Waar dient dat kleine zakje in je spijkerbroek voor?

Je sleutels of je telefoon kun je er niet in kwijt. Guus Mulder uit Amstelveen vraagt zich af waar dat kleine zakje dat in veel broeken boven de rechterbroekzak zit gestikt, dan wél voor dient.

Misschien voor kleingeld of snoepjes? Of condooms? Of je iPod Shuffle? Maar die waren er in 1873 nog niet. In dat jaar vroegen Levi Strauss en zijn zakenpartner Jacob Davis namelijk het patent aan op de blauwe spijkerbroek met vijf zakken. De broekzakken werden met spijkers vastgemaakt.

„De jeans werden toen als overall over de gewone kleren gedragen en moesten dus tegen een stootje kunnen”, vertelt Lynn Downey, archivaris voor jeansfabrikant Levi Strauss & Co. Waar die kleine vijfde zak op de spijkerbroek voor dient, weet ze niet.

In 2002 schreef de Britse publieke omroep BBC een essay over het ontstaan van de gewone broekzak. Vroeger droegen mensen buidels aan een riem. Maar dat maakte het voor dieven makkelijk om te jatten. Het bleek veiliger om de zak met bezittingen aan de binnenkant van de kleding te dragen. Minpunt: het werd niet alleen voor dieven maar ook voor de eigenaar moeilijk om snel aan de inhoud van de zak te komen.Kleermakers maakten daarom een insnijding aan de zijkant van de broek. Zo kon men een buideltje met bezittingen aan een riem hangen om deze in de inkeping van de broek te hangen.

In het essay van de BBC staat te lezen dat een slimme vrouw eind 18de eeuw haar verstrooide man te hulp kwam: zij naaide een zak aan de binnenkant van zijn broek. Zo ontstond de eerste broekzak.

En die vijfde kleine zak? Volgens de BBC had vrijwel iedereen in de negentiende eeuw een zakhorloge. De spijkerbroek was aanvankelijk vooral een broek voor werklui, die hun horloge ergens kwijt moesten kunnen – bij voorkeur in hun broekzak, zodat ze er snel bij konden én zodat er geen krassen kwamen op het uurwerk.

Stephanie Samyn