EU wil Oekraïne niet in armen Rusland drijven

De Europese Unie wil graag samenwerken met de zwakke rechtsstaat Oekraïne. De nieuwe president Janoekovitsj kan rekenen op welwillendheid.

De nieuwe president van Oekraïne, Viktor Janoekovitsj vindt zelf dat niemand er iets achter moet zoeken: dat hij op zijn eerste buitenlandse reis als president naar Brussel gaat en pas later naar Moskou, betekent niets. Hij vindt oost en west even belangrijk.

In Brussel denken ze daar anders over: Janoekovitsj, zeggen Europese ambtenaren en vertegenwoordigers van EU-landen, komt om de relatie met de EU weer goed te krijgen. En juist omdat Janoekovitsj geldt als pro-Russisch kan hij vandaag in Brussel rekenen op een mooie ontvangst – het is niet de bedoeling om hem, zoals diplomaten zeggen, „in de armen te drijven van Rusland”. Er liggen al plannen klaar en mogelijke toezeggingen aan Oekraïne.

„We hebben een sterk signaal naar Kiev gestuurd”, zegt een naaste medewerker van Catherine Ashton, de Hoge Vertegenwoordiger voor het Europees buitenlands beleid. „We willen graag samenwerken.” Oekraïne is een groot buurland van de EU en een belangrijk doorvoerland voor energie.

Er worden wel óók eisen gesteld aan Oekraïne: de EU blijft vragen om politieke en economische hervormingen. En het blijft moeilijk voor landen als Duitsland, Italië en Nederland om Oekraïne al te veel te beloven: uitzicht op EU-lidmaatschap zit er niet in, ook al willen EU-landen als Polen en Litouwen dat juist graag beloven.

Het is een moeizaam evenwicht waar de EU naar zoekt in de relatie met Oekraïne. Vijf jaar geleden steunde de EU nog voluit de rivaal van Janoekovitsj, Viktor Joesjtsjenko. Die had zijn overwinning moeten bevechten in de Oranje Revolutie. De president van nu, Janoekovitsj, had eerst gewonnen, maar de verkiezingsuitslag bleek te zijn vervalst.

Het had het begin kunnen zijn van intensieve samenwerking tussen de EU en Oekraïne. Als niet juist de afgelopen jaren de tegenzin tegen uitbreiding van de EU flink veel sterker was geworden – vooral door de toetreding van Bulgarije en Roemenië, waar meteen al twijfels over waren. En als Oekraïne zijn best had gedaan om de institutionele hervormingen door te voeren waar de EU om vroeg.

Oekraïnse politici lagen de afgelopen jaren bijna voortdurend met elkaar overhoop. Maar het kwam niet alleen daardoor dat er zo weinig vooruitgang was in de hervormingen, zegt EU-ambassadeur José Manuel Pinto Teixeira in Kiev. Een normaal functionerende rechtsstaat is er ook nog niet in Oekraïne, al probeerde de EU die op te bouwen. „Er bestaat hier pluralisme”, zegt Pinto Teixeira. „Dat is essentieel voor democratie. Er is ook vrijheid, er wordt niemand doodgeschoten omdat hij het oneens is met de regering. Maar in een democratie moet je je aan de wet houden en juist op dat gebied moet er nog veel veranderen.”

De zwakke rechtsstaat, zegt de EU-ambassadeur, wordt in stand gehouden door het parlement van Oekraïne, waar vooral rijke zakenmannen in zitten. „Als het parlement over hervormingen van de wetgeving moet beslissen, wordt dat gewoon een jaar uitgesteld als de nieuwe wetten indruisen tegen de belangen van de leden van het parlement.” Pinto Teixeira hoort van westerse zakenlieden in Oekraïne „de meest vreselijke verhalen” over corruptie en afpersing.

Hoe ver de EU en Oekraïne van elkaar verwijderd zijn geraakt, bleek anderhalf jaar geleden op een topontmoeting in Parijs van de Franse president Sarkozy – zijn land was EU-voorzitter – met de Oekraïense president Joesjtsjenko. Oekraïne rekende op een stevige toezegging: een maand eerder was Rusland Georgië binnengevallen, president Joestsjenko dacht dat de EU begreep hoe dringend zijn land de EU nodig had.

Sarkozy bood Oekraïne een ‘associatieakkoord’ aan, met handelsvoordelen en intensieve samenwerking. Maar aankomend EU-lidmaatschap mocht Oekraïne er niet in zien. Het was al heel wat, zei Sarkozy, dat de EU-landen in hun verklaring Oekraïne een ‘Europees land’ noemden dat ‘de Europese waarden deelt’.

Oekraïense diplomaten waren geïrriteerd. De EU moest niet gek opkijken, zeiden ze, als Oekraïne nu op zoek ging naar andere vrienden. Lees: Rusland.

Volgens EU-ambassadeur Pinto Teixeira heeft Oekraïne het in eigen hand of het zich kan aansluiten bij de EU. „Hoe lang het duurt, hangt af van de snelheid van de hervormingen om aan onze criteria te voldoen.” Pinto Teixeira is er pessimistisch over. „Onze ervaring met Oekraïne is dat er meer wordt beloofd dan gedaan. En dan dreigt het met: neem ons op, anders doet een ander land dat.”

Het is nu de bedoeling dat Oekraïne voldoet aan de voorwaarden voor het ‘associatieakkoord’. Maar dat gaat moeizaam. Vorige week bespraken de EU-ministers van Buitenlandse Zaken hoe ze de relatie met Oekraïne toch steviger kunnen maken. President Janoekovitsj zou al overwegen om te gaan onderhandelen over een douane-unie met Rusland, Wit-Rusland en Kazachstan.

Janoekovitsj zal zeker niet vragen om EU-lidmaatschap. De rode loper kan in Brussel voor hem worden uitgelegd zonder dat diplomaten hoeven vrezen dat dat verkeerde verwachtingen wekt.