'Blunderbeleid' isoleert Israël

Met name door zijn buitenlands beleid is Israël internationaal in een isolement geraakt. Tegelijk groeit de druk om de rijen gesloten te houden.

Er worden maar weinig artikelen zo vaak instemmend geciteerd als dat van columnist Yael Gvirtz dat vorige week verscheen in Yedioth Ahronot, de grootste krant van Israël. Gvirtz maakte gehakt van de buitenlandse politiek van Israël. De regering-Netanyahu heeft in een jaar tijd iedere geloofwaardigheid in het buitenland verspeeld, aldus Gvirtz. „De schade is te groot, te frequent. Dit moet onmiddellijk stoppen.”

Linkse en rechtse opiniemakers breken zich er al maanden het hoofd over. Hoe kan premier Netanyahu, die zich altijd zo bewust was van Israëls imago, zijn land in zo’n isolement hebben gebracht? Een jaar regeren heeft Netanyahu talloze diplomatieke affaires bezorgd. Minister van Buitenlandse Zaken Avigdor Lieberman en zijn onderminister Daniel Ayalon, van de extreem-rechtse partij Yisrael Beiteinu, hebben, om Gvirtz te citeren, het buitenlands beleid „tot de grond toe afgebrand”. „Onze enige icoon in de wereld, Shimon Peres, kan zo’n grote brand onmogelijk meer blussen.”

Israël heeft zich sinds het uitbreken van de Gaza-oorlog, vorige winter, vrijwel volledig geïsoleerd van de buitenwereld, zegt Gershon Baskin, columnist bij The Jerusalem Post. „De regering voert een buitenlandse politiek op basis van incidenten en rellen. En met zijn populisme doet Netanyahu Israël meer kwaad aan goed.”

De relaties met de enige bondgenoot in de regio, Turkije, zijn ernstig bekoeld na een publieke vernedering door Ayalon van de Turkse ambassadeur. Israël weigerde medewerking aan een VN-onderzoek naar oorlogsmisdaden in de Gaza-oorlog. De leider van dit onderzoek, de Zuid-Afrikaanse onderzoeksrechter Richard Goldstone, wordt sindsdien afgebrand in regeringsgezinde kranten.

Vorige maand ontstond een nieuwe rel, toen onderminister Ayalon weigerde een delegatie Amerikaanse Congresleden te ontvangen. De politici waren op initiatief van de nieuwe Amerikaans-joodse organisatie J Street op bezoek. Ayalon zei dat J Street zich „anti-Israël” gedraagt door kritiek te leveren op de regering.

En dan is er nog de wijd en zijd aan Israël toegeschreven moord op Hamas-leider Mabhouh in Dubai, eind januari. In de Arabische wereld is de verontwaardiging over de moord groot. Europa is kwaad over het gebruik van vervalste Europese paspoorten.

Minister Lieberman onderscheidt zich vooral in oorlogstaal jegens Iran en Syrië. Het is een vorm van activistische politiek die zijn achterban wel kan waarderen – de partij werd groot met zijn provocerende stijl. Maar het zionistische idioom van Lieberman en Netanyahu, schreef mediadeskundige Gilad Heiman in de krant Ha’aretz, wordt in de rest van de wereld met afschuw beluisterd.

Gershon Baskin: „En dan hebben we het nog niet eens gehad over het ontspoorde vredesproces met de Palestijnen, in mijn ogen het échte probleem waar Israël mee te maken heeft. Dit zijn allemaal incidenten die het niet waard zijn om ons land te beschadigen.”

Hoe impopulair het kabinet-Netanyahu in eigen land ook mag zijn, één ding is nog minder geliefd: kritiek. Opiniepeilingen weerspiegelen de gespleten ziel van de Israëliërs: ministers scoren historisch lage populariteitspercentages. Maar de steun voor de regering als zodanig is groot. Serieuze oppositie bestaat vrijwel niet.

Een conservatieve Israëlische denktank, het Reut Instituut, schreef in februari dat de toenemende druk op Israël op termijn „een existentiële bedreiging vormt”. Volgens de denktank wordt Israël niet alleen bedreigd door Hamas of Hezbollah, maar evenzeer door ‘delegitimatie’ door islamitische organisaties, linkse Europeanen en „zogeheten postzionistische joden en Israëliërs”.

Deze groepen geven volgens het instituut voeding aan bewegingen in Europa om Israël te boycotten en zijn leiders te vervolgen wegens oorlogsmisdaden. Israël dreigt op die manier een pariastaat als vroeger Zuid-Afrika te worden.

Hoe groter de kritiek uit de buitenwereld, des te groter is de druk op joden in Israël en de diaspora om de rijen gesloten te houden. Israëlische mensenrechtengroepen krijgen steeds meer problemen met visa en geld. Het soldatencollectief Breaking the Silence, dat het gedrag van het leger tijdens de Gaza-oorlog aan de kaak stelde, kreeg het verwijt van de regering dat het het anti-Israëlsentiment in het buitenland aanwakkert.

Individuele critici ontvangen bedreigingen of, zoals columnist Naomi Chazan, verliezen hun baan. Onderminister Ayalon gaf blijk van dit sentiment in zijn kritiek op de Amerikaanse lobby J Street. Hij zei over de organisatie dat „ze wel kunnen zeggen dat ze joods zijn, voor vrede of wat dan ook, maar niet dat ze een pro-Israël-organisatie zijn”. Burgers moeten, zo blijkt uit een nieuwe campagne van het ministerie van Informatie, het negatieve beeld van Israël „bijstellen”. Op www.masbirim.gov.il staan tips.

Gershon Baskin heeft, zegt hij, altijd kritiek gekregen op zijn artikelen. „Maar pas sinds kort krijg ik het verwijt dat ik me geen echte Israëliër toon.” De meeste Israëliërs zijn het volgens Baskin eens met zijn analyse over Israëls blunderdiplomatie. „Toch heerst er consensus dat je uiteindelijk achter je land moet staan en je een goed patriot moet tonen. Dat is de dubbele standaard die geldt in het Israël van vandaag.”