Flink bidden, dan had je er minder last van

Paters zouden in de jaren zestig en zeventig jarenlang kinderen op het internaat hebben misbruikt.

„Ik wilde roepen: ‘Help, dit kan niet, dit mag niet.’”

„Ik herinner mij nog de eerste keer. De pater haalde mij ’s nachts uit mijn bed en nam mij mee naar de ziekenzaal. Daar moest ik mijn hand in zijn broek doen. De dag erna riep hij mij bij zich, en zei hij: ‘Wat er gebeurd is, was fout. Hier heb je de absolutie’.”

Janne Geraets (57) was 11 jaar toen hij in 1963 naar Huize Don Rua ging, van de katholieke congregatie salesianen van Don Bosco in ’s-Heerenberg. Hij wilde missionaris worden. Twee jaar lang is hij in het klooster in Gelderland misbruikt door de pater, vertelt hij.

„Ik was niet de enige”, zegt Geraets. „Ik ken vijf andere gevallen.” De jongens hadden een relatie met een pater van de orde van salesianen. Dat het een zonde was wat hij en de pater in het klooster in ’s-Heerenberg deden, wist Geraets als kind ook. Dat had de pater hem immers verteld na de eerste keer op de ziekenzaal.

Toch moest Geraets vaker bij de pater komen. „Op zijn kamer had hij zo’n bedbank die naar beneden klapte. Dan ging hij liggen, pakte hij mij bovenop zich. Dan ging hij rijden. Ik weet nog dat er een keer op de deur geklopt is. Ik probeerde te schreeuwen, maar er kwam niets uit mijn keel. Ik wilde roepen: ‘Help, dit kan niet, dit mag niet.’ Je durft het niet te zeggen, want je bent ook bang. Je denkt ‘ik ben de viezerik’ en ze zullen me van het internaat afschoppen. En ik wilde zo graag missionaris worden.”

In het klooster sliepen zo’n honderd jongens van twaalf tot achttien jaar op vier slaapzalen. Ze stonden onder toezicht van dertig broeders en paters. Janne Geraets merkte dat het meer jongens overkwam. „Het ging ook om meerdere paters. Van een heleboel jongens wist je het precies: díé jongen heeft wat met díé pater. Sommige paters waren populair. Dat wist je, want er waren meer jongens die bij die ene pater kwamen.”

Beschuldigingen tegen een ander lid van de congregatie komen van Leonie Cramwinckel-Bloch. Ze is nu 54 jaar. Wat er met Kerst 1970 gebeurde, draagt ze sindsdien bij zich. Leonie was vijftien toen ze met de vierde klas van het gemeentelijk lyceum in Doetinchem voor het eerst op skivakantie naar Oostenrijk ging. De leerlingen kregen begeleiding van de leraar Engels, een salesiaan uit het klooster in ’s-Heerenberg.

Nadat Leonie bij het skiën haar enkelbanden gescheurd had, werd ze enkele dagen gedragen door de pater. Daarbij randde hij het meisje aan.

Leonie: „Hij zat met zijn handen in mijn onderbroek. Dat gebeurde zeker twee keer.”

Ze durfde niets te zeggen. „Ik was stomverbaasd. Ik weet dat ik die pater nog twee jaar door school zag lopen. Het kan toch niet dat die man doet alsof er niets gebeurd is, dacht ik. Ik ben hem uit de weg gegaan.”

Ook Leonie vermoedt dat zij niet het enige slachtoffer van de pater was. „Hij handelde met zo’n gemak en vanzelfsprekendheid dat het niet de eerste keer moet zijn geweest dat hij zoiets deed.”

De pater is overleden.

Het kwam meer voor, buiten het klooster. Een medesalesiaan, een nu 72-jarige pater, was in de jaren zestig leraar wiskunde in ’s-Heerenberg. Daarna werd hij pastoor van de Sint Martinusparochie in Hoogland (Amersfoort). Daar werd hij door het aartsbisdom Utrecht in 1994 op non-actief gezet, na beschuldigingen van seksuele intimidatie van een minderjarige jongen.

De kwestie in Hoogland had weinig om het lijf, reageert de betrokken pater nu. „We waren in de sauna van een sportcomplex. De jongen heeft mij naakt gezien. Dat is alles. Naast mij zat een man die een erectie kreeg. Maar ik heb de jongen niet aangeraakt. Het is lang geleden. Ik vind het niet juist dat dit wordt opgerakeld.”

De pater van de ziekenzaal, de pater van de skivakantie en de pater in Hoogland. Wat was er aan de hand in ’s-Heerenberg?

Johan Marsman (68) was salesiaan. In 1968 trad hij uit, en trouwde. Hij bevestigt dat paters hun favoriete jongens hadden, en met hen relaties hadden. „Dat is mij ook wel bekend. Van die pater die meeging op skivakantie, wist ik het niet, maar wel van enkele andere paters”, zegt hij.

Namen noemt hij niet.

In andere landen wordt systematisch onderzoek gedaan naar de omvang van het misbruik. In Nederland niet.

Wel is er sinds 1995 het instituut Hulp en Recht. Dat registreert meldingen van misbruik binnen de rooms-katholieke kerk, en heeft een commissie die klachten tegen geestelijken onderzoekt. Sinds de oprichting ontving Hulp en Recht bijna driehonderd meldingen, enkele tientallen zijn gegrond verklaard. Details over de misbruikzaken blijven binnenskamers.

Yvo van Kuijck, ex-voorzitter van de onderzoekscommissie van Hulp en Recht, en in het dagelijks leven vicepresident van het gerechtshof in Arnhem, ziet wel iets in een feitenonderzoek. „Als het structureel lijkt te zijn, dan is er alleszins aanleiding eens goed te kijken wat er aan de hand is.”

Van Kuijck stapte twee jaar geleden met zijn voltallige commissie op uit onvrede met de houding van de bisschoppen. Hij had „een meer proactieve houding” verwacht. „Men is toch te afwachtend geweest met het aanbieden van excuses en het nemen van maatregelen. De excuses uit Rome komen nu als mosterd na de maaltijd. Een afwachtende houding was er ook van het Nederlandse episcopaat. Ik heb niet de indruk gekregen dat seksueel misbruik een speerpunt was.”

Volgens Van Kuijck wordt het misbruik door priesters terecht in verband gebracht met het celibaat. „Als twaalfjarige jongen werd je vanuit je gezin overgeplaatst naar een kleinseminarie. Je kwam niet meer op een normale wijze in aanraking met meisjes. Daardoor had je een grotere kans op een ongezonde manier van omgaan met seksualiteit, en alles wat daarbij hoort. Door de eeuwen heen is de kerk verkrampt met seksualiteit omgegaan. Je moest maar flink bidden, dan had je er minder last van.”

In de periode dat het misbruik in ’s-Heerenberg zou hebben plaatsgevonden, woonde Ad van Luyn (74) ook in het klooster. Hij was er leraar klassieke talen. Daarna was hij viceprovinciaal, en tot 1981 provinciaal overste. Daarmee was Van Luyn de hoogste ‘baas’ van de orde der salesianen, en verantwoordelijk voor de gang van zaken.

Tegenwoordig is Van Luyn bisschop van Rotterdam en voorzitter van de bisschoppenconferentie.

Wat wist hij? En hoe denkt de bisschoppenconferentie over een onderzoek naar de omvang van het misbruik in Nederland?

Die vragen beantwoordt de bisschop niet. Via een woordvoerder laat de monseigneur weten niet „in de gelegenheid” te zijn om een interview te geven.

Van Luyn wil ook niet praten over vroeger, want, zegt zijn woordvoerder, „zaken betreffende de congregatie [vallen] onder verantwoordelijkheid van de actuele overste, ook als ze betrekking hebben op vroegere bestuurders”.

Lees meer over het misbruik binnen de katholieke orde der salesianen op nrc.nl/binnenland en wereldomroep.nl