Onder Britse Conservatieven groeit de nervositeit

Na dertien jaar oppositie leken de Britse Conservatieven af te stevenen op winst bij aanstaande verkiezingen. Maar hun campagnestrategie hapert.

Veel Britse Conservatieven waanden zich tot voor kort na dertien jaar in de oppositie al zeker van de zege bij de verkiezingen voor het Lagerhuis van komend voorjaar. Maar de laatste weken is hun voorsprong, vorig jaar volgens één peiling zelfs 26 procentpunten, in de peilingen drastisch geslonken.

Tot hun niet geringe schrik publiceerde The Sunday Times afgelopen weekeinde een peiling, waaruit bleek dat ze de Labour Partij van premier Gordon Brown nog maar 2 procentpunten voor zouden blijven op 6 mei, de meest waarschijnlijke verkiezingsdatum. Door de voor de Tories ongunstige verdeling van hun stemmen, zou Labour zelfs meer zetels winnen dan zij. Geen van de partijen zou een meerderheid behalen en een coalitie of een minderheidsregering zou dan nodig zijn.

Gisteren volgde een nieuwe golf van negatieve publiciteit voor de Conservatieven. Na jaren van onzekerheid erkende Lord Ashcroft, een omstreden miljardair die miljoenen ponden aan de partij heeft gegeven, dat hij over het grootste deel van zijn inkomen geen belasting betaalt in Groot-Brittannië.

De vragen over de fiscale status van Ashcroft, die grote zakelijke belangen in het Centraal-Amerikaanse land Belize heeft, gaan al tien jaar terug. Weliswaar krijgen ook Labour en de Liberaal-Democraten veel geld van aanhangers met een zelfde non-dom status als Ashcroft, maar geen van hen speelt zo’n prominente rol als hij.

Lord Ashcroft steekt veel geld in campagnes in kiesdistricten, waar het er om spant en dus veel valt te winnen voor de Tories. Hij vergezelt bovendien buitenlandwoordvoerder William Hague regelmatig in het buitenland, soms ook naar landen waar hij zelf zakelijke belangen heeft. Bij gelegenheid stelt hij zijn privévliegtuig ter beschikking voor zulke trips.

Minister van Binnenlandse Zaken Alan Johnson beschuldigde Ashcroft van „niet vaderlandslievend” gedrag door niet het volle pond aan de fiscus te betalen, al is hij Brits ingezetene. Dagblad The Guardian sprak in een commentaar van „representation without taxation”, een toespeling op een leus uit de Amerikaanse onafhankelijkheidsstrijd. Ook The Times was kritisch: „Lord Ashcroft heeft veel gedaan voor de macht van de Conservatieve Partij, maar absoluut niets voor haar reputatie”.

De rel maakt het nog moeilijker voor partijleider David Cameron om de Britten ervan te overtuigen dat hij en zijn team gereed zijn om binnenkort het roer over te nemen van Labour. Daarover was de laatste weken toch al enige twijfel gerezen. Nu eens hamerde de partij op forse bezuinigingen om het begrotingstekort van ruim 12 procent terug te brengen, dan weer nam ze op dat punt gas terug. Ook werd de partij op de vingers getikt, omdat ze te hoge misdaadcijfers zou hebben gehanteerd om de kiezers angst aan te jagen.

Op het voorjaarscongres van zijn partij, afgelopen weekeinde, probeerde Cameron het tij te keren met een rede, die hij volledig uit het hoofd deed zonder zelfs maar een spiekbriefje bij de hand te hebben. Zo’n huzarenstukje leverde hij al eens in 2007, toen Brown op het punt stond nieuwe verkiezingen uit te schrijven. De weerklank op Camerons toespraak was toen zo sterk, dat Brown de stembusplannen liet varen.

Ditmaal ontlokte Camerons rede nauwelijks reacties. Critici betogen dat de standpunten van de partij niet duidelijk genoeg zijn. „Het is vreselijk”, klaagde een lid van het schaduwkabinet onlangs op anonieme basis tegenover The Financial Times. „We zouden volop moeten strijden voor de punten die voor ons van belang zijn, maar niemand weet wat we vinden.”

De politicoloog John Curtice, hoogleraar aan de Strathclyde University in Glasgow, zoekt de reden voor de verminderde aantrekkingskracht van de Tories eerder bij de regering. Het feit dat de Britse economie – als laatste groot Europees land – uit recessie is geraakt, levert Brown krediet op. Daarnaast heeft een recent tv-interview, waarin de anders zo gereserveerde premier een tipje oplichtte van zijn privéleven, zijn aanzien volgens Curtice goed gedaan. Vooral de wijze waarop hij inging op de dood van zijn pas geboren dochtertje maakte indruk.

Curtice: „De Conservatieven hebben de laatste jaren competent oppositie gevoerd, maar hun probleem is dat ze altijd afhankelijk zijn gebleven van de impopulariteit van de regering.”