'Suggestie dat wij wegliepen is bizar'

De onderhandelingen tussen IJsland enerzijds en Groot-Brittannië en Nederland anderzijds over Icesave liepen gisteravond stuk. „Ze wilden niet echt.”

Zwaar teleurgesteld. Dat is aan beide kanten van de onderhandelingstafel de belangrijkste emotie, nadat gisteravond in Londen de onderhandelingen over de afwikkeling van het faillissement van de IJslandse internetspaarbank Icesave stukliepen. Vertegenwoordigers van Nederland, Groot-Brittannië en IJsland probeerden overeenstemming te bereiken over terugbetaling van de 3,8 miljard euro die Nederland en Groot-Brittannië aan gedupeerde spaarders van Icesave hebben voorgeschoten.

De IJslandse minister van Financiën, Steingrímur Sigfússon, is zelfs een beetje boos op zijn onderhandelingspartners. „De suggestie dat wij zouden zijn weggelopen van de onderhandelingstafel is een bizarre spin. Wij waren gastheer, het was in onze ambassade”, zegt hij aan de telefoon vanuit Reykjavik. „We kwamen steeds dichter bij elkaar, maar uiteindelijk was er weinig creativiteit bij de Nederlanders en de Britten om mee te denken over alternatieven.” Sigfússon was zelf niet in Londen.

Wat waren de grootste verschillen tijdens deze onderhandelingen?

„Die waren zowel economisch als financieel. Wij zijn met aanvullingen gekomen op het laatste bod van Nederland en Groot-Brittannië. Die zaten voornamelijk in de kosten die we moesten maken voor de lening die we zijn aangegaan. Volgens ons kon de rente nog verder omlaag, zonder allerlei opslagen. Dat zou voor iedereen beter zijn. Ook wilden we over de termijn van terugbetaling onderhandelen. Die ruimte was er niet.

„We hebben verder onder meer hulp gevraagd bij het afwikkelen van het faillissement van Landsbanki [het moederbedrijf van Icesave, red.]. Als we snel helderheid hebben over wat we terugkrijgen uit de boedel, is dat voor iedereen goed. De restschuld neemt dan snel af.”

In Den Haag zegt men dat IJsland het bedrag van de schuld, 3,8 miljard euro, weer ter discussie stelde.

„Daar was geen sprake van. We hebben ons gehouden aan de afspraken die we begin februari in Den Haag gemaakt hebben. Een van die eisen was het onderschrijven van het bedrag. Een andere eis was echter dat IJsland als geheel, dus coalitie en oppositie, een akkoord moest steunen. We zijn inderdaad als eenheid naar Londen gegaan, maar men moet ook begrijpen dat die eenheid een prijs heeft. De oppositiepartijen zitten er anders in dan de regering, daarmee verandert ook de inzet voor een onderhandelingsakkoord.”

Heeft u ook concessies gedaan?

„Jazeker, we zijn bijvoorbeeld doorgegaan op het eindbod dat er vanuit de schuldeisers lag. Wij hebben steeds gedacht dat het op te lossen was. Ik heb sterk het idee dat de politieke situatie in Nederland de speelruimte aan die kant beperkt heeft.”

Vindt u de opstelling van Nederland en de Britten onredelijk?

„Ze wilden niet echt onderhandelen. Dat is zeer spijtig, omdat iedereen er baat bij heeft dat er een oplossing komt.”

Hoe nu verder?

„Als er nog een oplossing gevonden moet worden, moet dat zeer snel. Op 6 maart staat het referendum over de terugbetaling gepland. Wat er daarna gebeurt, daar waag ik me nu niet aan.”