Zelf denken is niet nodig

Vanavond is er een cross-over te zien de drie CSI-series. Een goede gelegenheid om ze met elkaar te vergelijken.

Dat is een visueel en muzikaal genoegen.

CSI is een droom. Een heerlijke droom voor wie van recht en orde houdt. In Miami droom je oranje, in Las Vegas blauw en in New York in daglicht. Het is een harde droom, waarin misdaden worden bestraft dankzij de inspanning van teams van wetenschappelijke crimefighters.

Het is bijna niet meer voor te stellen dat er ooit televisie was zonder de drie CSI-series. In vrijwel elk land zijn ze een succes. Genoeg reden voor een feestje, moet producent Jerry Bruckheimer hebben gedacht. Bovendien is het nu tien jaar geleden dat de eerste aflevering op het Amerikaanse scherm kwam. Twee jaar later volgde het filiaal in Miami en in 2004 opende de New Yorkse afdeling. Om dat te vieren liet Bruckheimer een verhaal bedenken dat in Miami begint en via NY in Las Vegas eindigt.

Vanavond is dat feestje te zien, waarin de forensische detectives en technische laboranten uit achtereenvolgens drie steden aan de zelfde zaak werken. Het is een goede gelegenheid om de drie te vergelijken.

CSI: Miami is behalve kleuriger (veel rood) ook heftiger met meer en explicieter geweld en vertraagd bloedgespetter. Met name de scènes in het lab waar bewijsstukken met de modernste glanzende apparatuur worden onderzocht zijn psychedelisch van kleur en geluid. De splitscreens dansen voor je ogen; de camera staat nooit stil en filmt het liefst door glas of langs spiegels. Bassen van keiharde dance maken van wat in wezen een scheikundeles is een overdonderende ervaring.

Het verhaal van de cross-over begint met een meisjesbeen dat in een moeras bij Miami wordt gevonden, plus de afgezaagde arm van een andere jonge vrouw. Nader onderzoek toont hoge concentraties zout en plutonium aan, en dat komt alleen in Nevada voor, weten de laboranten. Bij Las Vegas dus. Dr. Langston (Laurence Fishburne) van het CSI-team in Las Vegas wordt er via videoconferencing bij gehaald en hij herkent het meisje van de arm. Om zeker te zijn moet hij ter plekke het bewijs gaan bekijken.

„So he kills the girl in your town and dumps her in mine”, zegt inspecteur Horatio Caine als Langston uit de helikopter stapt. De roodharige Caine (gespeeld door David Caruso) heeft zo veel leed meegemaakt dat hij nog slechts in gefluisterde uitbarstingen spreekt, waarbij hij zijn hoofd vaak scheef houdt.

En dan neemt CSI: New York het over met een scène vol harde rock en twee auto’s die op elkaar afstormen. Detectives vinden een dood meisje in een vat. „Looks like it’s the end of the road for her.” Waarop CSI-inspecteur Mac Taylor (gespeeld door Gary Sinise) zegt: „And the beginning for us.” Ook in New York houdt men de dialoog graag beknopt. Het vatmeisje komt uit Miami en het duurt niet lang voor dr. Langston uit Las Vegas in New York arriveert.

In New York zijn de kleuren feller en realistischer. De muziek meer ambient, maar met sterke rockaccenten. Het tempo van de montage ligt lager dan in Miami.

Na een uurtje en een belangrijke arrestatie neemt CSI uit Las Vegas het stokje over. De oudste van de CSI’s zwelgt, met prachtige vogelvluchtbeelden, in de neon-architectuur van de gokstad. De muziek is een minder uitgesproken dance, maar wel dynamisch.

In alle drie de series wordt uitstekend geacteerd, al valt dat door de spanning niet zo op. Er zijn prachtige gastrollen en langzame psychologische ontwikkelingen in alle teamleden en heel soms mag iemand zich profileren. Maar de kern blijft de misdaad die in een minuut of veertig wordt opgelost.

CSI kijken is vooral een visueel en muzikaal genoegen. Je wordt aan de hand meegenomen naar de oplossing. Zelf denken is nog veel minder nodig dan bij andere misdaadseries, maar omdat je alles krijgt uitgelegd, voel je je toch reuze slim.

De cross-over-aflevering van CSI is vanavond om 20.30 uur te zien op RTL 4.