Taiwanese meidenband: hip klassiek

Met een meidengroep concurreert de Republiek China (Taiwan) op cultuurgebied met rivaal Volksrepubliek China, zoals dit weekeinde in Leiden te zien was.

Leiden kreeg zaterdagavond een voorproefje van wat China’s soft power vermag. De Taiwanese gemeenschap in Nederland vierde de laatste dag van het lentefeest met een optreden van de Musou Band. Dat is een meidengroep uit Taiwan die Chinese klassieke muziek brengt. Klassiek, maar dan voor MTV-publiek, zo valt deze fusionband nog het best te beschrijven – negen twintigers gestoken in kekke laarsjes, supervrouwelijk in nauwsluitende mini-cheongsam, de traditionele Chinese dracht met split en opstaand kraagje. Virtuoos en elektrisch versterkt bespelen deze klassiek geschoolde muzikanten hakkebord, Chinese mandoline, pipa en bamboefluit. Hun artistiek leider Liu Shiue-shiuan, tevens componist en muziekleraar, beoogt niet alleen jongerenpubliek van videogame naar theater of club te lokken.

Hij wil hen ook direct achter de computer op hun wenken bedienen. „Musou is in Japan een populair videospelletje, in het Chinees betekent het ’t beste van het beste”, zegt hij. „Onze muziek moet ook de hardnekkigste nerds kunnen boeien.” Op YouTube is te zien wat hij bedoelt. Je kunt virtueel meespelen met de band via het spelprogramma Guitar Hero.

De nummers op hun eerste album zijn bij een Chinees publiek welbekend. Het zijn door Liu gearrangeerde klassiekers met een swingende beat eronder. Als showelement bedacht hij om deze ‘videogamemuziek’ door hippe meiden te laten uitvoeren. „Ik vond ze via Facebook”.

Liu geeft het toe, hij keek af bij de 12 Girlsband uit China, die tien jaar geleden al begon met fusion in minirok. Hij onderstreept enthousiast de verschillen tussen de twee bands,maar zijn poging om kopieerlust te verdoezelen lukt maar gedeeltelijk. Evenmin erg overtuigend klinkt zijn verweer tegen de aantijging dat hij als promotor van Taiwans cultuur voor het karretje van politici wordt gespannen. De Europese concerttour van drie weken wordt volledig betaald door de regering in Taipeh. Eilandstaat Taiwan (23 miljoen inwoners) steekt honderden miljoenen dollars per jaar in het uitventen van cultuurgoed, tegenwicht biedend aan een overweldigend aanbod op het vasteland van China (1,3 miljard). Sinds 2004 laat Peking zo’n honderd miljoen buitenlanders mandarijn leren aan wereldwijd ruim 280 Confucius-instituten, de Chinese variant van Goethe-instituut of Alliance Française. De meest recente is geopend in het hart van de moslimwereld, in Islamabad.

Taiwan stelt er de recente opening van twee culturele centra in Los Angeles en Houston tegenover. Terwijl de in 2008 aangetreden president Ma Ying-jeou met Peking onderhandelt over een gemeenschappelijke markt en Chinese toeristen voor het eerst Taiwan mogen bezoeken, blijft de onderlinge rivaliteit bestaan.

In China leeft confucianisme op, een georkestreerde revival, op weg naar een harmonieuze samenleving. Het is nieuw regeringsbeleid om bewust confuciaanse normen en waarden in ere te herstellen. Ter compensatie voor het gat dat door het afzweren van de communistische ideologie is ontstaan. En om een autocratisch bewind te rechtvaardigen. Modern Taiwan biedt hiertegen in Leiden met Musou-meidenpower lijdelijk verzet.