De prins en de hostie

Wie niet rooms-katholiek is, de meeste Nederlanders dus, zal zich verbazen over de discussie die weer eens is losgebarsten over de positie van homoseksuelen in deze kerk.

Tientallen homoseksuele activisten en ook anders geaarde rooms-katholieken, voorzien van roze protestdriehoekjes, hebben gisteren een mis in de St. Janskathedraal in Den Bosch demonstratief en luidruchtig verlaten. Dit deden ze nadat hun was uitgelegd waarom praktiserende homoseksuelen volgens de opvattingen van de rooms-katholieke kerk niet ter communie horen te gaan.

Aanleiding voor de actie was de weigering onlangs van de pastoor in de Noord-Brabantse gemeente Reusel om de Prins Carnaval van dienst ter communie te laten gaan.

Bisschop Hurkmans had vrijdag laten weten dat hij achter de weigering van pastoor Buyens stond en dat de activisten een „een open zenuw” hadden geraakt.

De prins in kwestie is homoseksueel. Deze geaardheid valt bij veel katholieke leiders in verkeerde aarde. Voor het gemak gelastte pastoor Buyens de communie destijds helemaal af, waardoor alle gelovigen die dezelfde mis bezochten, het die zondag zonder hostie moesten stellen.

Deze principiële opvatting van de pastoor maakt het des te treuriger dat er regelmatig paters uit de kast worden gedwongen om toe te geven dat ze niet van jongens, en soms ook meisjes, hebben kunnen afblijven. Zoals vermoedelijk in een klooster in ’s-Heerenberg, waarover deze krant vandaag bericht. De kwalificatie ‘hypocrisie’ dringt zich hier op.

Wat ziet de buitenstaander in de gebeurtenis in Reusel? Vooral dit. Een man die in carnavalstijd een steek opzet en vaak ‘Alaaf!’ roept, wenst van een andere man, gekleed in een soort jurk, een stukje ongedesemd brood te ontvangen; op de tong of in de hand, daar is ook een heel dispuut over mogelijk. Die priester moet dan zeggen dat het wafeltje het lichaam van Christus vertegenwoordigt. Je moet dat willen geloven – de kern van de zaak.

De weigering van de pastoor om de homoseksuele Prins van dienst te zijn, staat nogal haaks op het feit dat in Latijns- Amerika dictators als Videla en Pinochet, die vele doden op hun conto schreven, wel onbekommerd hun tong aan de voor hen staande priesters mochten tonen. Net als vele gelovigen die andere zonden op hun geweten hebben.

Het raadsel blijft waarom homoseksuele activisten de rooms-katholieke kerk opzoeken om hun vanzelfsprekende recht op gelijke behandeling op te eisen. One cannot have one’s cake and eat it, luidt een Engelse uitdrukking. De katholieke kerk is dan wel bereid, tegenwoordig, homoseksualiteit als aanleg te accepteren, maar wijst homoseksuele handelingen af. Dat zijn in de opvatting van de sterk hiërarchisch geleide kerk kennelijk nog altijd de „gruweldaden” zoals ze in het Oude Testament zijn omschreven.

De kerk stelt zo buitengewoon onredelijke eisen aan de privégedragingen van zijn volgers. Maar waarom tonen homoseksuele mensen zo’n kerk dan nog steeds hun tong of reiken hem de hand? Ze zouden hem ook de rug kunnen toekeren.