Je levenseinde in je eigen hand nemen

Een van de moeilijkheden bij euthanasie is de hulp van buitenaf.

Boudewijn Chabot is daarom voor meer zelfbeschikking.

De initiatiefgroep Uit Vrije Wil, die voor zeventigplussers de mogelijkheid van een zelf geregisseerde dood bepleit, heeft in korte tijd de vereiste 40.000 handtekeningen verzameld, zodat hun petitie geagendeerd kan worden in de Tweede Kamer. Blijkbaar heerst er grote beduchtheid onder de bevolking voor een onwaardige, ontluisterende manier van doodgaan. Het boek Uitweg van psychiater Boudewijn Chabot, geschreven in samenwerking met journaliste Stella Braam, verschijnt middenin de herleefde discussie over het recht van ouderen op een zelfgekozen dood. In de jaren negentig werd deze discussie al eens eerder gevoerd onder de vlag ‘de pil van Drion’. Dit idee is nooit serieus overwogen in politieke kringen. In de euthanasiewet die in 2001 werd aangenomen staat zelfbeschikking weliswaar centraal als voorwaarde waaraan moet worden voldaan, maar even belangrijk is het criterium ‘ondraaglijk en uitzichtloos lijden’.

Omdat artsen degenen zijn die de euthanasie-aanvraag beoordelen, wordt lijden bijna altijd geïnterpreteerd als ‘lichamelijk lijden’. Geestelijk lijden komt heel sporadisch in aanmerking als reden voor euthanasie. Een doodswens geldt in de eerste plaats als symptoom van depressie. Psychiaters willen hun vingers er niet aan branden, een enkele uitzondering daargelaten; zoals Chabot zelf, die in 1993 dodelijke middelen ter beschikking stelde aan een 50-jarige vrouw die haar beide kinderen had verloren en niet meer verder wilde leven. De Hoge Raad achtte Chabot schuldig, maar legde geen straf op: ‘gelet op de persoonlijkheid van verdachte alsmede de omstandigheden’.

Als ouderenpsychiater kwam Chabot in contact met bejaarden die door chronische ziekten, voortschrijdende hulpbehoevendheid en vaak het wegvallen van de partner het gevoel hadden in een woestijn te leven zonder enig perspectief. Hun probleem was niet eenzaamheid of gebrek aan aandacht, maar verstikkende gevoelens van zin- en machteloosheid. Uit empathie verdiepte hij zich in de mogelijkheden om binnen de wet soelaas te bieden aan mensen met een overtuigde, aanhoudende doodswens.

Chabot promoveerde in 2007 op een onderzoek naar de frequentie van overlijden door bewust versterven of het innemen van dodelijke medicijnen. In 2009 verscheen van hem Een waardig levenseinde in eigen hand, waarin hij een overzicht geeft van de stand van zaken op medisch en juridisch gebied. Uitweg biedt dezelfde informatie, maar toegankelijker voor een lekenpubliek. Het boek vormt een naslagwerk, voor iedereen die zich wil oriënteren in deze materie, aangevuld met persoonlijke verhalen van nabestaanden van mensen die voor zelfeuthanasie kozen (niet allemaal succesverhalen) en interviews met een drietal deskundigen: verpleeghuisarts Bert Keizer, consulent van Stichting De Einder Ton Vink en jurist en mede-initiatiefnemer van Uit Vrije Wil Eugène Sutorius.

Het sterke van de positie van Chabot is dat hij zelfbeschikking op face value neemt. Voor hem staat het gelijk aan ‘je lot in eigen hand nemen’, niets meer maar vooral ook niets minder. De even beladen als onontbeerlijke externe hulp die gewoonlijk bij euthanasie komt kijken, verliest daardoor aanzienlijk aan belang. Het probleem van een humane dood op afroep is immers dat er iemand anders aan te pas moet komen om het vuile werk op te knappen. Hoe begrijpelijk of invoelbaar een doodswens zich ook kan laten aanzien, de roep om legalisering van de benodigde hulp hierbij kan een dwingende indruk maken. Alsof hulp bij zelfdoding een recht is waar je aanspraak op kunt maken. Chabot gaat daar niet vanuit. Hij stelt dat een einde aan je leven maken op zichzelf niet illegaal is, dat er goede gronden zijn waarom mensen die beslissing kunnen nemen en dat het heel goed mogelijk is om hier zelf de verantwoordelijkheid voor te nemen. In zijn boek gaat het om drie groepen: hoogbejaarden die klaar zijn met leven, mensen met beginnende dementie en mensen met een lang psychiatrisch verleden zonder uitzicht op verbetering. Geen van deze condities wordt door artsen als voldoende indicatie voor euthanasie beschouwd.

Uit Chabots onderzoek kwam naar voren dat zelfeuthanasie ongeveer 4.000 keer per jaar voorkomt bij mensen in voornoemde drie categorieën, aangevuld met mensen die aan zware lichamelijke aandoeningen lijden, zonder dat de dood nabij is. Hoe dichter een patiënt bij de dood is, hoe meer kans een verzoek om euthanasie maakt. Tachtig procent van de ‘gewone’ legale euthanasiegevallen betreft mensen met een vergevorderde kanker. Op basis van gesprekken met nabestaanden, mensen die in de zorg werken en andere deskundigen op medicijngebied heeft Chabot een handboek samengesteld met praktische informatie over hoe men zich een goede dood kan verschaffen. Onder een goede dood verstaat hij thuis sterven, omringd door dierbaren, zonder geweld of pijn. Chabot spreekt van ‘zelfeuthanasie’, anders dan zelfmoord die in eenzaamheid en meestal met geweld plaatsvindt. Bij een waardige levensbeëindiging zijn altijd naasten betrokken. Volgens Chabot is de kans op slagen groot als ook de vertrouwenspersonen erkennen dat er geen alternatief meer is. Zij moeten zich openstellen zonder te snel in de doodswens mee te gaan en zonder er te hard tegenin te gaan.

Valt dit boek zelf onder ‘hulp bij zelfdoding’, zoals bedoeld in Artikel 294 van het Wetboek van strafrecht, en zou het om die reden kunnen worden verboden of ten minste als subversief aangemerkt? De vraag dringt zich op, vooral bij de tabellen met medicijninformatie. Chabot meent van niet, net zo min als het strafbaar of immoreel is om touw te verkopen. De hele procedure kan door de auto-euthanasist in spe zelf worden afgehandeld in samenspraak met naasten, en met verzorgenden en huisarts in een ondersteunende rol. Mogelijk zullen vrienden of familie een verzoek krijgen om ergens in Europa medicijnen te shoppen, maar zo’n verzoek en de inwilliging ervan spelen zich over een lange tijd af binnen de privacy van een relatie – een volstrekt andere context dan een toetsingscommissie voor doodsaanvragen.

Chabots boek is belangrijk, omdat hij artsen op afstand zet van de dood. Dit staat dwars op de maatschappelijke tendens om alles wat met euthanasie te maken heeft op het bordje van de arts te schuiven. In de praktijk ervaren artsen het plegen van euthanasie als emotioneel zwaar belastend. Het is en blijft een fremdkörper binnen hun professie. Het behandelen van niet-reguliere euthanasieverzoeken door hiertoe opgeleide ‘specialisten levenseindezorg’ lijkt onwaarschijnlijk: de praktische uitvoering zal alsnog op artsen zal neerkomen.

Zie voor meer informatie www.boudewijnchabot.com

Boudewijn Chabot, Stella Braam: Uitweg. Een waardig levenseinde in eigen hand. Nijgh & Van Ditmar, 272 blz. € 22,50.