Luisteren past niet in Fritsma's aard

Frustratie over „massa-immigratie” dreef hem naar de PVV. Kamerlid Sietse Fritsma trekt als lokaal lijsttrekker ook ten strijde in de gemeente Den Haag.

Twaalf ministeries kregen afgelopen zomer een pakket schriftelijke vragen. Afzender: Sietse Fritsma, Tweede Kamerlid voor de Partij voor de Vrijheid (PVV). Of ze voor hem de kosten en baten van immigranten op een rijtje konden zetten. Fritsma kreeg een stortvloed aan kritiek over zich heen, maar wist dagenlang alle aandacht in politiek Den Haag naar zich toe te trekken.

Dat was niet voor het eerst.

Onmiddellijk na zijn aantreden als Kamerlid, begin 2007, zorgde Fritsma voor tumult in de Kamer toen hij de beëdiging van de staatssecretarissen Albayrak (Justitie, PvdA) en Aboutaleb (Sociale Zaken, PvdA) probeerde te blokkeren. Reden hiervoor was hun dubbele nationaliteit: Albayrak heeft een Turks en een Nederlands paspoort, Aboutaleb een Marokkaans en een Nederlands. Fritsma maakte hiertegen bezwaar wegens mogelijk tegenstrijdige belangen.

Provoceren, daar houdt Fritsma van. Hij is niet de politiek in gegaan om vrienden te maken.

De 37-jarige Sietse Fritsma heeft de afgelopen jaren naam gemaakt als Kamerlid. Hij zit op één van de belangrijkste dossiers voor de PVV: immigratie en integratie. Inmiddels heeft Fritsma zijn blikveld vergroot. Bij de komende gemeenteraadsverkiezingen is hij lijsttrekker voor de PVV in Den Haag. Volgens de peilingen kan de partij van Geert Wilders daar in maart de grootste worden. Vanaf dan beent Fritsma door het Haagse stadhuis met zijn typerende reuzenstappen, zwaaiende armbewegingen en zijn nét te korte broekspijpen.

Sietse Rindert Fritsma werd op 31 maart 1972 geboren in Franeker. Zijn vader en opa waren palingvissers. Omdat dit niet genoeg opbracht om het gezin te onderhouden, was Fritsma’s vader ook conciërge op een school. Later begon hij een schoonmaakbedrijf. Fritsma’s moeder was huisvrouw.

„Zijn ouders waren sobere mensen. Vriendelijk, maar erg op zichzelf”, vertelt Betty Venema, die bij de familie in de straat woonde. Het gezin was Nederlands-hervormd. Fritsma – toen nog met een flinke bos krullen en zonder bril – struinde in het voorjaar met zijn vader en zijn oudere broer Geert de weilanden af, op zoek naar kievitseieren. Met vriendjes ging hij fierljeppen. Volgens zijn vroegere buurjongens, Rien en Eddy Venema, was Fritsma een onopvallende, stille jongen. „Hij was een slimmerik die veel met zijn neus in de boeken zat.”

Fritsma’s moeder werkt toch maar niet mee aan dit artikel. Zij respecteert het dat haar zoon werk en privé gescheiden wil houden.

De zomer nadat Fritsma zijn havo-diploma had gehaald, bracht hij door in Amerika als begeleider van een summer camp. Hij kreeg de smaak van het reizen te pakken. Al snel vertrok hij voor een jaar naar Israël, waar hij in een kibboets werkte. Ook tijdens zijn studie sociale geografie ging hij er een jaar tussenuit, naar Australië. Om zijn verblijf te bekostigen, had hij diverse baantjes: hij was verhuizer in Perth, plukte mango’s in Queensland. Met het verdiende geld huurde hij met vrienden een zeilboot waarmee ze over het Groot Barrièrerif voeren. Voor zijn studie deed hij een aantal maanden onderzoek op de Filippijnen. Inmiddels hebben Fritsma en zijn vriendin, met wie hij samenwoont in Scheveningen, een tweede huis aan de Costa da Prata in Portugal. Wanneer Fritsma over zijn reizen vertelt, straalt hij. Op zijn werkkamer in de Tweede Kamer hangt een foto van Ayers Rock in Australië.

Terug in Nederland maakte Fritsma bedrijfspanden schoon om zijn studentenleven te kunnen betalen. In die tijd had hij sporadisch vriendinnetjes. Fritsma was een onopvallende student, zeggen studiegenoten. Hij was niet aangesloten bij een studenten- of faculteitsvereniging. Een uitgesproken politieke voorkeur had Fritsma toen niet. „Het was een wat dromerige, zachtaardige jongen. Ik was wel verbaasd dat hij bij de PVV ging”, zegt oud-studiegenoot Martijn Schutte. Hij zag Fritsma onlangs bij Pauw & Witteman, maar herkende hem niet terug. „Hij is wel heel erg fel.”

Na zijn afstuderen ging Fritsma aan de slag als ambtenaar bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) in Rijswijk. Naar eigen zeggen ontdekte hij dat partnermigratie „de motor achter de massa-immigratie” is. „Er werd zó overduidelijk gefraudeerd, maar binnen de IND gebeurde daar niets mee”, zegt Fritsma, die hierover later het boek De immigratieramp van Nederland schreef. „Ik liep tegen hoge muren op, ik moest iets doen met mijn frustraties.”

Bij de IND, waar duizenden mensen werken, wil of kan niemand iets over Fritsma vertellen. De directie meldt slechts dat hij „naar behoren functioneerde”. Bij VluchtelingenWerk kan niemand zich iets van hem herinneren.

In 2006 meldde de toen 34-jarige Fritsma zich met zijn frustraties bij de PVV. Het klikte en Wilders zette hem op de negende plaats op de kieslijst, waardoor Fritsma in 2006 met de hakken over de sloot in de Tweede Kamer terechtkwam. Met zijn werklust, dossierkennis en gedrevenheid is niets mis, zeggen collega-Kamerleden. PvdA’er Hans Spekman: „Het is hartstikke goed hoe hij zich ingraaft in dossiers.” Maar in debatten roept de standaard verontwaardigde Fritsma, die zich vooral van oneliners bedient, veel ergernis op. Keer op keer spreekt hij over „de massa-immigratie die werkelijk de spuigaten uitloopt”, „de immigratiesluizen die wagenwijd openstaan” en de „immigratierecords” die onder dit kabinet zijn gebroken.

„Hij is net een kapotgespeelde langspeelplaat”, zegt Naïma Azough (GroenLinks). „Als hij aan het woord is, schakel ik gewoon even uit.” Ze is niet de enige. Als Fritsma aan zijn inbreng begint, verdiepen Kamerleden zich in hun Blackberry’s of ze bladeren door de stukken. Hij heeft zijn vaste bezweringformules, zegt Mirjam Sterk (CDA), en „die kennen we nu wel.” Azough noemt hem „zwartgallig”. Volgens Spekman „blijft hij erg in zijn verbetenheid hangen”.

Fritsma zou politiek effectiever kunnen zijn wanneer hij aansluiting zoekt bij andere fracties, zegt Sterk. „Soms heeft hij een goed punt en zou het best tot samenwerking kunnen komen. Maar hij heeft me nog nooit benaderd.” Volgens PVV’er Hero Brinkman komt dat door Fritsma’s portefeuille. „Eerlijk is eerlijk, op zijn terrein heeft de PVV een bikkelhard verhaal. Daarin staan we helemaal alleen.”

Ook als lijsttrekker voor de PVV in het multiculturele Den Haag, waar 48 procent van de bewoners van niet-westerse afkomst is, ligt Fritsma onder vuur. Politieke tegenstanders noemen zijn verkiezingsprogramma „twee A4’tjes zonder oplossingen”. Veel kritiek krijgt zijn voornemen om 150 miljoen euro te snijden in subsidies voor kunst, cultuur en welzijn.

De kandidaat-raadsleden van de PVV in Den Haag zijn daarentegen vol lof over hun lijsttrekker. Zij noemen hem toegankelijk en gezellig. „Als je hem in de Kamer ziet debatteren, lijkt hij een stijve figuur. Maar je kunt echt met Sietse lachen”, zegt Chris van der Helm, de nummer negen op de kieslijst. „Je kunt 24 uur per dag bij hem terecht”, zegt nummer drie, Willie Dille. Zij noemt ook zijn „ongekende eetlust”. Bij bijeenkomsten stort Fritsma zich op een schaal met broodjes. PVV-Kamerlid Richard de Mos, die ook op de lijst in Den Haag staat: „We noemen hem niet voor niets Sietse Febo.”

Zijn politieke tegenstanders zien een andere Fritsma. De PVV-frontman wekt tijdens de campagne ergernis op. Zoals bij een van de verkiezingsdebatten van RTV West. Op vragen van de lijsttrekkers van D66 en de SP gaat hij niet in. In plaats daarvan herhaalt hij uitspraken als: „U wilt multiculturele droomprojecten in stand houden.” D66-lijsttrekker Marjolein de Jong heeft het debat als „erg vervelend” ervaren. „Het is iemand die heel erg aan zijn eigen mantra’s vasthoudt. Luisteren zit niet in zijn aard.”