Burgerman De Roon zoekt tucht en orde

Hij is geen raspoliticus, maar binnen zijn partij roemen ze zijn harde teksten. Raymond de Roon is Kamerlid en lijsttrekker voor de PVV in Almere.

Hij staart in de ruimte, een vaag glimlachje om de lippen, als andere partijen hem bij een verkiezingsdebat in Almere hard aanvallen op zijn pleidooi voor ‘stadscommando’s’. Maar als PVV-lijsttrekker Raymond de Roon zelf aan het woord is over buurthuizen, balt hij zijn rechtervuist en priemt zijn linkerwijsvinger in de lucht. „Deze groep gaat niet naar het buurthuis. Die wil op zijn luie gat zitten en mensen beroven. En dan is er te weinig politie, waardoor op straat een gat in de handhaving ontstaat. Dáár zijn die commando’s voor.”

De voormalige advocaat-generaal Raymond de Roon (57) geldt als een zwaargewicht binnen de partij van Geert Wilders. Toch lijkt de rol van politicus hem ook na drie jaar Den Haag niet op het lijf geschreven. Zijn houding is houterig, wat verkrampt. Bij optredens in de Tweede Kamer, waar hij hamert op de invoering van minimumstraffen, dreunt hij monotoon zijn standpunten op.

Debatten volgt hij vaak op zijn werkkamer, via internet. Sinds collega-Kamerleden dat weten, spreken ze hem daar via internet op aan. Zoals Sybrand van Haersma Buma (CDA) onlangs, aan het begin van een debat: „Kennelijk vindt de collega van de PVV het niet belangrijk genoeg om hier aanwezig te zijn, al sluit ik niet uit dat vanuit verschillende raampjes wordt meegeluisterd. Het zou mooi zijn als hij alsnog komt.” Waarop De Roon even later met een uitgestreken gezicht, koffer in de hand, de vergaderzaal binnenkomt en geruisloos plaatsneemt.

„Raymond heeft niet het voorkomen van een straatvechter, zoals Geert Wilders of ik”, zegt fractiegenoot Hero Brinkman, „maar vergis je niet: zijn teksten zijn zo mogelijk nog harder dan die van ons.” Het saaie voorkomen is schijn, zegt fractiegenoot Sietse Fritsma. „Hij beschikt over droge, Britse humor, een beetje tussen Mister Bean en Fawlty Towers.”

Kamerleden van andere fracties hebben dat nog niet in hem ontdekt, al vindt Naïma Azough (GroenLinks) hem wel attent. „Hij was een van de weinigen die mij een sms stuurde toen ik was bevallen.” Op een werkbezoek aan New York stelde hij zich beleefd maar afstandelijk op. Azough herinnert zich vooral dat hij met VVD’er Fred Teeven elke dag „drie hotdogs of andere vette snacks” at. Van Haersma Buma maakte een „prachtige foto” waarop De Roon en Teeven door rood licht een kruispunt oversteken.

Als eerste zoon van een douaneambtenaar wordt De Roon in 1952 geboren op een bovenwoning in Amsterdam-Noord. Zijn vader werkt eerst in de Amsterdamse haven, later op Schiphol. Na enkele jaren verhuist het katholieke gezin naar Amsterdam-Slotermeer, waar zijn zus wordt geboren. Na de lagere school gaat de naar eigen zeggen „nog speelse” De Roon onder druk van zijn vader naar het ulo (uitgebreid lager onderwijs), een broederschool waar hij plezier krijgt in leren.

Later, wanneer hij aan het Pius X Lyceum in Amsterdam-West hbs-b doet, besluit hij rechten te gaan studeren. Dat was een eigenwijze keus, zegt klasgenoot Bob Wit, die dezelfde studie koos. „Iedereen verklaarde ons voor gek. Een fatsoenlijke hbs-b’er ging scheikunde doen.” Binnen drie jaar rondt De Roon de studie af in Leiden, waar hij met zijn ouders naartoe is verhuisd. Een wild studentenleven heeft hij niet. „We waren van redelijk eenvoudige komaf”, zegt Wit, rechter bij het Caraïbisch Hof in Trinidad. „Dat konden we ons niet veroorloven.”

Het duurt een paar jaar voor De Roon als jurist zijn draai vindt. Eerst werkt hij als wetenschappelijk medewerker van de gereformeerde rechtsfilosoof Van Eikema Hommes aan de Vrije Universiteit. Hij begint aan een proefschrift, maar maakt het niet af. Na een korte periode op het ministerie van Binnenlandse Zaken, waar hij zich onder meer bezighoudt met de Wet op de lijkbezorging, solliciteert hij met succes bij het Openbaar Ministerie in Leeuwarden. Hij blijft twintig jaar officier van justitie, na Leeuwarden nog in Zutphen en Den Haag, voor hij in 2003 advocaat-generaal wordt in Amsterdam.

Af en toe geeft De Roon blijk van een beheerste zucht naar avontuur en grandeur. Als hobby doet hij enige tijd aan sportvliegen. Terwijl hij in Leeuwarden werkt, koopt hij „voor een prikkie” een voormalige burgemeesterswoning in het dorpje Metslawier. „Een prachtige jarendertigvilla, voor 142.000 gulden!” Hij reed in die tijd ook in een „enorme Amerikaanse slee”, herinnert voormalig kinderrechter Tonko Vos zich. „Zo’n antiek jarenvijftigding. Dat paste totaal niet bij hem.” Desgevraagd vertelt De Roon dat het een „restauratieproject” was. „Motor er zelf uitgehaald, laten reviseren, en er zelf weer ingebouwd. Een onverwoestbaar stevige kar.”

In 1992 en 1993 neemt De Roon deel aan een project van justitie in Suriname, waar na de dictatuur het justitiële apparaat weer moet worden opgetuigd. Met zijn eerste vrouw en twee dochters, dan zeven en tien jaar, vertrekt hij naar Paramaribo. Hij mengt zich niet in de Nederlandse gemeenschap, zegt hij, liever gaat hij om met Surinamers. ’s Middags gaat het gezin naar zwemclub De Dolfijn, vlak bij hun woning, waar de Surinaamse middenklasse komt.

Op een conferentie over rechtspleging in Midden-Amerika ontmoet hij een Costa-Ricaanse rechter, die een paar jaar later zijn tweede vrouw wordt. Met de katten Bella en Diva wonen ze zes jaar in Almere. Zijn vrouw, die nu in het bedrijfsleven werkt, heeft de Nederlandse nationaliteit, zegt De Roon. Of zij een dubbele nationaliteit heeft, een gevoelig punt bij de PVV, wil hij niet kwijt.

Hoewel PVV-leider Wilders hem in Almere introduceerde als „dé crimefighter van de Tweede Kamer” verdiende De Roon die kwalificatie in de rechtszaal niet, stellen advocaten. „Een beetje een juridische grijze muis”, noemt Gerard Spong hem. „Geen juridische hoogstandjes, maar ook geen uitglijders.” Bénédicte Ficq karakteriseert hem als „zo’n volgzame ambtenaar”. Louis de Léon, die in een spraakmakende fraudezaak tegenover hem stond, vond hem „soms tenenkrommend slecht. Voor advocaten was het prijsschieten.” De gebroeders Anker in Leeuwarden hadden „binnen en buiten de rechtszaal goed contact met hem”. Wim Anker: „Toen hij vertrok uit Friesland gaf hij een afscheidsfeest in ‘Het Rechthuis’, een fraai etablissement in Rinsumageest. Hans en ik waren uitgenodigd. Dat zegt wel iets.”

Als jeugdofficier in Leeuwarden wees De Roon op de criminaliteit onder Turkse en Marokkaanse jongeren, die toen alleen in de Randstad speelde. Tonko Vos, destijds kinderrechter: „Hij waarschuwde: die problemen zullen uiteindelijk ook hierheen komen. Hij was betrokken en ging er genuanceerd mee om. Ik kan het dan ook niet plaatsen dat hij zich bij de PVV heeft aangesloten.”

Anderen kunnen dat wel. Een voormalige medestudent die anoniem wil blijven: „Hij had zeer conservatieve standpunten, zeker voor een student. De democratiseringsbeweging op de universiteit vond hij niks.” Bob Wit: „Hij was een degelijke, burgerlijke conservatief. Beetje een law and order man.” Als student bezocht De Roon wel eens een VVD-bijeenkomst. Later stemde hij GPV omdat hij de achtereenvolgende leiders Jongeling en Schutte „fatsoenlijke kerels” vond. Toen de GPV opging in de ChristenUnie kreeg die partij zijn stem.

Het contact met de PVV ontstond op zijn initiatief. Per e-mail bood Raymond de Roon Wilders zijn diensten aan als juridisch adviseur van de partij, aan de zijlijn. Wilders vroeg hem of hij op de kandidatenlijst wilde. „Ik was 54. Ik dacht: blijf ik nog elf jaar bij het OM of ga ik nog iets héél anders doen.” Het risico is beperkt. Mocht het politieke avontuur mislukken, dan heeft hij de garantie dat hij kan terugkeren bij het Openbaar Ministerie.