Beetje plakjes schaven helpt niet

Wat voor kabinet er ook komt, één ding is duidelijk: er moeten tientallen miljarden worden bespaard.

En echte politieke keuzes zullen onontkoombaar zijn.

Wat kunnen politici de komende maanden aan meer beloven als zij alleen maar perspectief kunnen bieden met minder? De kunst voor politici is om die discussie de komende maanden eerlijk te voeren en de kiezer te overtuigen van hun beste saneringsvariant. Dit wordt de campagne van de negatieve keuzes. Want snijden is onvermijdelijk, het gaat er nu om hoe en wat.

Dat is niet in de categorie wat minder kinderopvang hier, wat meer verpakkingsbelasting daar. Iedere opvolger van Balkenende IV zal tientallen miljarden moeten besparen. Dat wordt de moeilijkste boodschap in de verkiezingsstrijd die direct is losgebarsten.

„We hebben elkaar nodig”, zei de minister-president een jaar geleden ietwat zwaarmoedig toen het CPB de grootste economische krimp in tachtig jaar voorspelde. Na steun voor de banken volgde steun voor de economie. Gevolg: dit jaar geeft de overheid 35 miljard euro meer uit dan zij ontvangt, een recordtekort.

Het kabinet was bijna toe aan de werkelijk pijnlijke keuzes die Jan Peter Balkenende misschien met de goede toon maar met de verkeerde timing aankondigde. Hoe gaat de Staat de rekening van de crisis betalen? Voor de beantwoording van die vraag kwamen er twintig ambtelijke werkgroepen die vrijwel alle uitgaven en inkomsten van het Rijk tegen het licht houden. Zij leveren dit voorjaar het keuzemateriaal aan voor het landsbestuur om straks te bezuinigen. De nieuwe demissionaire minister van Financiën, Jan Kees de Jager (CDA), wil dat zij een maand eerder rapporteren, begin april, zodat de uitkomsten van de werkgroepen in de nu te schrijven verkiezingsprogramma’s kunnen worden verwerkt.

De politieke besluitvorming over hervormingen vindt dus niet meer voor het zomerreces plaats. Het overgebleven demissionaire kabinet kan geen beslissingen nemen die controversieel zijn, daar is iedereen in Den Haag het over eens. Pas als na 9 juni een regering met een nieuw mandaat van de kiezer aantreedt, zullen de overheidsfinanciën weer kunnen worden aangepakt.

Het worden verkiezingen met fundamentele vragen en scherpe ideologische verschillen. Hoe groot moet de overheid zijn? Hoe snel zijn ombuigingen nodig?

Dát de overheidsfinanciën worden aangepakt is zeker. Want wat de signatuur van een volgend kabinet ook is, binnen drie jaar dient het begrotingstekort 18 miljard euro te slinken. Dat is geen politieke keuze, het is een simpele afspraak die Nederland in Brussel heeft gemaakt.

De afspraak om het tekort te verlagen, maakte Nederland in het kader van het Stabiliteits- en Groeipact dat het vertrouwen in de euro moet schragen. Een begrotingstekort van ruim 6 procent van het nationaal inkomen dit jaar moet in 2013 zijn teruggebracht tot de ondergrens van 3 procent die in Europa geldt. Omdat Nederland al door die grens heen is geschoten, zit het in een procedure, waarbij tussentijds aan de Europese Commissie verantwoording moet worden afgelegd over hoe het loopt met terugdringing van het financieringstekort.

Het gaat om zulke grote bedragen dat een nieuw kabinet de ingestelde werkgroepen hard nodig zal hebben – of de opvolgers van Balkenende IV het nu leuk vinden of niet. Want waar kan 18 miljard worden bespaard? Het is bijna 10 procent van wat de overheid jaarlijks uitgeeft.

Natuurlijk zou een opverende economie hulp kunnen bieden. Maar de groei zal dan wel al snel meer dan 4 procent per jaar moeten bedragen voordat het gat tussen inkomsten en uitgaven met de gewenste snelheid slinkt, zo schatte het ministerie van Financiën vorig jaar. De prognoses van het CPB zijn sindsdien niet verbeterd. Tegelijkertijd zal Brussel een plan dat terugdringing van tekorten louter baseert op bovenmatige economische groei niet accepteren – het past evenmin in de Nederlandse traditie van behoudend begrotingsbeleid. Tekorten bedreigen de solidariteit tussen generaties. De staatsschuld groeit, rentelasten stijgen. Het nageslacht betaalt dan de consumptie van vandaag.

Niettemin bestaan er grote verschillen van inzicht, ook onder wetenschappers, wanneer en hoeveel er bezuinigd moet worden. Economen zijn verdeeld of overheden nu al hun begrotingstekorten moeten terugdringen. De school van onder meer Nobelprijswinnaar Paul Krugman is van mening dat economieën nog veel meer overheidsstimulering nodig hebben, voordat aandacht aan de overheidsfinanciën wordt besteed.

Dat het kabinet middenin de crisis valt, hoeft niet per se een probleem te zijn. Balkenende IV nam zelf al heel bewust de tijd om op ombuigingen te studeren. Als een economie te kwetsbaar is, moet je als overheid niet te snel afknijpen, was de gedachte.

Voordat het nieuwe kabinet er is, moeten politici eerst de burgers van saneringen overtuigen. De meesten zagen paradoxaal genoeg hun koopkracht met 1,6 procent stijgen. Het gezicht van de crisis bestaat voor de meesten uit dalende koersen en doemverhalen. Balkenende zei eerder dat de verhoging van de AOW-leeftijd slechts het begin is van een reeks structurele ombuigingen die het politieke en maatschappelijke debat zullen domineren. We moeten de lasten verzwaren, propageerde de PvdA. We moeten nooit de belastingen verhogen, alle ombuigingen moeten uit bezuinigingen komen, zei het CDA. Soms kan het dichter bij elkaar liggen dan het lijkt: verlaging van de zorgtoeslag is in Haags perspectief een ‘lastenverlichting’, terwijl het verhogen van de belastingen om de zorg op peil te houden een ‘lastenverzwaring’ heet. Voor de consument is het beide een achteruitgang. Den Haag maakt zich op voor een hervormingskabinet.