Kraspatronen op eierschalen

Met 270 ingekraste fragmenten van struisvogeleieren van 60.000 jaar oud is nieuw bewijs gevonden voor vroege vormen van symbolisch denken.

60.000 jaar geleden versierden mensen van de prehistorische Howiesonspoort-cultuur in Zuid-Afrika eierschalen van struisvogels met eenvoudige patronen. De gewoonte bleef een paar duizend jaar bestaan en verdween toen weer.

Dat blijkt uit de vondst van resten van die schalen in een grot, de Diepkloof Rock Shelter in de Westkaap. Het zijn 270 stukjes, hooguit 2 bij 3 centimeter groot. Een aantal fragmenten kon tot grotere stukjes aaneengepast worden, maar de meeste niet. De verkleuringen van de schalen zijn ontstaan door latere blootstelling aan vuur, toen ze al gebroken waren, zo schrijven archeologen deze week in de Proceedings of the National Academy of Sciences (Early Edition Online).

Belangrijk is dat de patronen lijken op eerdere patronen die in Zuid-Afrika gevonden zijn, uit de periode van 100.000 tot 70.000 jaar geleden. Die lijnpatronen, ingekrast op stukken oker en botten, gelden als de oudste symbolische uitingen van de mens. De vondst van vergelijkbare versieringen op weer een heel ander andere materiaal (eierschalen) is daarom een belangrijke versterking van de opvatting dat de moderne mens (Homo sapiens) al vóór de prachtige beeldjes en rotstekeningen uit het late paleolithicum (vanaf ca. 40.000 jaar geleden) in staat was tot abstracte communicatie.

Dat oudere vermogen tot ‘modern gedrag’ is nog altijd omstreden, door het geringe aantal onmiskenbare bewijzen. Een van de betrokken onderzoekers, de bekende antropoloog Richard Klein, meldt desgevraagd dan ook dat deze eierfragmenten wat hem betreft zelfs de enige duidelijke aanwijzingen voor modern gedrag in die vroege tijd zijn. Maar „als deze cognitieve vaardigheden inderdaad zo belangrijk waren, is het ook raadselachtig dat er niet veel meer van dit soort voorwerpen zijn gevonden in deze periode”. Het verschil met latere tijd blijft enorm, aldus Klein.

Waarvoor 60.000 jaar geleden mensen struisvogeleieren gebruikten, is geen raadsel. Nog niet zo lang geleden gebruikten ook Bosjesmannen nog altijd struisvogeleieren als flessen, via een gaatje aan de bovenkant. Er kan ongeveer een liter water in. Interessant genoeg brachten ook de bosjesmannen markeringen aan op hun eieren, om de eigenaar aan te geven, of de inhoud van het ei. Op sommige fragmenten uit Diepkloof zijn nog sporen van zo’n gaatje bovenin te vinden. In totaal gaat het om de resten van minimaal 25 ‘eierschaalflessen’.

Omdat de ‘eierflessen’ zo duidelijk zichtbare elementen in het leven van de jagers-verzamelaars in de Diepkloofgrot moeten hebben gevormd, denken de archeologen dat de markeringen een soort stamsymbolen zijn. Ze zien ook een duidelijke stilistische ontwikkeling in de patronen in de Diepkloof. Ze onderscheiden vier verschillende patronen: ongeveer parallelle lijnen, licht gebogen lijnen over een rechte lijn, gekruiste lijnen, of een band met dwarsstrepen. Die band komt het vaakst voor en vooral in de oudste lagen. Ook de andere typen komen in specifieke lagen voor.