Het is hier veilig. Er is sociale controle. En dat is fijn

Het Jongerenpanel Oirschot probeert politici te overtuigen dat er meer woningen voor jongeren moeten komen.

Want zij willen in hun geboorteplaats blijven wonen.

Ze heten Rik, Erik, Jop, Fons en Gijs. Ze wonen in Oirschot (17.000 inwoners, van wie 1 op de 7 tussen de 15 en 25 jaar). En dat dorp willen ze voor geen goud verlaten.

Dus hebben Rik, Erik, Jop, Fons en Gijs het Jongerenpanel Oirschot opgericht. Dat panel wijst politici op de wensen van de jeugd in het dorp. Bijvoorbeeld de hoop op een woning van de 403 jongeren die staan ingeschreven bij het gemeentelijk woonbedrijf. Oirschot is een dorp in de Noord-Brabantse Kempen. Het is er landelijk, met een zestiende-eeuws dorpsplein en veel cafés.

Niet vreemd misschien, dat ze in het dorp willen blijven wonen. Sterker, jongeren die in hun geboorteplaats willen blijven, „dat zou wel eens een trend kunnen zijn”, zegt Bas Levering, pedagoog aan de Universiteit van Utrecht en hoofdredacteur van Pedagogiek in Praktijk Magazine.

De periode tussen de 15 en 25 jaar is „bijzonder belangrijk in de identiteitsontwikkeling”, zegt hij. Jongeren hechten zich in deze jaren aan hun omgeving. „En omdat ze ook sinds de komst van de ov-studentenkaart steeds langer thuis blijven wonen, hechten ze zich dus aan hun geboorteplaats.”

Dat was een paar decennia geleden nog wel anders. Levering: „Toen wilden jongeren zo snel mogelijk onder de vleugels van hun ouders weg. Nu is dat niet meer nodig. Kinderen mogen alles van hun ouders. En ze worden goed verzorgd thuis.”

Zomaar een ochtend in Oirschot. Rik van Beers (21, studeert econometrie in Tilburg) bestelt een kop koffie in het grand café van Sociaal Cultureel Centrum De Enck. Hij is voorzitter van het Jongerenpanel Oirschot. We wachten op Erik Strijbos (25, studeert communicatie in Maastricht), de secretaris. Die verschijnt vijf minuten later.

„Ik heb een enorme kater!”

Oh?

„Nee, niet van de drank. Van de raadsvergadering van gisteravond. De raad kon het gemeentelijk woonbedrijf verkopen, maar stelde de beslissing uit.”

Hij gaat zitten. „Hoe leg je dit uit aan jongeren die illegaal op een camping of in een tuinhuisje wonen, zei ik toen ik mocht inspreken.” Hij schudt zijn hoofd. „Het was om te huilen.”

De jongens van het jongerenpanel proberen hun lokale politici al vier jaar duidelijk te maken dat er meer huizen voor jongeren moeten komen in het dorp. In de gemeentelijke woningbouwplannen werd op aandringen van het panel opgenomen dat er driehonderd goedkope huurwoningen gebouwd zouden worden. Maar als de gemeente haar zieltogend woonbedrijf niet verkoopt, kan ze de dat plan door geldgebrek niet uitvoeren.

Rik van Beers en Erik Strijbos vragen zich af of ze het gemeentelijk woonbedrijf moeten bezetten, „om te laten zien dat het hen menens is”.

Toch maar niet. In plaats daarvan zullen ze kritische vragen stellen tijdens het politiek praatcafé van het jongerenpanel, aan de vooravond van de gemeenteraadsverkiezingen.

Waarom willen ze zo graag in Oirschot blijven wonen?

Rik van Beers: „Het is hier veilig. Er is sociale controle. Als het kind van de buren op straat iets doet wat niet mag, kun je daar iets van zeggen.” Erik Strijbos: „Kinderen kunnen hier op straat spelen. Iedereen kent iedereen.”

En niet alleen studenten in het hoger onderwijs willen in het dorp blijven wonen. Rik van Beers: „Ons panel vertegenwoordigt ook jongeren met een mbo-opleiding. Die werken nu in een bedrijf in het dorp. Waar moeten zij wonen? Toch niet in Best? Of Eindhoven? Nu blijven ze eindeloos thuis.” Of ze wonen illegaal op een camping of in een tuinhuisje?

Rik van Beers „wil het wel laten zien”. Hij belt met iemand die op het erf van een boer woont. Illegaal ja, dus liever niet met zijn naam in de krant. „Hij komt hier zo, dan gaan we met hem mee.”

Een kwartier later zit ik naast de jongen in zijn bestelbus. Rik van Beers en Erik Strijbos rijden achter ons aan, in een eigen auto. We gaan naar de boerderij. De jongen heeft zijn hele leven in het dorp gewoond, vertelt hij. Hij ging er naar de basisschool, de middelbare school en bleef bij zijn ouders wonen toen hij een opleiding in de grote stad volgde. Na een half jaar stage in het buitenland wilde hij niet terug naar zijn ouders.

Maar waar moest hij heen? „Bij het woonbedrijf kom je voor je 26ste zeker niet aan de beurt. En particulier huur je onder de 900 euro niets.”

We rijden langs de Sint-Petruskerk. Dan het dorp uit. Vervolgens langs groene akkers.

„Toen kwam ik hier terecht.”

Hij stopt voor een hek, pakt een apparaatje uit het dashboard, drukt op een knop en hup, het hek gaat open. We rijden de oprijlaan op, langs een eenvoudige boerderij tot bij een grote vijver waarachter een houten chaletje staat. „Ik woon hier eigenlijk prachtig.”

Hij opent de deur. In een bescheiden zithoek staan een flatscreen tv, een stereo en een laptop. „Ik heb het uitgebouwd en verwarming aangelegd. De eerste anderhalf jaar dat ik hier woonde, stookte ik petroleum. Dan kwam ik thuis en ging in mijn winterjas staan koken. ”

Hoeveel betaalt hij voor dit huis? „Meer dan ik zou betalen voor een goedkope huurwoning.” Dus boeren slaan een slaatje uit de woningnood? „Zo zie ik het niet. Ik ben vol lof over deze boer. Hij helpt mij. Hij loopt het risico. Hij laat mij uitbouwen terwijl dat eigenlijk niet mag.”

We gaan terug. De jongen van het chalet naar zijn werk, wij naar De Enck. Daar drinken we nog een kop koffie. Van Beers mijmert verder over de aantrekkingskracht van Oirschot . „Ik merk op de universiteit dat dorpelingen een andere basis van vertrouwen hebben in mensen. Studenten uit Holland naaien je achter je rug.”

„Hé, daar loopt Ger Glezer”, roept Erik Strijbos ineens: „De directeur van het woonbedrijf.” Hij sprint naar buiten en komt even later met de directeur terug. „Ik ging een luchtje scheppen om te verwerken wat er gisteravond is gebeurd”, zegt die. „De financiële positie van het woonbedrijf is zo slecht dat het zijn verantwoordelijkheid niet kan dragen. Verkoop was dé oplossing geweest. Het is verschrikkelijk als de beslissing over verkoop over de verkiezingen wordt heen getild.” Een discussie breekt los.

Pedagoog Bas Levering vindt het verhaal van het Jongerenpanel Oirschot „herkenbaar”. „De wereld ziet er voor deze jongeren op andere plekken minder aantrekkelijk uit. Berichtgeving over onveiligheid in grote steden schrikt hen af. Hechte vriendenkringen en familiebanden houden hen in het dorp.”