Als hij maar niet oostwaarts keert

De nieuwe president van Oekraïne, Viktor Janoekovitsj, leunt zwaar op Rusland.

Maar hij heeft het Westen nodig. Daarom bezoekt hij eerst Brussel, en dan Moskou.

Bij het Europees Parlement in Brussel ligt de rode loper vandaag uit voor de nieuwe president van Oekraïne, Viktor Janoekovitsj. Bij de Europese Commissie zal hij te horen krijgen welke nieuwe mogelijkheden er zijn voor samenwerking van zijn land met de EU: ambtenaren hebben al een lijst gemaakt met plannen en beloftes. En Herman Van Rompuy, voorzitter van de Europese Raad van regeringsleiders, zal hem duidelijk maken hoe blij de EU-landen zijn met zijn bezoek aan Brussel. Het is de eerste buitenlandse reis van Janoekovitsj als president. Pas later deze week gaat hij naar Moskou.

Janoekovitsj geldt als pro-Russisch, en ook al lijkt het de wereld op zijn kop, voor de EU is het logisch: juist daarom krijgt hij vandaag extra aandacht in Brussel – bang als de EU is om, zoals diplomaten zeggen, het grote buurland Oekraïne „in de armen te drijven van Rusland.”

Vijf jaar geleden was alles nog anders. De EU steunde toen voluit zijn rivaal, Viktor Joesjtsjenko, die zijn verkiezingsoverwinning moest bevechten in de Oranjerevolutie. De president van nu, Janoekovitsj, was toen eerst de winnaar, maar de uitslagen bleken te zijn vervalst.

Sinds die tijd, zegt EU-ambassadeur José Manuel Pinto Teixeira in Kiev, heeft de EU van alles geprobeerd om Oekraïne te laten voldoen aan de voorwaarden die nauwere samenwerking met de EU mogelijk moeten maken: een normaal functionerende rechtsstaat bijvoorbeeld. Maar er is nauwelijks vooruitgang in de institutionele hervormingen die nodig zijn, en dat komt niet alleen omdat de belangrijkste Oekraïense politici de afgelopen jaren voortdurend met elkaar overhoop lagen. „Er bestaat hier pluralisme”, zegt Pinto Teixeira. „Dat is essentieel voor democratie. Er is ook vrijheid, want er wordt niemand doodgeschoten omdat hij het oneens is met de regering. Maar in een democratie moet je je aan de wet houden, en juist op dat gebied moet er nog veel veranderen.”

De zwakke rechtsstaat, zegt de EU-ambassadeur, wordt in stand gehouden door het parlement van Oekraïne, waar vooral rijke zakenmannen in zitten. „Als het parlement over hervormingen van de wetgeving moet beslissen, wordt dat gewoon een jaar uitgesteld als de nieuwe wetten indruisen tegen de belangen van de leden van het parlement.” Pinto Teixeira hoort van westerse zakenlieden in Oekraïne „de meest vreselijke verhalen” over corruptie en afpersing. „In Rusland weet je hoeveel je moet afdragen, maar hier weet niemand waar hij aan toe is.”

In de EU zelf veranderde wel iets: de weerzin tegen uitbreiding van de EU, of beloftes van toenadering, werd sterker – vooral na de toetreding van Roemenië en Bulgarije in 2007, waar al snel twijfels over waren. Over Oekraïne was de EU verdeeld. Vooral Polen en Litouwen vonden dat het land een ‘Europees perspectief’ moest krijgen. Andere EU-lidstaten, zoals Duitsland en Italië, waren bang dat nauwere samenwerking met Oekraïne hun relatie met Rusland zou verstoren.

Hoe ver de EU en Oekraïne van elkaar verwijderd waren geraakt, bleek anderhalf jaar geleden op een topontmoeting in Parijs van de Franse president Sarkozy – zijn land was EU-voorzitter – met de Oekraïense president Joesjtsjenko. Het was een maand nadat Rusland Georgië was binnengevallen om zijn ‘eigen burgers’ te ‘beschermen’. Omdat Oekraïne ook veel inwoners heeft met een Russisch paspoort, zou de EU – dacht de president van Oekraïne – wel snappen hoe belangrijk toenadering tot de EU nu was voor zijn land.

Sarkozy bood Oekraïne een zogenoemd ‘associatieakkoord’ aan, met handelsvoordelen en intensieve samenwerking. Maar aankomend EU-lidmaatschap mocht Oekraïne er niet in zien. Sarkozy zei een paar keer hoe bijzonder het was dat de EU-landen het eens waren geworden over een verklaring waarin Oekraïne een ‘Europees land’ wordt genoemd dat ‘de Europese waarden deelt’.

Oekraïense diplomaten waren er geïrriteerd over. De EU moest niet gek opkijken, zeiden ze, als Oekraïne op zoek ging naar andere vrienden. Lees: Rusland.

Sinds de bijeenkomst in Parijs is het de bedoeling dat Oekraïne aan de voorwaarden voor het ‘associatieakkoord’ gaat voldoen. Maar dat gaat moeizaam. Vorige week vergaderden de EU-ministers van Buitenlandse Zaken erover. Ze willen een betere relatie met Oekraïne, dat direct aan de EU grenst en een belangrijk doorvoerland is voor energie. President Janoekovitsj zou nu al overwegen om te gaan onderhandelen over een douane-unie met Rusland, Wit-Rusland en Kazachstan.

Na de vergadering verklaarden de ministers dat ze graag met Janoekovitsj willen samenwerken. „We hebben een sterk signaal naar Kiev gestuurd”, zegt een ambtenaar. „Het is een relatie waar beide kanten van kunnen profiteren. Maar politieke stabiliteit is de sleutel.”