Canada is een heel ander land na 'Vancouver'

Canadezen komen superlatieven te kort om het succes van de Winterspelen in Vancouver en dat van de eigen sporters te onderstrepen. Canada is in twee weken veranderd.

Schoonmaakploegen zijn in de weer in het centrum van Vancouver, om de rommel op te ruimen na een gigantisch straatfeest aan het einde van de Olympische Winterspelen. Tot diep in de nacht vierden de inwoners van de Canadese stad zondag opgelucht en euforisch het slot van de Spelen, die na een moeizaam begin nu door de meeste Canadezen worden gezien als een daverend succes.

„Het is geweldig gegaan”, zegt bezoeker Sue Craig, die nog een laatste kijkje neemt bij de gedoofde olympische toorts aan de noordoever van het centrum. „Het enthousiasme was ongekend, en de organisatie heeft goed gereageerd op problemen.” Ook Steve Johnston uit Toronto, gehuld in een hockeyshirt, vindt dat „het niet beter had kunnen aflopen” met de Spelen. „Halverwege schreven mensen Canada af, maar uiteindelijk hebben we de meeste verwachtingen overtroffen.”

Hoewel Canada de Olympische Spelen tweemaal eerder organiseerde, in Montreal (Zomerspelen 1976) en Calgary (Winterspelen 1988), schoot het pas deze keer in de roos, is de binnenlandse consensus na ‘Vancouver’. In Montreal waren de voorzieningen niet op tijd klaar, en ontstond een miljardenschuld. In Calgary ging het organisatorisch beter, maar bleven de eigen sportprestaties wederom achter: geen Canadese sporter behaalde een gouden medaille.

In Vancouver is dat allemaal ruimschoots veranderd. Bijna alles is volgens schema verlopen, en hoewel er nog geen financiële cijfers zijn, wordt er rekening mee gehouden dat de organisatie mogelijk quitte speelt. Bovendien won het gastland veertien gouden medailles, een record voor één land bij de Winterspelen. Het Canadese dagblad The Globe and Mail sprak gisteren van een „triomf”. Een kijker van de Canadese omroep CBC noemde de Spelen van Vancouver ‘Vantastic’.

Er was zelfs lof uit onverwachte hoek. In de Britse media, die de Winterspelen in de eerste week afkraakten als mogelijk „de slechtste ooit” wegens het milde weer, de dood van de Georgische rodelaar Nodar Koemaritasjvili en moeizaam transport, werd gisteren juist de vraag gesteld of ze zijn uitgedraaid op „de beste ooit”. De BBC prees vooral „de beleving van bezoekers” aan de Spelen als een model voor Londen in 2012.

Ondanks de goede afloop twijfelde Canada tot het laatste moment aan zijn eigen vermogen om overtuigend uit te blinken op het wereldtoneel. Zie je wel, werd aanvankelijk gezegd: de medaillescore van de eigen sporters valt tegen. Zie je wel: de buitenlandse pers kraakt ons af. En zie je wel: de Amerikanen gaan met de meeste medailles aan de haal – inclusief op het laatste moment wellicht nog het goud bij ijshockey.

Geleidelijk aan verdwenen die twijfels als sneeuw voor de lentezon. Canada werd verrast door zijn eigen passie, en geïnspireerd door zijn sporters. Niet omdat zij als meedogenloze winnaars alle concurrentie uitvaagden, zoals het omstreden motto ‘Own the Podium’ leek te suggereren, wat door velen werd ervaren als on-Canadees wegens de agressieve toon. Maar juist door de menselijke prestaties van die topsporters.

Zij brachten het land, dat wegens zijn uitgestrektheid en diversiteit soms lijdt aan een gebrek aan samenhang, twee weken lang bijeen met een onafgebroken scala aan nationale emoties: van blijdschap voor Alexandre Bilodeau, die de eerste olympische gouden medaille won op Canadese bodem, tot compassie voor zijn gehandicapte broer Frédéric, aan wie Bilodeau zijn zege opdroeg, tot tranen voor kunstrijdster Joannie Rochette, die brons behaalde nadat haar moeder halverwege de Spelen plotseling was overleden.

De laatste twijfel werd weggenomen door de golden goal van de Canadese ijshockeyer Sidney Crosby – een historisch sportmoment voor Canada. Het land eindigde met 26 medailles. Maar ook met een nieuw geloof in zijn eigen potentieel, en een ongekende wil om dat zelfvertrouwen met passie uit te dragen. ‘Vancouver’ is een groot Canadees feest geworden dat het land een duw in de rug heeft gegeven. Daarom sprak John Furlong, hoofd van de organisatiecomité, na afloop van „het Canada dat er was en het Canada dat er nu is”.