Senaat kan Crisis- en Herstelwet gewoon behandelen

De Eerste Kamer staat heel anders tegenover een demissionair kabinet dan de Tweede Kamer, betoogt Uri Rosenthal.

Na de val van het kabinet gaat Balkenende verder met een demissionair kabinet, dat al datgene moet doen wat in het landsbelang is. Dit leidt tot veel commotie over de vraag welke wetsvoorstellen nog behandeld zullen worden. Lobbygroepen laten zich niet onbetuigd. Voorbeelden: de verhoging van de AOW-leeftijd en rekeningrijden in de Tweede Kamer. En de Crisis- en Herstelwet in de Eerste Kamer.

Morgen zal in de Eerste Kamer in elk geval aan de orde komen of enkele wetsvoorstellen inderdaad afgewikkeld zullen worden. Wat mij betreft zal dat gewoon gebeuren.

De Tweede en Eerste Kamer worden in deze discussie abusievelijk over één kam geschoren. Er kunnen immers ernstige bedenkingen worden geuit tegen het opspelen van het controversiële karakter van wetsvoorstellen in de senaat. Laten we ons bepalen tot de situatie die zich na de val van het missionaire kabinet-Balkenende voordoet. In de eerste plaats staat de Eerste Kamer op afstand van wat daarbij aan de orde is. Het belangrijkste argument voor het controversieel verklaren van wetsvoorstellen is dat de uitslag van de vervroegde verkiezingen tot een geheel andere samenstelling van de Tweede Kamer kan leiden. Het snel afwikkelen van wetsvoorstellen zou afbreuk doen aan de soevereiniteit van de kiezers.

Maar dit gaat niet op voor de Eerste Kamer. Deze heeft part noch deel aan wat zich binnen het kabinet en in het verlengde daarvan tussen regering en Tweede Kamer heeft afgespeeld – laat staan aan de vervroegde verkiezingen op 9 juni. De Eerste Kamer heeft eenelectoraal mandaat voor de periode 2007-2011. Zij gaat tot 2011 in dezelfde samenstelling door. Om het zo te zeggen – het zou wat zijn als na de indirecte verkiezingen voor de Eerste Kamer in 2011 in de Tweede Kamer aanhangige wetsvoorstellen controversieel zouden worden verklaard.

In de tweede plaats zou men kunnen zeggen dat er, ongeacht de samenstelling van de Tweede Kamer na de vervroegde verkiezingen, een nieuw regeerakkoord zal komen. Daarin zullen sommige lopende wetsvoorstellen terugkomen en andere verdwenen zijn. Maar een regeerakkoord is, anders dan de term suggereert, geen akkoord tussen de aantredende bewindspersonen. Het is een overeenkomst tussen de voorzitters van coalitiefracties in de Tweede Kamer. En dat heeft geen bindende kracht in de Eerste Kamer.

Ook in de Eerste Kamer zijn allerlei gewoonten binnengeslopen die het controversieel verklaren van wetsvoorstellen nog eens extra kracht zouden bijzetten. Dat betreft in het bijzonder het aantal leden dat een wetsvoorstel controversieel zou mogen verklaren. Vanuit kleinere fracties wordt steeds weer benadrukt dat een Kamerminderheid een beslissende stem zou moeten hebben. In het verre verleden was een verzoek van slechts tien leden toereikend om de behandeling van een wetsvoorstel te staken. Later werd wel de eenderde regel – dus vijfentwintig leden – gehanteerd. Dit soort varianten moet afgewezen worden. Vanzelfsprekend behoort het tot de principes van democratische besluitvorming dat de meerderheid rekening houdt met de opvattingen van de minderheid. Maar het begint met de regel dat de meerderheid beslist. Als er al besluitvorming over het controversieel verklaren van wetsvoorstellen in de Eerste Kamer plaatsheeft, dan behoort die zich te voltrekken volgens de gewone meerderheidsregel. De minderheid heeft geen reden om daarover te wanhopen. Want de afgelopen jaren zijn er meer dan eens wisselende meerderheden geweest.

Er is dus alle reden om het controversieel verklaren in de Eerste Kamer controversieel te verklaren. En des te meer reden voor de voorzitter van de Eerste Kamer om ver weg te blijven van de minister-president die met hem zou willen verkennen welke wetsvoorstellen nog afgehandeld kunnen worden.

Prof.dr. Uri Rosenthal is fractievoorzitter voor de VVD in de Eerste Kamer.