En weer gaat het over Geert Wilders

De SP en D66 zetten tijdens het tv-debat gisteravond Wilders neer als ‘underdog’.

En dat is precies wat de PVV-leider wil, analyseert de bestuurskundige De Bruijn.

Een panel van kijkers vond Geert Wilders de beste, met Wouter Bos als goede tweede. De Delftse bestuurskundige Hans de Bruijn vindt de vraag wie het tv-debat van gisteren heeft gewonnen wat onzinnig. Want hoe kun je dat nu bepalen? Hij vond wel PvdA-leider Bos het „verrassend goed” deed, en Wilders was op zijn manier ook op dreef.

EenVandaag organiseerde gisteravond met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen van morgen een debat tussen de partijleiders van de PvdA, SP, VVD, PVV en D66. CDA-leider Balkenende ontbrak. Zijn partij had voor de val van het kabinet al besloten fractievoorzitter Pieter van Geel af te vaardigen.

Het partijleidersdebat werd weer eens gedomineerd door Geert Wilders. D66-leider Alexander Pechtold probeerde daarvoor nog even de verantwoordelijkheid bij de programmamakers te leggen. „Eenderde van dit debat gaat weer over de xenofobe boodschap van Wilders.” Maar waren het niet veeleer Pechtold en SP-leider Agnes Kant die Wilders in het spotlicht plaatsten? Kant zei dat Wilders geen oplossing zoekt maar zondebokken. „En dat is levensgevaarlijk, dat heeft de geschiedenis uitgewezen.” Pechtold zei tegen Wilders: „Uw politiek is een grotere bedreiging voor Nederland dan de islam.”

Volgens bestuurskundige De Bruijn zette deze uitspraak van Pechtold, en de „overreactie” van Kant, Wilders in de positie van „underdog”, en dat is precies waar Wilders wil zitten. Zo creëert hij het beeld dat zijn politieke tegenstanders de problemen in het land niet serieus nemen. „Wat Bos toen deed was goed: hij ging er niet in mee om Wilders zelf te beschuldigen.” Na de harde uitlatingen van Pechtold en Kant zei Bos dat hij een vergelijking met de geschiedenis te ver vond gaan, en een persoonlijke aanval op Wilders ook. „Maar wat Wilders zegt is buitengewoon onverstandig”, zei Bos.

Van de hand van De Bruijn verscheen onlangs het boekje Geert Wilders in debat. De PVV-leider is sterk in framing, schreef hij. Een frame van Wilders is bijvoorbeeld: „We raken Nederland kwijt aan de massa-immigratie, aan het Marokkaanse tuig dat scheldend, spugend en onschuldige mensen in elkaar rammend door het leven gaat.” Een frame is een manier van kijken naar de werkelijkheid, een mindset. De theorie over framing komt uit de VS: de taalkundige George Lakoff schreef er in 2004 een dikke pil over. Verplicht voer voor campagneleiders en politici.

De belangrijkste tip die De Bruijn geeft aan Wilders’ concurrentie: stap nooit in een frame van de PVV-leider. Dan begeef je je op het verkeerde speelveld. Als je bijvoorbeeld zegt: niet alle Marokkaanse jongeren schelden en spugen, dan wek je de indruk de problemen niet serieus te nemen. En daarmee zou je het debat voor het grote publiek verliezen.

Bos reageerde volgens De Bruijn op een paar momenten goed. Wilders betoogde dat de „gewelddadige islam” een gevaar is voor Nederland. Bos stelde daar tegenover dat hij opkomt voor de vrijheid van alle mensen, van homo’s, van joden en van moslims. „Dat was een goed tegenverhaal, waar niemand tegen kan zijn”, zegt De Bruijn. Later hield Wilders Bos voor dat de PvdA miljarden uitgeeft aan ontwikkelingssamenwerking terwijl in verpleegtehuizen ouderen luiers dragen omdat er te weinig personeel is. De Bruijn: „Op dat lastige dilemma ging Bos niet in. Hij kwam met een goede reframe door te zeggen: ik kom op voor iedereen die zwak is, in het buitenland en in Nederland.”

Bos maakte ook niet „de klassieke PvdA-fout” door te zeggen dat de integratieproblemen komen door de armoede in de wijken. Dan zeggen mensen volgens De Bruijn: er zijn toch ook arme autochtonen en die zijn naar verhouding veel minder crimineel. „Bos wees op de de gemeenschap zelf, op de falende ouders.”

Maar Bos als winnaar uitroepen gaat hem dus te ver. Wilders was ook sterk, vond De Bruijn. „Hij is authentiek.” De Bruijn had eigenlijk verwacht dat anderen hem meer in het debat over economie hadden getrokken. „Daar bleef Wilders lekker comfortabel aan de zijlijn, want daar heeft hij niet zoveel te winnen.”