Lekker kleinschalig

Eigenlijk is het heel raar dat gemeenteraadsverkiezingen opgevat worden als een vorm van nationale opiniepeiling ten aanzien van de landelijke politiek. Je zou denken dat als het er érgens direct toe doet door wie je vertegenwoordigd wordt, het wel in je gemeente is. Landelijk kun je je opwinden over grote standpunten als wel of niet in Afghanistan blijven, integratieproblematiek, rekeningrijden enzovoort. Maar in je gemeente wóón je, daar leef je elke dag, en dan kan het je veel meer schelen of ze wel of niet een kolencentrale vlakbij gaan bouwen, of men het muziekcorps in stand wil houden en hoe er gedacht wordt over de vuilverwerking dan of de partij van je voorkeur op landelijk niveau voor of tegen militaire steun aan Amerika is. Laat ze er liever voor zorgen dat de bibliotheek open blijft, dat het bejaardenzwemmen niet verdwijnt, dat ze in Den Haag horen dat het leven op het platteland met zijn geringe openbaarvervoersdichtheid er wat autogebruik betreft noodzakelijkerwijs heel anders uitziet dan het leven in de Randstad voor ze kilometers gaan heffen.

Het is juist prettig om op één moment kleinschalig te kunnen en mogen denken. In Amsterdam zou je bijna nog liever dan gemeenteraadsverkiezingen stadsdeelraadverkiezingen hebben, en met de stadsdeelbestuurders door de buurt willen lopen en zeggen: kijk, het met hoge drempels afzetten van deze trambaan leek misschien een leuk idee op papier, maar het betekent dat fietsers krankzinnig om moeten rijden en jullie weten ook wel dat fietsers zo niet zijn, en nu gaan ze zich over die hobbels op de trambaan wringen en dat is levensgevaarlijk!

Ai, denkt nu iedereen, wat een oubollige onderwerpen. Moet het dan helemaal niet gaan over de problemen van migrantengezinnen?

Ja, daar moet het natuurlijk ook over gaan. Maar zoals gezegd: niet steeds. In de gemeente waar ik woon zijn amper migrantengezinnen. De problemen zijn er heel anders, die gaan over wegen en over voorzieningen die uit de dorpen verdwijnen. Het probleem is er niet zozeer dat de mensen zich veilig moeten voelen, want dat voelen ze zich wel, maar dat ze willen dat het ’s nachts donker is. Een dorp is geen stadswijk die gebaat is bij goede verlichting, in een klein dorp op het wijde land wil je de sterren kunnen zien en de stilte van de nacht voelen.

Nu ja, de meeste mensen dan.

Vooruit: sommige mensen.

En voor die mensen moet er dan een plaatselijke partij zijn, of een plaatselijke partijafdeling, die zegt: wij weten wat het is om hier te wonen. Wij denken niet alleen maar aan economische groei, wij weten best dat er hier krimp heerst. En daar gaan wij niet bij staan jeremiëren, wij gaan ons afvragen wat voor mogelijkheden en onmogelijkheden gepaard gaan met een niet al te hoge bevolkingsdichtheid.

Maar dat is niet zo in de mode. Iedereen wil zich zo graag een wereldburger voelen, een bewoner van internet, een opiniedenker, dat het ongelooflijk tuttig lijkt om je druk te maken over het uitzicht.

Bedenksels als er nu weer in Twente bij de herbestemming van het vliegveld gehoord worden: een bedrijvenpark maken en dat dan elders ‘compenseren’ met nieuwe natuur, zijn volkomen onzinideeën als je ergens woont en je thuis voelt en een gebied en een landschap kent. Hoe vreselijk is het als de geschiedenis radicaal uit het landschap gegumd wordt om plaats te maken voor bedrijventerreinen en een stukje op de tekentafel verzonnen natuur. Dat werkt vervreemdend, dat is een manier om tegen de mensen te zeggen: het doet er niets toe of jullie je hier thuis voelen, het enige wat ertoe doet is dat wij aan een algemeen ideaal van ‘groen’ beantwoorden.

Ik bekeek onlangs de documentaires die Digna Sinke over het eiland Tiengemeten maakte, een eiland dat van boerenlandschap veranderd werd in natuur met ‘recreatief medegebruik’. Boerderijen van tweehonderd jaar oud werden gesloopt. Met hoge bomen omzoomde lanen weggebulldozerd. De dijk die het land zolang beschermd had, doorgestoken. De uitzichten die jaar in jaar uit altijd hetzelfde maar toch steeds anders waren geweest, anders door het seizoen, het weer, de lichtval, de vogelstemmen, werden in een half jaar radicaal veranderd. Waar brave gewassen stonden, werd zorgvuldig natuur gekweekt die door de eeuwige grote grazers bijgehouden moest worden.

Allemaal leuk voor de biologen en de landschapsontwerpers. En vast ook voor toeristen op een zonnige dag. Misschien moet er ook af en toe wel eens ergens een plek zijn waar zoiets kan. Maar voor wie zich ergens voelt horen, is het een ramp. En een nog grotere ramp is het gevoel dat wij alles naar onze hand kunnen zetten. Natuur? Maken we voor u!

Vanzelfsprekend mag er best eens ergens iets veranderen. Ook gemeenteraden moeten keuzes maken, mobiliteit afwegen tegen stilte, nieuwbouw tegen een sloot met kikkers en dotters, boeren de gelegenheid geven een gezond bedrijf te hebben ook als dat eens ten koste gaat van een uitzicht en omgekeerd een oude bomenrij laten staan ook al zou het heel gemakkelijk zijn om de weg ten koste van die bomen te verbreden.

Dat wil je dus horen van partijen in de gemeente. Hoe ze zulke dingen gaan doen. En niet wie ze denken bij de landelijke verkiezingen als kandidaat-premier naar voren te schuiven. Die kandidaten wonen hier niet.

Wij wel. En reken maar dat we gaan stemmen.

Wilt u reageren? Dat kan op nrc.nl/vos