Opportunistische Asscher

Het is een gotspe dat juist wethouder Asscher (PvdA) durft te spreken over de ‘onaantastbare autonomie’ van de schoolbesturen (NRC Handelsblad, 25 februari). Er is geen stad in Nederland waar de veelkoppige overheid zoveel vingers in de pap van het onderwijs heeft als Amsterdam. Schoolbesturen zijn er in theorie zelfstandig (wat nog iets anders is dan autonoom), maar worden in de uitvoering van hun dagelijks beleid beperkt door allerhande overlappende en soms tegenstrijdige eisen die stadsdelen, centrale stad, inspectie en verplichte samenwerkingsverbanden aan hen stellen.

Dat schoolbesturen zelfstandig zijn geworden, is het resultaat van het markt- en klantgerichte denken dat vanaf 1990 tot kort geleden in zwang was. Het idee erachter was dat zelfstandig opererende scholen, geleid door professionele bestuurders, beter kunnen inspelen op de behoeften van ouders en leerlingen dan een traag en onvoorspelbaar functionerend ambtelijk-politiek apparaat. Dat maatschappelijke opvattingen hierover in de afgelopen jaren 180 graden zijn gedraaid, kun je de huidige besturen in Amsterdam niet verwijten. Zij zijn net begonnen met het opruimen van de rommel die de stadsdelen soms decennialang hebben laten liggen. Dat daarbij conflicten rijzen en ontslagen vallen, is niet meer dan logisch. Het is een schande dat een politicus als Asscher zo opportunistisch is om deze voorgeschiedenis te verzwijgen nu hem dat beter uitkomt.

Zijn stelling dat ouders ieder mechanisme ontberen om hun belangen te waarborgen, is demagogisch. Iedere school heeft bij wet een Medezeggenschapsraad waarin ouders zitting hebben. Dat de belangstelling van ouders daarvoor doorgaans niet groot is, en de kwaliteit van de MR doorgaans matig, zegt meer over het consumentisme van die ouders dan over het gebrek aan controlemechanismen.

Hartger Wassink

Onderwijsadviseur CPS, Amersfoort