EU is de koning van de Spelen

We zijn toch Europeaan? Laten we dan ook vieren dat de EU veel meer medailles heeft gehaald dan andere wereldmachten, schrijft Herbert Blankesteijn.

Dus we gaan naar huis met vier gouden medailles. Vooraf zouden we daarvoor hebben getekend maar er ontbreken er natuurlijk twee die ons toekomen: de tien kilometer en de ploegenachtervolging. Nederland is tiende in het medailleklassement. Zesde hadden we kunnen zijn. Dan knarsen er toch wat tanden.

Chauvinisme hoort bij de sport. Maar wordt het geen tijd de zaken wat ruimer te zien? Bij de verkiezingen voor het Europees parlement, vorig jaar zomer, werd ons ingepeperd dat we Europeanen waren. Een half jaar later waren we alweer zodanig benepen Hollands dat we onze tweedehands premier stonden aan te moedigen toen die net niet werd benaderd voor het Europese presidentschap.

Waarom juichen we niet voor de Oostenrijkse skispringers? Een Duits bobsleeteam? Zo’n Franse biatleet? Finse ijshockeyers? Het zijn immers onze landgenoten.

Het zou een hoop meer werk zijn, al dat juichen, maar goed voor ons nationale Europese zelfbewustzijn. De EU is namelijk de ster van de Winterspelen en verslaat in het medailleklassement de andere supermachten met een straatlengte verschil.

Rusland heeft drie keer goud, zo weinig dat Poetin er zijn misnoegen over heeft uitgesproken. China heeft vijf gouden plakken, één minder dan Nederland had moeten hebben. De VS hebben er negen. En de EU? Een-en-dertig. Zelfs als je corrigeert voor inwoneraantal (de EU heeft bijna twee keer zoveel inwoners als de VS) is dat een riante score. Iets om eurochauvinistisch trots op te zijn.

Het valt te hopen dat het IOC de eenwording van Europa nog even niet doorkrijgt want zolang alle Europese staten eigen afvaardigingen mogen sturen, maken we wel meer kans op eremetaal. We zouden raar opkijken als Colorado, Utah en Oregon op de Winterspelen met eigen selecties zouden verschijnen.

Intussen maar vast oefenen voor over vier jaar. Forza Giuliano! (Giulano Razzoli, slalom.) Go, Amy! (Amy Williams, skeleton.) En hup Justyna, of hoe ze dat in Polen ook zeggen. (Justyna Kowalczyk, 30 km crosscountry.)

Gelukkig horen de Noorse schaatsers er nog niet bij. We zouden ze missen, als tegenstanders.

Herbert Blankesteijn is journalist.