel niet rechtstreeks bij de AFM kon indienen. Wat betreft de inhoud van het oordeel concentreert de AFM zich op Zalms functioneren bij DSB. Maar DNB neemt ook zijn leidinggevende rol als minister van Financiën in ogenschouw, alsmede zijn eerste jaar bij ABN Amro. Scheltema vindt die brede opstelling duidelijk beter.

De ernst van het meningsverschil zit in de vorm die AFM kiest. De Autoriteit geeft een zogenoemde aanbeveling tot heenzending aan Zalm. Dat is uniek tot nu toe, zegt Scheltema. Deze aanbeveling is conform de regels naar De Nederlandsche bank gestuurd. Het staat DNB vervolgens vrij een andere conclusie te trekken, ieder heeft nadrukkelijk zijn eigen verantwoordelijkheden. Zo is het afgesproken in het ook internationaal geroemde Twin Peaks model van toezicht dat Nederland (en bijvoorbeeld ook Australië) hanteert. In dit geval is de ene peak (AFM) adviserend, en de andere peak (DNB), beslissend.

Maar wat blijft van dit model in de praktijk over? De AFM profileert zich als scherpste van de twee toezichthouders en oogst nu onbegrip in de politiek. DNB overkwam eerder hetzelfde in de verhoren bij de parlementaire commissie kredietcrisis.

Wat rest is twijfel in plaats van vertrouwen.