'Wij durven wél te kiezen'

Sportstad Rotterdam staat voor cruciale beslissingen. Een tweegesprek met wet-houder Peter Lamers en directeur Hans den Ouden-dammer van Rotterdam Topsport.

Hans den Oudendammer (links) en Peter Lamers bij het tennistoernooi in Ahoy. Foto Bas Czerwinski 10-02-2010, Rotterdam. Hans den Oudendammer, links en wethouder Peter Lamers, rechts. Foto Bas czerwinski

Op de valreep verstuurde hij vrijdag, vijf dagen voor de gemeenteraadsverkiezingen, een opbeurend persbericht: het aantal sportende Rotterdammers neemt toe. Een minimale stijging, en de stad zit nog altijd ver onder het landelijk gemiddelde (60 procent). Maar wethouder Peter Lamers (sport en onderwijs, CDA) is tevreden. Weer een stap dichterbij de vorige maand vastgestelde doelstelling, die aansluit op het streven on Nederland in 2016 op ‘olympisch niveau’ te brengen: over zes jaar moeten zeven op de tien Rotterdammers minimaal één uur per week aan sport doen.

Rotterdam mag zich graag afficheren als dé sportstad, gelet op het grote aantal (top)sportevenementen. Maar Rotterdammers komen minder vaak uit hun luie stoel dan burgers elders in Nederland. Lamers beklaagde zich al eerder over „die opmerkelijke paradox”. Het stadsbestuur hoopt vooral dat de start van de Tour de France, begin juli, inwoners in beweging zal brengen. Maar Rotterdam kijkt verder: het nieuwe Feyenoordstadion ‘op’ Zuid, het WK voetbal (2018) en de Olympische Spelen (2028). „Wij doen echt niet onder voor Amsterdam”, zegt directeur Hans den Oudendammer van Rotterdam Topsport.

Sport blijkt in de verkiezingscampagne een opvallend onomstreden thema. Hoe verklaart u dat?

Den Oudendammer: „Sterker nog, ik constateer grote eensgezindheid. Bij het sportdebat schaarden alle partijen zich onlangs achter de sport. Dat is een doorbraak. De grootste partij, de PvdA, profileert zichzelf inmiddels als dé sportpartij. De praktijk heeft de laatste jaren uitgewezen dat investeren in sport relatief goedkoop is. Meer bewegen betekent immers minder kosten voor gezondheidszorg. Je houdt jongeren bovendien sneller en makkelijker op het rechte pad door ze aan sport te binden. En daarmee bespaar je als stad fors op je veiligheidskosten.”

Lamers: „Zoals een bekende oud-Feyenoorder [Johan Cruijff, red] eens heeft gezegd: elk nadeel heeft zijn voordeel. Ook Rotterdam moet de komende jaren fors bezuinigen. We komen ditmaal niet weg met de kaasschaaf, we zullen heldere keuzes moeten maken. Met sport snijdt het mes aan twee kanten. Aan veiligheid kan in deze stad niet gemorreld worden. Jongeren zijn de andere topprioriteit. Willen we die een toekomst geven, dan moeten we investeren in onderwijs en sport. Als wethouder die ook onderwijs in zijn portefeuille heeft, weet ik dat sport ook de leerprestaties bevordert.”

Gratis sport dus voor alle ruim 50.000 basisschoolleerlingen, zoals de PvdA nu bepleit?

Den Oudendammer: „Deze stad heeft last van bewegingsarmoede. Mede omdat veel ouders niet in staat zijn om contributie te betalen. Het idee van de schoolsportvereniging [waarbij clubs scholen adopteren en trainingen verzorgen] wordt momenteel massaal gekopieerd door andere steden. Daar geloof ik meer in dan gratis sport. Gratis heeft iets vrijblijvends. Als jij gratis kaarten voor een theatervoorstelling krijgt, denk je ook: zal wel niets zijn. Of je gaat niet.”

Hoe verstandig is het om in schaarse tijden tientallen miljoenen opzij te zetten voor een nieuw stadion?

Lamers: „Het vorige stadion is ook gebouwd in economisch moeilijke tijden, de jaren dertig van de vorige eeuw. Maar het kan niet zo zijn dat Rotterdam alleen betaalt. Wij verwachten een substantiële bijdrage van het rijk. En dan heb ik het niet alleen over de metrolijn, maar ook over het stadion zelf. Dit land heeft een olympische ambitie en heeft zich bovendien achter het bid voor het WK voetbal geschaard. De raad heeft onlangs ingestemd met de planologische hoofdlijnen, dus aan Rotterdam ligt het niet.”

Maar de metroverbinding is pas op z’n vroegst in 2019 gereed.

Den Oudendammer: „Met een deadline blijkt ook in Nederland heel veel te kunnen. De voorzitter van de wereldvoetbalfederatie Sepp Blatter heeft onlangs gezegd dat Europa in 2018 aan de beurt is. Bovendien is het taboe op twee organiserende landen wat hem betreft van de baan. Onze kansen zijn dus groter. De andere beoogde speelsteden erkennen de bijzondere positie die Rotterdam inneemt. We zijn de enige die zijn nek uitsteekt met een nieuw stadion. Amsterdam houdt de kaarten vooralsnog tegen de borst: uitbreiding van de Arena of het opknappen van het Olympisch Stadion.”

Is het economisch gezien onvermijdelijk dat de twee grootste voetbalclubs van Rotterdam, Feyenoord en Sparta, in één stadion gaan spelen?

Lamers: „In deze lastige tijd is het ondenkbaar dat we twee nieuwe stadions in één stad gaan bouwen. Feyenoord wil van de gemeente een marktconforme lening van 200 miljoen euro. Daar beslist de nieuwe raad komend najaar over. De club denkt aan een uitschuifbaar veld, terwijl ik denk: waarom niet een opliftbaar veld, zodat de tweede ring de eerste wordt, en je voorkomt dat je in een relatief leeg stadion speelt?”

Den Oudendammer: „Feyenoord en Sparta onder één dak, dat maak ik niet meer mee. Sparta trekt te weinig publiek voor een stadion met een capaciteit van 80.000 toeschouwers. Twee clubs in één stadion maakt de exploitatie er ook niet beter op. Geld verdien je vooral met andere activiteiten, zoals popconcerten.”

Wat vindt u van de oproep van PvdA-lijsttrekker en -wethouder Schrijer om de Olympische Spelen aan Amsterdam te gunnen?

Lamers: „Collega Schrijer zit midden in een verkiezingscampagne. Hij verkondigt niet het collegestandpunt. Gezamenlijk optrekken was de afspraak. Bovendien is het Stadionpark méér dan voetbal. Het gaat om een grootscheepse herinrichting, bedoeld om Zuid sociaal-maatschappelijk vooruit te helpen. Door daar alleen maar het etiket ‘voetbal’ op te plakken, verzwak je ook je financiële onderhandelingspositie met het rijk.”

Den Oudendammer: „Zijn uitspraak was zeer voorbarig. De komende maanden wordt de olympische hoofdstructuur van Nederland in kaart gebracht. Wat hebben we, waar zou welk onderdeel het beste tot zijn recht komen en welke ruimtelijke ontwikkelingsplannen staan er links en rechts op het programma? Eind dit jaar, begin volgend jaar wordt een keuze gemaakt. Het zou best zo kunnen zijn dat het logischer is om onze regio aan te wijzen als het zwaartepunt. Omdat op voorhand weg te geven, omdat Amsterdam wereldwijd een grotere naamsbekendheid geniet, vind ik onverstandig. Het is geen onderwerp voor koehandel. Logistieke en ruimtelijke argumenten moeten de doorslag geven. En misschien heeft Rotterdam de olympische ambitie wel harder nodig dan Amsterdam, gelet op de hardnekkige problemen waarmee deze stad worstelt.”

Zolang de landelijke politiek niet de expliciete keuze voor topsport maakt, heeft Nederland weinig kans op de Spelen, zei erelid Hein Verbruggen van het Internationaal Olympisch Comité vorige week in deze krant. Deelt u die mening?

Lamers: „Ik begrijp wat hij bedoelt. Rotterdam durft die keuze in elk geval wel te maken. Wij steken 18 miljoen euro per jaar in zowel de top- als de breedtesport. De raad heeft mij gevraagd dat bedrag op te plussen, omdat het belang van sport raadsbreed wordt onderkend. Binnenkort kom ik met een voorstel. Nederland praat veel over sport, maar geeft daar relatief weinig geld aan uit. Rotterdam belijdt de ambities niet alleen met de mond, wij investeren ook. Alleen al voor de start van de Tour hebben wij zo’n 12 miljoen euro vrijgemaakt, los van de bestaande budgetten.”

Rotterdam maakt de keuzes die Amsterdam niet maakt of niet durft te maken. Is dat wat u bedoelt?

Lamers: „Tegenover de terughoudende reacties vanuit het lokale bedrijfsleven staat een stadsbestuur dat overal laat weten dat het allemaal in Amsterdam moet gaan gebeuren. Men kiest voor het korte politieke gewin. Terwijl de kracht juist zou moeten zijn dat we als steden gezamenlijk optrekken. In plaats daarvan creëert Amsterdam de eigen tegenstand. Het hogere doel is toch dat we in dit land meer mensen aan het bewegen krijgen, uit het oogpunt van volksgezondheid.”