Het is kiezen: inktvis vissen of hasjhandel

De toch al zwakke economie van het Spaanse vissersdorp Barbate maakt door de crisis een zeer moeilijke tijd door.

Onder dorpsjongeren is de drugshandel daarom in trek.

De hasjhandel is als „een feest en iedereen in Barbate geniet er van”, zegt Antonio. En hoewel hij ontkent zelf ook mee te doen aan de florerende drugssmokkel in het Zuid-Spaanse vissersdorp, wil Antonio best uitleggen welke bedragen er bij een transport verdiend worden. „Dat weet toch iedereen hier”, vertelt hij in zijn kantoortje op het gemeentelijke sportcomplex, waar hij in het weekeinde allerhande klusjes doet.

Antonio – grof getrimd matje in de nek, namaak Armani-zonnebril in het haar – legt uit wat er gebeurt als er weer een smokkelbootje uit het nabijgelegen Marokko in Barbate landt. „Er zijn meerdere mensen nodig om de lading veilig te stellen. Afhankelijk van het risico dat iemand loopt, wordt het bedrag bepaald”, aldus Antonio, door iedereen die hem kent ‘El Feo’ (de Lelijkerd) genoemd.

Voor één kilo, zegt hij, werd vroeger altijd 1 miljoen peseta’s gerekend, wat nu circa 6.000 euro is. „Per transport zijn vijf tot tien ‘bosjesmannen’ nodig, verklikkers die op de uitkijk staan. Zij verdienen een ‘halve kilo’, 3.000 euro dus. Dan zijn er de koeriers, die de lading naar een veilige plek brengen, die krijgen ‘drie kilo’. Vervolgens zijn er de mensen die de lading bewaken. Die krijgen ‘vijf kilo’. Zo werkt het.”

Barbate (24.000 inwoners) geniet in Spanje landelijk bekendheid als een belangrijke doorvoerhaven van hasj. Smokkelbootjes uit Marokko vallen tussen het drukke zeeverkeer in de nauwe straat van Gibraltar amper op. In Barbate zetten ze hun lading af op het strand of in de haven, waarna het vliegensvlug opgepikt, verstopt en doorgevoerd wordt. Dit gebeurde jarenlang zó openlijk, dat Barbate bijnamen verwierf als ‘wetteloze stad’ en ‘stad van de misdaad’.

Toen de Guardia Civil enkele jaren gelden een nieuw radarsysteem in gebruik nam, verplaatste de handel zich deels naar andere havens in de regio Cádiz. Maar in het straatbeeld van Barbate blijft te zien dat er volop drugsgeld circuleert. Geld dat net zo makkelijk lijkt te worden uitgegeven als dat het verdiend is. Na de lunch paraderen jonge mannen in dure auto’s over de zeeboulevard, een vaak nog jonger vriendinnetje, verlegen ineengedoken, naast zich. Anderen racen door het dorp op de duurste en nieuwste modellen motoren.

Dit terwijl de toch al zwakke economie van het dorp, net als de rest van Spanje, een zeer moeilijke tijd doormaakt. De werkeloosheid bedraagt er met 36 procent bijna het dubbele van het landelijke gemiddelde. De visserij leeft elk jaar minder op en het toerisme is er lang niet zo’n belangrijke inkomstenbron als in nabijgelegen kustplaatsen. Wie in deze crisistijd wat wil bijverdienen, maar niet in de hasjhandel wil, kan twee dingen doen, zegt Antonio: „Dennenappels rapen of op inktvis gaan vissen.” Beide zijn geen vetpot.

Onder jongeren in het dorp is de drugshandel daarom erg in trek, zegt José Cagigas. Hij is sportleraar op een middelbare school in het armste gedeelte van Barbate. Bijna de helft van de ouders van zijn leerlingen is werkloos, schat hij. „Veel van mijn leerlingen vallen vroegtijdig uit. De enige manier om ze op school te houden, is hun ouders te dreigen dat ze hun uitkering verliezen. Maar sommige kinderen gaan vervolgens problemen schoppen, opdat we ze wel moeten schorsen en zij weer een maand thuis kunnen zitten.”

Het eerste jaar dat Cagigas op de school lesgaf, probeerde hij zulke kinderen nog te veranderen. „Ik hield ze voor dat ze hun toekomst op deze manier vergooiden. Maar dan antwoordden ze: ‘Ik kan toch altijd nog in de hasj gaan’. Ik stelde dan: ‘Ik ken niemand boven de dertig die niet in de gevangenis heeft gezeten wegens smokkel’. Maar zij begonnen dan in de klas op te scheppen dat zij een oom van 45 hadden die nooit gepakt was.”

Elisa Cid werkt als pro-deoadvocaat bij de plaatselijke rechtbank. Meer dan negentig procent van de zaken die ze daar behandelt, schat zij, heeft te maken met drugshandel. Maar ze vindt het veel te ver gaan om te zeggen, zoals bijvoorbeeld Antonio El Feo doet, dat heel Barbate er van profiteert. „Het lijkt misschien zo, door de vele media-aandacht en omdat het snelle geld opzichtig wordt getoond. Maar hoogstens 20 procent van de bevolking is van drugsgeld afhankelijk, schat ik.”

Volgens Cid, zelf geboren in Barbate, zien jongeren in het dorp niet in dat er hier weinig toekomst voor hen is. „Iedereen die iets kan, zou ergens anders heen moeten gaan. Om te werken of studeren. Er is niemand die je het verbiedt.”

De ontsnappingsroute die de drugshandel biedt, houdt velen echter hier, zegt leraar Cagigas. „Ook zonder de drugshandel is het voor een normaal kind al zó lastig om hier zonder problemen op te groeien, dat het mij en mijn collega’s bijna verbaast wanneer het wel gebeurt.” Een beetje talentvolle leerling raadt hij dan ook aan: „Ga hier weg.”