Patta's aan en doorlopen

Veel goede hiphop wordt tegenwoordig in Amsterdam-Zuidoost gemaakt. De jonge muzikanten willen geen gangstarappers zijn maar juist een positieve invloed op hun omgeving hebben. „Door mensen met stropdasjes worden we als nietsnutten en criminelen gezien.”

Spliff, Dret en Krulle in de oefenruimte. vlnr: Spliff, Dret en Krulle
Spliff, Dret en Krulle in de oefenruimte. vlnr: Spliff, Dret en Krulle

Bij de ingang van jongerencentrum No Limit in Ganzenhoef, Amsterdam-Zuidoost, ligt een stapel edities van The African Bulletin op de balie. Tegen de muur in het halletje staat een stelling met een tijdschrift over black history month, en pamfletten die dringend waarschuwen tegen het gebruik van kalebaskalk om ongewilde zwangerschap af te breken.

In een van de oefenruimtes van het jongerencentrum komen rappers Dret (23) en Krulle (19) enthousiast binnenstormen. Ze laten allebei stralend een nieuwe zilveren ketting zien die om hun nek hangt, met daarop in grote letters hun rapnaam. Drets moeder heeft de kettingen voor ze meegenomen uit Suriname. Dret, een jongen met dreadlocks die van zijn Nikes tot aan zijn honkbalpet in het grijs is gekleed, lacht een gouden tand bloot: „Moms wil ons zien shinen.”

De twee rappers komen uit Kraaiennest, de wijk die door de jongeren die er wonen ‘K-Zone’ of ‘Purple City’ wordt genoemd. Ze zijn boegbeelden van een optimistische hiphoprevolutie in Amsterdam-Zuidoost.

Dret stond in 2008 al als een Duracell-konijn op en neer te springen bij de hiphopfinale van De Grote Prijs van Nederland, toen stadsdeelgenoten M.O. en Brakko daar wonnen. Hij riep voor elke camera die hij zag enthousiast ‘Bimre! Bimre!’; straattaal voor Bijlmer. En twee maanden geleden wonnen Dret en Krulle zelf de hiphopfinale van de Grote Prijs.

„Ik hou van de Bijlmer”, zegt Dret. En hij wil „dat trotsgevoel overbrengen aan mensen die denken dat hier alleen maar schietpartijen zijn”. Tijdens de gewonnen finale vroeg Dret het publiek in Paradiso lawaai te maken voor de slachtoffers van de schietpartijen die Zuidoost vorig jaar teisterden. Dret: „We hebben ook mensen verloren en wilden ze respect tonen.”

Voor de wand bedekkende spiegel in Oefenruimte 1 van No Limit, oefenen de twee deze zondagmiddag de nummers van hun debuut-EP New Skool MC’s. Met de titel van hun EP onderstrepen de jonge rappers dat ze een nieuwe generatie vertegenwoordigen. Dret: „New Skool is de muziek van morgen.” Krulle: „Het is muziek voor de Jetsons en niet voor de Flintstones.” Ze hebben waardering voor de rappers die er voor hen waren, maar vinden dat die soms een te star beeld hebben. Dret: „Dan zeggen ze dat hiphop hoort te zijn zoals het was. Maar hiphop hoort te gaan waar het nog niet is.”

Tijdens de repetitie springen ze ritmisch op en neer op de grijze kunststofvloer, met hun ogen strak op de spiegelwand gericht. Over een gruizige grimebeat vuren ze razendsnelle ratelraps af, terwijl ze bewegen alsof ze werkelijk een zaal aan het opzwepen zijn. Dret spreekt in de spiegel een denkbeeldig meisje op de eerste rij aan. „Ping me; je kan me altijd pingen. BlackBerry society: internetliefde.”

Voor de ingang van het jongerencentrum roken de twee rappers na de repetitie in de sneeuw een skunkjoint, gedraaid van lange vloei met de smaak van Jamaicaanse rum. Ze vertellen dat stadsdeelvoorzitter Elvira Sweet (PvdA) hun zei dat ze thuis regelmatig hun nummer Verder luistert op YouTube. Het is een liedje dat hun tantes kennen, maar de jongeren op straat ook, dat vinden ze mooi.

Verder is strijdbare motivatierap op trots marcherende drums en een snijdende soulsample, met in het refrein de strofe: „Ik ga verder, geen tijd om stil te staan.” In de YouTube-clip gooit een op straat zittende man een blikje bier leeg en loopt hij gearmd met een vrouw weg. Krulle: „Het is een concept dat je op veel manieren kunt interpreteren: het gaat over mensen die zich moeten loskoppelen, die een cirkel moeten doorbreken, zoals die man die het blikje weggooit wanneer zijn zus in beeld komt. Geen tijd om te jammeren; patta’s (gymschoenen) aan en doorlopen.”

Volgens Dret worden de mensen in zijn omgeving „door mensen met stropdasjes nauwelijks als mensen gezien. Ze worden gezien als nietsnutten en criminelen; wij zien er ook zo uit en komen uit de Bijlmer, dus denken mensen dat wij ook wel muziek zullen maken over mensen neerschieten en what the fuck ever.”

Maar Dret wil juist een positieve invloed zijn op zijn omgeving. Dat probeert hij met zijn rapcrew Vaderloze Troepe, dat bestaat uit vijf neven „en wat ons bindt is dat we allemaal vaderloos zijn”. Met het platform Vitamine V(aders), waar Dret, die een zoontje van acht maanden heeft, onderdeel van uitmaakt, omdat hij het belangrijk vindt dat de jongere generatie niet zonder vaders opgroeit. Met zijn muziek, die soms stoer en opschepperig is, maar waarin zwart zelfbewustzijn en „het racisme van de Staat” ook thema’s zijn. En met het digitale tv-programma 101 Barz van BNN van presentator Rotjoch, ook uit de Bijlmer, waar Dret fulltime werkt als cameraman en redacteur en dat door de laagdrempeligheid is uitgegroeid tot belangrijk podium voor nationaal opkomend raptalent.

Het zwarte CNN, zo vatte Chuck D hiphop ooit samen. Een laagdrempelig medium dat de jonge zwarte Amerikaanse gemeenschap eind jaren zeventig, begin jaren tachtig een stem gaf die in de traditionele media niet gehoord werd. In Amsterdam-Zuidoost reageerde een stoet vertegenwoordigers van de hiphopscene vorige zomer verontwaardigd, middels rap en een open brief, nadat de Amsterdamse korpschef Welten een reeks schietpartijen in het stadsdeel in verband had gebracht met hiphopcultuur. In clips van Gikkels en GreenGang werd in beeld en tekst beargumenteerd dat naar hun mening de realiteit in de Bijlmer de rap beïnvloedt en niet andersom. Een zwart AT5, zogezegd.

Hiphop heeft in Amsterdam-Zuidoost een maatschappelijke dimensie en sociale urgentie; nadrukkelijker dan in andere delen van het land. De scene heeft hier een eigen dynamiek, zoals het geografisch en economisch geïsoleerde stadsdeel zelf ook een status aparte heeft. Hiphop is hier intrinsiek onderdeel van de gemeenschap en wordt door veel jongeren niet louter gezien als vorm van kunst of entertainment maar als een levensstijl en cultuur die handvaten biedt om maatschappelijk vooruit te komen, problemen te verwerken, jongeren te motiveren en misstanden aan de kaak te stellen. Hiphop is de motor achter een onverwoestbaar optimistische doe-het-zelfmentaliteit.

„Ons motto is: niet lullen maar doen”, zegt de 22-jarige Skinto, een van de meest veelbelovende rappers in Zuidoost, die de grenzen van het genre oprekt met een voortdurend veranderende muzikale mix van grime, dubstep, dancehall, r&b en rap. Dat doet hij in een piepklein slaapkamertje in Kraaiennest waar hij met neef en achtergrondrapper Craz-E (22) muziek opneemt. „Opgeven is voor ons geen optie.”

Skinto zag ik vorig voorjaar voor het eerst optreden in de opnamestudio van 101 Barz in het BNN-gebouw in Hilversum. Er werd een hele stroom rapsessies achter elkaar opgenomen maar die van Skinto en zijn neef sprong positief uit de toon door zijn hongerige en snelle rapstijl en zijn energieke en expressieve presentatie. Hij lachte en stuiterde door het met mensen volgepakte studiootje. Hij at de microfoon bijna op; was uitzinnig, rauw en overrompelend. Ook de ratelende, gebroken ritmes waarover hij zijn raps spervuurde, vielen op tussen de meer traditionele hiphopbeats.

Skinto en Craz-E zijn zonen van Zuidoost. Ze groeiden op in de inmiddels gesloopte flat Dennenrode; een op zichzelf draaiende economie met mensen die in hun appartementen volledige restaurants runden – „echt ingericht met tafeltjes” – en winkels waar je tot ’s avonds laat bier, sigaretten en snacks kon kopen. Skinto had vrienden buiten het stadsdeel die niet bij hem langs durfden te komen. „Ik snapte dat niet; we waren bevriend met iedereen daar. De junkies; mensen die problemen hadden met de politie. Ik ben nooit beroofd en heb in Dennenrode alles meegemaakt, mijn eerste vriendinnetje, mijn eerste kus, mijn eerste vechtpartij. Het was een mooie tijd.”

De flat was slecht onderhouden, vertelt hij. Het gezin waste elk kopje meteen af omdat ze het appartement deelden met een indrukwekkende kakkerlakkenkolonie. Steeds als de balkondeur openging, roetsjten de ratten het huis in. „En we hebben veel schietpartijen gehad.” Nu wonen de neven in een nette eengezinswoning in Kraaiennest en is hun buurt schoner en veiliger. Maar Dennenrode was hun hood (afkorting van neighbourhood). Ze missen het sociale leven daar, de drukte en het dorpsgevoel dat ze er hadden. Hun gemeenschap is door de stadsvernieuwing uiteengereten, vertellen ze. Skinto: „Hoe meer ze het hebben opgeknapt, hoe saaier het is geworden, hier.”

De twee neven verbazen zich over de manier waarop buiten de grenzen van hun stadsdeel naar hun leven gekeken wordt. Bij een optreden in Almere werden ze aangekondigd als ‘gangsta rap uit Zuidoost’. Craz-E: „Ik wilde echt het podium niet op.” Skinto: „Mensen gaan dan toch iets verwachten. Toen we lachten, zag je ze kijken: oh, jullie lachen ook. Maar eerst keken ze heel bang.”

Volgens Skinto is veel rapmuziek uit de Bijlmer wel rauw en agressief, maar op een andere manier dan vaak wordt aangenomen. Het is muziek waarin de frustratie doorklinkt van „mensen die geen baan kunnen krijgen”. En de bezetenheid van een artiest die vastbesloten is zijn eigen situatie middels de muziek te verbeteren. „Ik chill soms bij mensen in Haarlem voor wie muziek maken gewoon een hobby is: ‘laten we muziek maken; ik heb toch geld.’ In mijn muziek voel je dat ik gierig ben; dat is mijn drijfveer. Net als Dret en Krulle bij de Grote Prijs: anderen vonden het leuk mee te doen; zij zijn trots en wilden echt winnen. We wachten niet op anderen maar hosselen en werken zelf hard. Mensen hebben weinig maar ze doen er veel mee. Dat is Bijlmer.”

Er komt recent relatief veel sterke rapmuziek uit Zuidoost. De archetypische gangsterpose is daarin maar zelden zichtbaar. Veel meer presenteren de rappers zich als robuust optimistische en zelfverzekerde topsporters die klaarstaan om met iedereen de competitie aan te gaan. De producten van een straatcultuur, waarin de grootste, de beste en de sterkste wint, en die de ander achterlaat zonder recht van spreken.

De vader van Skinto, een reggaemuzikant, liet zijn zoon op jonge leeftijd eindeloos lang in de studio aan een nummer werken terwijl Skinto vond dat het nummer al goed was. „Hij drilde me echt en ik zat te huilen in de studio omdat ik wilde stoppen. Maar hij zei dat ik door moest gaan om het écht goed te maken. En zo werk ik nu ook: ik zet steeds die druk op mezelf.” Dat moet ook wel want Skinto wil „de status van Borsato bereiken”.

In No Limit zit een delegatie van hiphoplabel Samen Sterk rond een tafel die vol ligt met tijdschriften over zwarte muziek. Samen Sterk is opgericht door dj en producer Spliff (32); op het label zitten naast Dret en Krulle ook rapduo’s Rex en Undercover en M.O. en Brakko. Spliff richtte het label op omdat in zijn stadsdeel „wel veel artiesten waren maar de structuur nog ontbrak. Dat hebben veel jongens niet van huis meegekregen; velen van ons zijn zonder vader opgegroeid en het gedrag dat jongens hier op straat hebben, die roekeloosheid, nemen sommigen ook mee in die hiphopshit.”

Spliff was in de jaren tachtig al actief in de hiphopscene in Zuidoost. Het was een levendige tijd, vertelt hij. „Iedereen in Zuidoost deed wel iets met hiphop; de scene was underground maar elk feest was propvol.” Het was ook nog all black zegt hij; er kwamen weinig blanken op de feestjes die hij zich herinnert. „Ik zag voor het eerst echt zwarte cultuur in Nederland.”

Hij mist dat nu soms, zegt hij. „Ik vind het fokking dope om blanke jongens in een mosh pit te zien springen omdat er een dude op het podium staat te spitten maar vraag me soms af waar al mijn broeders zijn. Maar de laatste tijd zie je weer kids uit de buurt op feesten afkomen, om te luisteren wat de mc’s te vertellen hebben.”

En het zijn vooral die jongeren die de rappers willen bereiken. M.O. (28) uit Ganzenhoef, die met Brakko poëtische, geëngageerde boombap-hiphop maakt met droge drums en warme samples: „Ik heb het vaak over het systeem, sociale malaise, onrecht en de kloof tussen arm en rijk. Jongeren lezen niet graag maar luisteren wel naar muziek; ik kan ze wat meegeven.”

Brakko (30) uit Gein is geen fan van rappers die het „over geld, fame en bitches” hebben. „Hiphop kan je leren in het bos te overleven. Ik was als jongen ongemotiveerd om te werken of naar school te gaan, want dat was niet wat ik om me heen zag toen ik opgroeide. Geen enkele oudere kwam met mij praten; ik kreeg te horen dat ik een pipa (pistool) moest vasthouden bij een overval; no way out. Ik ging maar op de uitkijk staan zodat ik geen pipa op onschuldige mensen hoefde te richten. Zelf praat ik met de jonkies in de buurt en probeer ik ze te motiveren.”

Jane Doe (25), die als dj optreedt met M.O. en Brakko, groeide op in Arnhem en woont sinds drie jaar in Zuidoost. Volgens haar bestaat „een gat” tussen het beeld dat mensen hebben van hiphop in de Bijlmer en de realiteit. „Ik heb het zien groeien en op een positieve manier; mensen zijn echt opgestaan. Mensen maken die jongetjes belachelijk maar wees blij dat ze op jonge leeftijd creatief bezig zijn en problemen waarnemen; dat is wat hiphop met ze doet.”

Het belang daarvan kan volgens de voorhoede van de optimistische hiphoprevolutie in Zuidoost niet worden onderschat. Krulle: „Je moet de boom buigen als hij jong is; niet als hij al twintig jaar op zijn plek staat.”