Duif is beter in kansspel dan mens

Duiven zien er vaak wat dom uit. Dat trage gestap, die schokkende koppies, dat irritante nét niet te laat voor je fiets of auto wegfladderen. Maar in ruil voor wat voer kunnen ze toch van alles leren – zelfs het type kansberekening waar veel mensen moeite mee hebben.

Amerikaanse psychologen hebben duiven onderworpen aan een duifse versie van het ‘driedeurenprobleem’: een uit tv-kwissen bekende kansberekeningsopgave, waarbij zich achter één van drie deuren een prijs bevindt, vanouds een auto. De kwiskandidaat moet een deur kiezen, vervolgens opent de kwismaster een van de twee andere deuren zonder auto, en dan moet de kandidaat nog een keer kiezen. Blijft hij bij de gekozen deur of switcht hij? Switchen geeft twee keer zoveel kans op de auto als vasthouden aan de gekozen deur (zie het lemma driedeurenprobleem op Wikipedia), maar dat is niet meteen duidelijk. Zelfs de beroemde wiskundige Paul Erdos geloofde het eerst niet.

De duiven bleken zichzelf te kunnen leren hoe je het probleem oplost. Ze hadden verlichte knopjes (met de snavel in te drukken) in plaats van deuren, de hoofdprijs was drie seconden toegang tot graan, en ze deden de opgave tot honderd keer per dag. Na 25 dagen hadden ze geleerd consequent te switchen, wat twee van de drie keer voedsel opleverde.

Mensen bleken in een herhaalde versie van het probleem, waarbij ze telkens één punt konden verdienen in plaats van een auto, na 200 keer geen leereffect van betekenis te vertonen, schrijven psychologen in Journal of Comparative Psychology (februari).

Mensen blijven redeneren; duiven gaan op hun ervaring af – dat is het verschil.