Glijnummer

Anni Friesinger wist dat ze in Vancouver de laatste wedstrijd van haar carrière zou schaatsen. Het was een rampjaar geweest, vol blessures en teleurstellende uitslagen. Het lichaam gaf signalen dat het afgelopen moest zijn met de topsport.

Zaterdag stond de ploegachtervolging op de rol. De Duitse schaatssters hadden de eerste schifting overleefd. Ze stonden in de halve finale tegen de Verenigde Staten.

Met hangen en wurgen reed de vermoeide Friesinger de laatste ronde. De spieren in de bovenbenen lieten haar in de steek. Ze wankelde al in de bocht. Op het laatste rechte eind, in het zicht van de finish, viel Anni languit op het ijs. Een voordeel: ze gleed nog wel richting finish, al was het op haar buik.

In de lange sparteling die volgde zag ik Anni’s leven van 33 jaar verbeeld: de foetushouding, leren kruipen, de eerste pasjes, zwemles, wilde schaatsbewegingen, de wil om te winnen, de slimheid om een voet voor de tijdwaarneming naar voren te gooien, wulpse bewegingen voor een sexy fotoshoot in een glossy.

Door het glijden over de eindstreep werd Friesinger ‘vijf jaar ouder’, vertelde ze achteraf, bang als ze was dat door haar gemodder een medaille was misgelopen. Het werd uiteindelijk goud, al had Friesinger niet meer de puf in de laatste rit met het team mee te schaatsen.

Ik zag haar gisteren in een Duitse talkshow, met de gouden medaille om haar nek. En inderdaad, je mag het niet zeggen over een vrouw, maar ik dacht: Anni is ouder geworden. Ze zat er moe en onopgemaakt bij. Ze was klaar met de topsport, klaar met de glamour.

Anni heet voluit Friesinger-Postma. Ze is getrouwd met de Nederlandse schaatser Ids Postma, de olympisch schaatskampioen op de 1.000 meter van Nagano. Prima keuze van Anni. Ids heeft wat een goede Anni-man moet hebben: hij leeft met plezier in haar schaduw en kijkt als oud-kampioen nuchter tegen de wereld aan.

Het leven als professioneel schaatser zit er op voor Friesinger. De gewone dagen sluipen haar bestaan binnen. Samen met Ids op zondag lekker op de bank blijven liggen en op de computer toekijken hoeveel liter de koeien zich in de stal laten afnemen door de melkmachine.

Friesinger hoeft niet meer voorbij te gaan aan de pijn in haar verrotte knie, niet meer gemaakt te lachen naar camera’s, geen smoesjes te verzinnen als het een keer niet gaat. Een sober leven op de boerderij lonkt: hooien, hangen, beesten aaien en zien hoe Ids ’s avonds het eten naar binnen werkt.

De manier waarop Friesinger zich liggend op het ijs naar een medaille krabbelde, zette andere prestaties op de Spelen in een ander perspectief. Het toonde aan dat geluk en doorzettingsvermogen ook bepalend kunnen zijn voor het behalen van een medaille.

Ze ging de mist in op de individuele nummers en behaalde pas goud met het Duitse team. Ze zag de ploegachtervolging niet als een bijnummer. Door haar leeftijd en de manier waarop ze de medaille won hoorde je bij haar geen teleurstelling over het olympisch toernooi. Ze kon er vrede mee hebben.

Bij het steeds maar weer terugzien van de glijdende Anni op weg naar de streep besefte ik hoe jong Sven Kramer eigenlijk is, hoe lang hij nog te gaan heeft voordat hij als de ‘oude’ Friesinger kan zeggen: „Het is mooi geweest.”