Hof: Borssele niet naar Duitse RWE

De kerncentrale van Borssele behoort in handen van publieke aandeelhouders te blijven en mag niet deels worden overgenomen door het Duitse energiebedrijf RWE. Dat heeft het hof in Arnhem vandaag in hoger beroep bepaald.

Daarmee houdt het hof vast aan de uitspraak die de rechter vorig jaar in een kort geding al had gedaan. RWE was tegen deze eerdere uitspraak in hoger beroep gegaan.

Rond de kerncentrale van Borssele in Zeeland ontstond vorig jaar een conflict tussen de gezamenlijke eigenaren Essent en Delta, vlak nadat bekend werd dat Essent overgenomen zou worden door de Duitse concurrent RWE. Onderdeel van de overname zou het belang van 50 procent zijn dat Essent heeft in energiebedrijf EPZ, de beheerder van de kerncentrale in Borssele.

Delta, medeaandeelhouder in EPZ, tekende hiertegen bezwaar aan. Volgens het Zeeuwse bedrijf staat in de statuten van EPZ dat de aandelen alleen in handen van „publiekrechtelijke lichamen” kunnen zijn. Daarvan is geen sprake meer als Essent wordt gekocht door het beursgenoteerde RWE. De rechter gaf Delta daarin gelijk.

Uiteindelijk werd Essent overgenomen door RWE, met uitzondering van het belang in EPZ. De overnameprijs van 9,3 miljard euro daalde hierdoor met 950 miljoen euro. De aandelen van Essent in EPZ zijn nog in bezit van de oorspronkelijke aandeelhouders, een groep provincies en gemeenten.

Topman Jürgen Grossmann van RWE zei vorige week, tijdens de presentatie van de jaarcijfers, dat hij geïnteresseerd blijft in kernenergie in Nederland. Eerder heeft het bedrijf voorgesteld om in Borssele een nucleair expertisecentrum te bouwen. De reactor van Petten, die vernieuwd moet worden, zou dan in Borssele gebouwd kunnen worden.