Tadzjikistan heeft weinig te kiezen

De Tadzjiekse president wakkert de angst voor radicalisering in zijn land aan. Volgens sommigen om daar politiek van te profiteren.

Dat de partij van president Emomali Rachmon de parlementsverkiezingen gisteren in Tadzjikistan ging winnen, was zeker. In het Centraal-Aziatische land zijn sinds de onafhankelijkheid, in 1991, nooit eerlijke verkiezingen gehouden. Niemand verwachtte dat de autoritaire Rachmon – zeventien jaar aan de macht – dit jaar iets anders van plan was. Ondanks herhaalde bezweringen van het tegendeel.

Tadzjieken smaalden weken van tevoren al dat de verkiezingen zo transparant zouden zijn, dat de uitslag toen al bekend was.

In die uitslag (volgens voorlopige resultaten vandaag behaalde de partij van de president 71 procent van de stemmen), waren velen in het Westen, met name in Washington, dan ook niet geïnteresseerd. Wel of er na afloop van de verkiezingen ongeregeldheden zouden uitbreken. Want sociale onrust in een land dat steeds belangrijker wordt voor de internationale troepenmacht in Afghanistan, zou een onwelkome afleiding zijn in westerse commandocentra.

Nu de hoofdaanvoerroute via Pakistan van de NAVO-troepen in Afghanistan door frequente aanslagen steeds moeilijker begaanbaar wordt, worden alternatieve bevoorradingswegen via Centraal-Azië belangrijker. Via Rusland, Kazachstan en Tadzjikistan (dat een grens van 1.300 kilometer deelt met Afghanistan) loopt een landroute voor niet-militaire transporten. In Kirgizië maken de Amerikanen gebruik van de luchtmachtbasis Manas.

De Amerikaanse gezant voor Afghanistan, Richard Holbrooke, onderstreepte eerder deze maand tijdens een rondreis door Centraal-Azië nog eens het strategische belang van de regio.

De NAVO-partners kunnen voorlopig gerust zijn. Rellen of andere ongeregeldheden bleven gisteren en vandaag uit.

Wel blijft de situatie in Tadzjikistan (7,5 miljoen inwoners) onzeker. Het land is het armste van Centraal-Azië, met een gemiddeld maandinkomen van zeventig dollar. Sinds de burgeroorlog van 1992, waarbij islamitische rebellen en nationalisten tegenover de communistische elite stonden en circa 100.000 Tadzjieken om het leven kwamen, is er nauwelijks vooruitgang geweest. Er was al hoge werkloosheid, en die is door de economische crisis verergerd. De export van aluminium en katoen is ingezakt. Belangrijker nog: Tadzjieken die in het Rusland of Kazachstan werken (ruim de helft van de beroepsbevolking en cruciaal voor de eigen economie) zijn massaal ontslagen en sturen geen geld meer naar huis.

De International Crisis Group (ICG) waarschuwde in januari voor ontwrichtende maatschappelijke gevolgen doordat honderdenduizenden Tadzjiekse jonge mannen na terugkeer uit het buitenland in een uitzichtloze situatie belanden. Deze groep is volgens ICG ook vatbaar voor radicalisering.

Ook president Rachmon wijst voortdurend op die dreiging. Islamitische rebellen die Afghanistan en Pakistan ontvluchten zouden een veilige haven zoeken in hun thuislanden in Centraal-Azië en ontevreden burgers rekruteren voor hun strijd. De laatste maanden heeft de regering veelvuldig melding gemaakt van gevechten tussen islamitische strijders en regeringstroepen in het grensgebied met Afghanistan. Die berichten zijn echter niet onafhankelijk te verifiëren.

In Tadzjikistan leeft het vermoeden dat Rachmon overdrijft om de harde hand waarmee hij regeert te legitimeren. Ook zou hij zijn politieke tegenstanders in diskrediet willen brengen. De belangrijkste tegenkandidaat bij de verkiezingen gisteren, was de Islamitische Wedergeboorte Partij (IRP). Die partij is de enige officiële islamitische partij in seculier Centraal-Azië en heeft afgelopen maanden veel aan populariteit gewonnen. Volgens aanhangers van Rachmon wil de IRP een islamitische staat oprichten. De partij zelf ontkent dat.