IJsbeer evolueerde razendsnel

De ijsbeer is een jonge diersoort. Hij is minder dan 200.000 jaar geleden geëvolueerd uit de bruine beer. Dat blijkt uit DNA dat is gewonnen uit een uitzonderlijk, oeroud ijsbeerfossiel. Het onderzoek is gisteren gepubliceerd in Proceedings of the National Academy of Sciences (Early Edition).

Van ijsberen zijn nauwelijks fossielen bekend doordat de kadavers meestal in zee belanden. Het fossiel dat nu geanalyseerd is, is veruit het oudst: een 120.000 jaar oude onderkaak die opgegraven is op Spitsbergen. Uit een hoektand in de kaak kon, ondanks de grote ouderdom van het fossiel, nog DNA gewonnen worden.

Door het DNA te vergelijken met dat van moderne ijsberen en bruine beren wisten de Scandinavische en Amerikaanse biologen beter dan voorheen te bepalen wanneer de ijsbeer is ontstaan. Schattingen liepen totnogtoe uiteen van ruim een miljoen jaar geleden tot minder dan 100.000 jaar.

De nieuwe analyse wijst op recente evolutie. Misschien 190.000, maar waarschijnlijk pas 150.000 jaar geleden splitste de ijsbeer zich af van de bruine beer. Dat betekent dat de ontwikkeling van de ijsbeer heel snel is gegaan. „Het fossiel is duidelijk een ijsbeer, geen mix van de twee soorten”, zegt onderzoeker Charlotte Lindqvist van de University at Buffalo. De ijsbeer die 120.000 jaar geleden leefde was, gezien de maat van de kaak, even groot als een moderne ijsbeer. Ook at hij zeedieren, zo blijkt uit chemische analyse van de tand..

„We denken dat de beren oorspronkelijk aan de kust leefden en zich heel snel hebben aangepast aan een nieuwe leefomgeving, op het zee-ijs.” 130.000 jaar geleden eindigde de voorlaatste ijstijd. Lindqvist denkt dat dit het succes van de ijsbeer bevorderde, omdat de noordelijke zeeën minder met ijs bedekt raakten. Daardoor is er meer ruimte voor (de jacht op) zeehonden en andere prooien.

Dat de bruine beer de naaste verwant is van de ijsbeer, was al bekend. In gevangenschap kunnen de twee soorten paren en vruchtbare jongen krijgen.