Buffett verdient goed aan crisis

De jaarlijkse boodschap van superbelegger Warren Buffett aan de aandeelhouders van Berkshire Hathaway is de deur uit. Hierin laat de ‘Sage of Omaha’ (de Wijze Man uit Omaha) onder meer weten dat hij op het hoogtepunt van de crisis geld heeft gestoken in Goldman Sachs, General Electric (GE) en andere firma’s.

De geïnvesteerde 21 miljard dollar (15,5 miljard euro) is nu een kwart méér waard en levert ieder jaar een rendement op van 10 procent. Op de korte termijn is dat meer dan de belegging van Buffett in spoorwegmaatschapij Burlington Northern Santa Fe (BNSF) waarschijnlijk zal gaan opbrengen.

Berkshire heeft ongeveer net zoveel geld – zo’n 22 miljard dollar – voor de aankoop van BNSF op tafel gelegd. Daarnaast werden aandelen uitgegeven. Dat is de reden dat de jongste brief van Buffett ten dele ook een primeur is voor de 65.000 nieuwe aandeelhouders, die door de overeenkomst zijn toegevoegd aan het half miljoen dat Berkshire al in huis had.

Maar zelfs Buffett geeft toe dat het besluit om BNSF in november over te nemen ‘kantje boord’ was. Het royale prijskaartje van 34 miljard dollar voor de spoorwegmaatschappij leek vanuit het perspectief van Buffett zelfs nog hoger, omdat hij voor een deel in aandelen heeft betaald. Hij en zijn beleggingspartner Charlie Munger houden er eigenlijk helemaal niet van om nieuwe aandelen uit te geven.

Het is een kostbare lange termijninvestering in een kapitaalintensieve bedrijfstak. Buffett omschreef het destijds als een „alomvattende gok op de economische toekomst van de Verenigde Staten”. Intussen heeft de 21,1 miljard dollar die de afgelopen achttien maanden is geïnvesteerd in Dow Chemical, GE, Goldman, Swiss Re en Wrigley – een combinatie van vertrouwenwekkende injecties en van tevoren afgesproken beleggingen – directer resultaat opgeleverd. Deze belangen staan nu in de boeken voor 26 miljard dollar, en brengen jaarlijks 2,1 miljard dollar aan rente en dividenduitkeringen op.

Uiteraard doen zich tijdens een crisis niet zo vaak kansen voor, zoals Buffett in zijn brief terecht opmerkt. Hij heeft een paar van deze overeenkomsten gesloten in de wetenschap dat hun succes afhing van de vraag of de Amerikaanse regering de financiële sector te hulp zou schieten, hetgeen is gebeurd. Dat zorgt ervoor dat zijn commentaar dat Berkshire niet afhankelijk is van „de gunsten van vreemden” enigszins oneerlijk overkomt, vooral tegen de achtergrond van de grote belangen van de firma in financiële instellingen als Wells Fargo.

Aan de andere kant heeft Buffett gelijk als hij zegt dat het financiële conservatisme van Berkshire van hem één van de weinige liquiditeitsverstrekkers tijdens de crisis heeft gemaakt. Daar heeft hij van geprofiteerd, en voorlopig zijn deze beleggingen beter voor zijn aandeelhouders dan zijn treinen.

Richard Beales

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen:www.breakingviews.com