Bepalen wie er goed of slecht is

Waarom zou je een literair tijdschrift lezen? En zijn die niet allemaal hetzelfde?

Deze korte serie poogt een antwoord op die vragen te geven. Vandaag De Revisor.

Gustaaf Peek is de revisor van De Revisor.

Want een revisor is een ‘herziener’, en Peek is bezig het literaire tijdschrift met die naam volledig te herzien, samen met een door hem samengestelde redactie.

Hij: geboren in 1975, schrijver (publiceerde de romans Armin (2006) en Dover (2008)), lange donkere manen, wordt binnenkort vader, zit ’s avonds te schrijven op een hippe Mac.

Zij (het tijdschrift dus): opgericht in 1974 met als doel de literatuur te herzien, vormde het eerste podium voor succesrijke auteurs als Thomas Rosenboom, A.F.Th. van der Heijden en Doeschka Meijsing. Men sprak over ‘Revisor-proza’, teksten van schrijvers (vaak academici) die niet vanuit hun emoties werkten, maar heel serieus hun verbeelding onderzochten. Het resultaat was soms wel erg ‘hoofd’ en wat weinig ‘hart’, vonden critici.

Maar ondertussen had De Revisor eind jaren zeventig wel mooi vijfduizend abonnees, wat uitzonderlijk veel is voor een literair tijdschrift.

En toen, na ruim dertig jaar, leek het het afgelopen najaar mooi geweest. Het redactioneel commentaar bij het zesde nummer van 2009 sloot af met de zin: ‘Dit is de laatste Revisor in deze vorm, die na vele jaren trouwe dienst langzamerhand een beetje uitgediend is.’

Die boodschap kwam van de redactie die goeddeels al sinds 2001 aan het roer stond (Ilja Leonard Pfeijffer, Toef Jaeger, Menno Lievers en Allard Schröder). Een redactie die gezegd had wat er te zeggen viel, althans in deze constellatie. En bovendien in Italië woonde (Pfeijffer), of zelfs in China zat (Schröder).

Daarom belde Annette Portegies, voorzitter van het bestuur van het blad, Gustaaf Peek op, met de vraag of hij De Revisor onder zijn hoede wilde nemen. Peek zegde toe en vroeg op zijn beurt aan recensent Daan Stoffelsen (1981), schrijver Jan van Mersbergen (1971) en dichter Erik Lindner (1968) om hem te helpen. „Ik heb gezocht naar toegewijde mensen met een bonkend hart voor de literatuur”, zegt Peek over zijn redactie.

En zo komt het dat de redacteur van De Revisor zit te praten met nrc.next over een tijdschrift dat wel al is opgehouden ‘in deze vorm’ te bestaan, maar nog niet is gereviseerd. Gelukkig heeft de redactie al goed nagedacht over de gedaante die het blad moet gaan krijgen.

Maar eerst even een existentiële vraag: waarom een literair tijdschrift beginnen, of in dit geval, reviseren? Maatschappijkritiek lezen we immers in kranten, en hun gedichten zetten mensen toch zelf online? Is het literaire tijdschrift als verschijningsvorm niet achterhaald?

Onzin, vindt Peek. „Wie twijfelt aan het bestaansrecht van literaire tijdschriften, heeft waarschijnlijk moeite om de waarde van literatuur te zien”, stelt hij. „Als je geen vertrouwen hebt in het nut van een vakbond, waarom zou je je dan interesseren voor het vakbondsblad? Literatuur is kwetsbaar, wij kennen het waarde toe. We zijn soldaten die de ruimte voor de literatuur bevechten. We ontsluiten en duiden literaire kunst, een van de pijlers van de beschaving. Vasthouden aan kunst als waardevol, dat is op zich al een geëngageerde daad. In die zin heeft het iets nobels wat wij doen.”

Waarvan akte. En welke verschijningsvorm krijgt deze nobele strijd? Peek: „De papieren editie van het blad verschijnt voortaan nog twee keer per jaar, het zal meer op een boek lijken dan op een tijdschrift. We gaan er kort proza in publiceren, maar ook poëzie en beschouwingen. Als we poëzie plaatsen, zal dat niet één gedicht van iemand zijn, maar eerder een serie.

„Het doel is om het beste van het beste oorspronkelijk Nederlandstalig werk te verzamelen. En daarnaast in beschouwende stukken de Nederlandse literatuur te duiden, ook in internationaal verband.”

Peek is zelf anglist en ook Van Mersbergen houdt zich veel bezig met de Engelse en Amerikaanse literatuur. Het oude en nog steeds populaire Britse tijdschrift Granta dient alleen al om de vormgeving als voorbeeld.

„Granta ziet er toegankelijk uit, terwijl de inhoud van zeer hoge kwaliteit is”, zegt Peek. „Dat is iets wat we in Nederland nog ontberen. De huidige literaire tijdschriften zien er erg afstandelijk uit. Helemaal als je dat vergelijkt met tijdschriften over beeldende kunst, die zien er ‘lekker’ uit, die wil je oppakken en lezen.”

Terug naar de inhoud. De redactie wil lange schrijversinterviews op de website gaan publiceren. „Als je tegenwoordig een interview leest met een schrijver, dan staat het leven van die schrijver centraal”, vindt Peek. „Hoe meer privézaken er aan de orde komen, hoe beter, lijkt wel. Wij willen gesprekken met schrijvers over hun ambacht, over het schrijfproces.”

Naast het halfjaarlijkse boek zal de website van De Revisor een belangrijke rol spelen. Wat daar in ieder geval te vinden zal zijn, is een uitgebreid archief. „Want literatuur maak je niet voor een dag, of een week, maar voor langere tijd”, zegt Peek. „En misschien is het leuk om schrijvers op de site te laten bloggen over hun schrijfproces.”

Goede literatuur in een mooi jasje dus. Maar wat maakt De Revisor straks ánders dan andere bladen? Peek: „Momenteel is de gevestigde orde in de literatuur een zootje. Het waait alle kanten op. Wat wij gaan doen is bepalen wie er nu werkelijk goed is en wie werkelijk slecht. We gaan harde keuzes maken. Elke goed beargumenteerde afbakening is geldig. De meeste boeken die tegenwoordig verschijnen zijn ontstaan uit luie ijdelheid. Wij gaan het literair establishment terugwinnen, een nieuw pantheon creëren.”

En kan Peek al iets zeggen over de eigenschappen van de literatuur die zal worden toegelaten in het nieuwe pantheon? „Jazeker. Het proza moet scherp en helder zijn. Wij houden niet van constructies als mompelde hij wanhopig of zei hij verschrikt. Schrijvers als Peter Terrin en P.F. Thomése zijn mooie voorbeelden van scherpe, heldere prozaïsten.”

Goed, dan weet je wat er in zo’n blad moet staan, en hoe het er ongeveer uit komt te zien, maar dan blijft nog één prangende vraag over: hoe bereik je je publiek?

Peek maakt zich wat dat betreft geen grote illusies, maar houdt de moed er in. „De literair-culturele zuil moet het publiek weer zien te vinden. We zullen onze boodschap stichtelijk uitdragen via radio en zo mogelijk televisie. Daar zijn we zeker niet vies van. Maar we zullen mensen uiteindelijk moeten binden met literatuur die wij mooi en belangrijk vinden.”

Het eerste vernieuwde nummer van ‘De Revisor’ verschijnt waarschijnlijk dit najaar bij uitgeverij Querido. Aantal pagina’s en prijs zijn nog niet bekend. De website komt tegen die tijd ook online.

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

In het artikel ‘Bepalen wie er goed of slecht is’ (2 maart, pagina 22 en 23) is de auteur vergeten Manon Uphoff te noemen als redactielid (2004-2008) van De Revisor.