Je dood eten zonder een goed motief

Theater

La Grande Bouffe door Toneelgroep Amsterdam en NTGent. t/m 15/5. ****

In het toneelstuk La Grande Bouffe wordt geen hap gegeten. Dat is gek, want het gaat over vier heren die zich dood eten in een villa. De chef-kok, gespeeld door Wim Opbrouck, beschrijft de heerlijkste gerechten, maar te zien krijgen we die niet. De heren buitelen rond tussen enorme hompen grauwroze nepvlees in plastic.

La Grande Bouffe, een samenwerking tussen Toneelgroep Amsterdam en NTGent, is een bewerking van de film van Marco Ferreri uit 1973. Regisseur Johan Simons wilde hetzelfde op een andere manier laten zien. Vandaar geen eten. En inderdaad, de vleesberg werkt ook. Dit is een vreemd stuk omdat er zo weinig in gebeurt: aankomst, eten, sterven. Simons geeft zijn geweldige acteurs dus de vrije hand om eindeloos tussen de hompen te giechelen en te neuken. Het podium als speeltuin.

Behalve het weglaten van het eten is zijn belangrijkste ingreep het uitvergroten van de vrouwenrollen. In de film zitten een onderwijzeres en een prostituee die langskomen. In de toneelversie zijn de dames, gespeeld door de actrices Elsie de Brauw en Chris Nietvelt, ook de vertellers en de regisseurs. Zij sturen het drama. De Brauw, als de onderwijzeres, is de engel des doods die de heren een laatste zetje geeft. Zij beleeft een soort sadistische opwinding aan het bacchanaal. Nietvelt, als de prostituee, vertolkt de tegenstem. Zij verdedigt het leven als een waardevol bezit dat je niet achteloos mag wegwerpen.

IJzersterk aan de film is dat de heren geen motief krijgen om op zo’n decadente wijze zelfmoord te plegen. De film is ook niet te duiden als gericht tegen westerse decadentie, of voor decadentie. Dit gaat werkelijk alleen over vier heren die zich dood eten, in al zijn kleurrijke grandeur en in zijn grauwe smerigheid; Ferreri schuwt de spuitpoep niet.

Zo sterk als de film, of als de toneelversie van Theo van Gogh uit 2003, is deze La Grande Bouffe niet, maar het is een goede toevoeging. Hoe koddig ook dit ranzig schouwspel, en hoe saai en leeg soms, uiteindelijk, het werkt toch. De toeschouwer raakt vervuld van bodemloos verdriet.

Wilfred Takken