Goldman moet fouten toegeven

Zelfs het machtige Goldman Sachs maakt fouten. Het besluit van de Amerikaanse zakenbank om Griekenland in 2001 te helpen een deel van zijn schulden uit de openbaarheid te houden, was er daar één van.

De transactie stelde de Griekse regering in staat een boekhouding te voeren waarin de schulden van het land systematisch met 1,6 procent van het bruto binnenlands product werden onderschat.

De regeling was niet onwettig en was goedgekeurd door het bureau voor de statistiek van de Europese Unie. Maar het bijstaan van een klant in zijn pogingen om de transparantie van zijn financiële positie minder helder te maken, blijft ethisch twijfelachtig. Voor zijn eigen bestwil kan Goldman beter toegeven dat de firma de beginselen, waaraan zij trouw zou moeten zijn, heeft geschonden.

Destijds leek het er misschien op dat het doel van de transactie, het gerust stellen van de medelidstaten van de eurozone, de middelen rechtvaardigde. Maar achteraf gezien is het lastig dergelijke financiële goocheltrucs te verzoenen met het uitgangspunt van Goldman dat zijn werknemers zich volledig aan „de letter en de geest van de wet en de ethische beginselen moeten houden die ons sturen”.

Er zijn wel verzachtende omstandigheden. Goldman, dat zorgvuldig de ethische en reputatierisico’s van individuele transacties overweegt, stond niet alleen. Ook andere banken hielpen overheden hun voordeel te doen met het zwakke toezicht op de begrotingsdiscipline van de Europese Unie. Maar Goldman ziet zichzelf als de mondiale standaard, eist ‘hoge’ ethische normen van zijn medewerkers en schuwt de praktijk van alledag.

Er kan ook worden betoogd dat Goldman zich aan het principe heeft gehouden dat de klant altijd voorgaat. En de bank is zeker trouw gebleven aan een ander uitgangspunt: dat de firma creatief moet proberen te zijn. Het is ook waar dat er tot nu toe bijna geen klachten over deze transactie waren geuit.

Zulke overwegingen helpen verklaren dat een hoge functionaris van Goldman heeft gezegd dat de Griekse deal niet ongepast was – en waarom Goldman een droge uitleg van de transactie op zijn eigen website heeft geplaatst. Dat is allemaal in overeenstemming met Goldmans algemene boodschap van na de crisis: We hebben weinig verkeerds gedaan, en veel van de tegen ons gerichte aanvallen zijn pure kinnesinne.

Maar buitenstaanders zijn veel kritischer – een feit dat Goldman ten onrechte negeert. Zelfs Ben Bernanke, de voorzitter van de Amerikaanse Federal Reserve, die doorgaans pro-Wall Street is, heeft vragen gesteld over de rol van Goldman in het Griekse debacle.

Nederigheid valt Goldman wellicht zwaar, maar het zou wel eens het creatiefste en effectiefste antwoord op de kritiek kunnen zijn. De langetermijnbelangen van Goldman zijn het best gediend door toe te geven dat in dit geval de dienstverlening aan de klant en de creativiteit met de bank aan de haal zijn gegaan, iets wat nooit meer zou mogen gebeuren.

Zo’n erkenning zou de klant van Goldman, de Griekse regering, in een kwaad daglicht plaatsen. Maar het feit dat Griekenland zat te knoeien met zijn financiën is al lang geen geheim meer. Op z’n minst zou Goldman achteraf moeten toegeven dat de firma tegen de deal had moeten adviseren.

Christopher Hughes