Jeltsin was de boosdoener

Onder Chroetsjov zette al de lichte ‘dooi’ in die uitmondde in Gorbatsjovs glasnost. Zie hier een voorbeeld van de voortdurende herziening van historische Sovjet-mythes.

De toenmalige Amerikaanse president Bill Clinton staat samen met de inmiddels overleden Russische president Jeltsin op 23 april 2007 in Hyde Park, New York, de pers te woord Foto AFP/Don Emmert (FILES) US President Clinton (R) laughs with Russian Federation President Boris Yeltsin during a press conference 23 October 1995 after their meeting in Hyde Park. Russia's former president Boris Yeltsin died 23 April 2007, a Kremlin spokesman told AFP Monday. He was 76. "Former president Boris Yeltsin died today," the spokesman said. AFP PHOTO FILES / DON EMMERT Rectificaties / gerectificeerd De foto toont niet Boris Jeltsin en Bill Clinton in New York in 2007, maar in 1995.
De toenmalige Amerikaanse president Bill Clinton staat samen met de inmiddels overleden Russische president Jeltsin op 23 april 2007 in Hyde Park, New York, de pers te woord Foto AFP/Don Emmert (FILES) US President Clinton (R) laughs with Russian Federation President Boris Yeltsin during a press conference 23 October 1995 after their meeting in Hyde Park. Russia's former president Boris Yeltsin died 23 April 2007, a Kremlin spokesman told AFP Monday. He was 76. "Former president Boris Yeltsin died today," the spokesman said. AFP PHOTO FILES / DON EMMERT Rectificaties / gerectificeerd De foto toont niet Boris Jeltsin en Bill Clinton in New York in 2007, maar in 1995. AFP

Stephen F. Cohen: Soviet fates and lost alternatives. From Stalinism to the new Cold War. Columbia University Press, 328 blz. € 20,-

In de geschiedschrijving zijn twee hoofdstromen te zien, volgens de beroemde Duitse historicus Golo Mann. De deterministen, die geloven dat historische ontwikkelingen hun onvermijdelijke loop nemen, en de alternativisten die de historie bestuderen inclusief de reële mogelijkheden dat andere krachten hun invloed zouden hebben kunnen doen gelden. Deze ketters in de historische discussie staan, als zij niet onderdrukt, vermoord, gemarginaliseerd of gewoon genegeerd worden, meestal dichter bij het overheidsbeleid. Zij proberen hun afwijkende inzichten te laten doordringen tot de veelal conventionele breinen die dat beleid uitstippelen.

De Amerikaanse Ruslandkenner Stephen Cohen (eerst hoogleraar in Princeton, nu aan New York University) is zo’n alternativist. In de Sovjet-Unie bestudeerde hij het leven van Nikolai Boecharin, eens Lenins ‘golden boy’ na de revolutie van 1917. Boecharins pleidooi voor een ‘socialistisch humanisme’ en voor de nog door Lenin gelanceerde Nieuwe Economische Politiek (NEP) maakte hem voor Stalin de laatste revolutionair van het vroegste uur die hem nog bedreigde (De anderen waren al geliquideerd).

Zo kwam er een eind aan het fysieke bestaan van Boecharin, maar dat betekende niet dat het met zijn ketterse denkbeelden ook was afgelopen. Bij intellectuelen en politici bleven zij leven. Bij Gorbatsjov bijvoorbeeld, aan het eind van de 20ste eeuw, maar decennia eerder werd ook Chroetsjov er door beïnvloed. De laatste onthulde al vrij kort na Stalins dood diens misdaden, gebaseerd op de verhalen van de duizenden die vanuit de Goelag terugkeerden.

Cohen sprak met grote aantallen ex-gevangenen (zogenaamde ‘Zeks’) en beschrijft de enorme invloed die de verhalen van de thuiskomers op de Russische samenleving hadden. Intellectuelen en de jongere generatie beschouwden deze slachtoffers van Stalin als helden. Maar de miljoenen die Stalins misdaden uitvoerden, vreesden voor hun behaaglijke leventje.

De spanningen die de ‘Dooi’ van Chroetsjov in de Sovjet-Unie opwekte, gingen aan een groot deel van het Westen voorbij. Chroetsjov werd door velen gezien als de boerenpummel die de wereld aan de rand van een nucleaire ondergang bracht door het plaatsen van raketten op Cuba, op schootsafstand van Amerika (zoals Washington al sinds jaar en dag deed aan de periferie van de Sovjet-Unie.) Zijn rol als (een al te voorzichtige) binnenlandse hervormer bleef buiten de schijnwerpers.

Interviews

Cohens hoofdstuk over deze episode, gegarneerd met interviews met ‘Zeks’, het door hen beïnvloede taalgebruik, hun culturele uitingen in chansons en schilderijen met als meest dramatische slotakkoord het beroemde boek over een dag in het leven van Goelag-ingezetene Iwan Denisowitsj van Solzjenitsyn behoren tot het fascinerendste deel van dit briljante boek.

Stephen Cohen beperkt zich overigens niet tot de ontmythologisering van Chroesjtsjovs bewind. Hij trapt met kracht van argumenten op de tenen van vele Sovjet-experts, zoals van degenen die betogen dat de Sovjet-Unie ruim zeventig jaar één groot communistisch experiment was dat wel ten gronde moést gaan.

Cohens minutieus gedocumenteerde visie geeft een veel complexer beeld van de veranderingen die na de verstofte stagnatie onder de steeds senielere Breznjev op gang kwamen. De sleutel tot het realiseren van deze hervormingen ziet hij in het meewerken aan het in wezen radicale democratiseringsprogramma van Gorbatsjov door conservatieven (zoals de nummer twee van de partij Ligachev). Niet zozeer uit overtuiging als wel uit puur realisme. Het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, die Gorbatsjov in een soort Commonwealth wilde omtoveren, verwijt Cohen vooral Jeltsin, die volgens hem uit machtswellust samen met Kravchuk uit de Oekraïne dit plan torpedeerde in een geheime bijeenkomst bij Minsk. Of zo’n uniestatuut met een kleine groep ex-Sovjet-republieken overigens nog te verwezenlijken zou zijn geweest, laat Cohen in het midden.

Cohen ruimt in zijn boek trouwens nog veel meer misverstanden en mythes op. Een ervan is dat Gorbatsjov niet wist waar hij aan begonnen was en dat zijn glasnost en perestrojka uit de hand liepen. In één van zijn columns, die af en toe door de International Herald Tribune worden afgedrukt, beschrijft deze overigens zelf geloofwaardig zijn doelstelling van destijds: het volk wilde niet leven zonder vrijheid, geïsoleerd van de wereld. In een paar korte jaren sloopten wij daarom de hoofdpijlers van het Sovjet autoritaire systeem en maakten de weg vrij voor democratie en economische hervormingen, aldus de voormalige president van de Sovjet-Unie.

Het terugdraaien van een aantal van deze hervormingen schrijft Cohen gedetailleerd toe aan de door het Westen vaak opgehemelde Jeltsin. Maar de meest fatale, vooral Amerikaanse, misvatting acht Cohen wel de in Washington alom geventileerde overtuiging dat het Westen onder Amerikaanse leiding de Koude Oorlog gewonnen had. Ten tijde van president Clinton was dit links en rechts te horen, Bush Jr zei het te pas en te onpas. Dat George Kennan het niet lang voor zijn dood ‘intrinsically silly and simply childish’ noemde maakte weinig indruk, al waren er schrijvers als Anatol Lieven,William Pfaff en ook enige serieuze Rusland-experts onder wie Reagans ambassadeur in Moskou, Jack Matlock , die het met Kennan eens waren. Zij steunden trouwens ook Kennans fel verwoorde standpunt dat uitbreiding van de NAVO in oostelijke richting het domste besluit van het Westen was sinds het begin van de Koude Oorlog.

Cohen ziet de basis van de gemiste kansen om met het nieuwe Rusland een strategisch partnerschap te bereiken, in de terugkeer tot de chauvinistisch nationalistische benadering van de VS. Zo verbrak Clinton, verborgen achter een façade van vriendschap, de toezegging van James Baker, de minister van Buitenlandse Zaken van Bush Sr, dat een Duitse hereniging de militaire presentie van de NAVO geen inch naar het oosten zou doen verschuiven.

Grenzen

De NAVO rukte dan op tot aan de Russische grenzen (onder scherp protest van Moskou) en beloofde onder Bush Sr dat ook Georgië en Oekraïne op termijn lid zouden kunnen worden. Volgens Cohen staat dan ook een nieuwe Koude Oorlog voor de deur waarvan Washington en bijna de gehele Amerikaanse publieke opinie natuurlijk Moskou en Poetin de schuld geven, maar Cohen grotendeels de VS. Hij acht dit vooral een gevaarlijke ontwikkeling omdat Rusland het enige land ter wereld is dat Amerika nucleair kan bedreigen en voor allerlei problemen, zoals proliferatie, energie, Iran en Afghanistan, een onmisbare partner zou moeten zijn.

Cohens laatste hoofdstuk leest als een polemisch hoofdartikel en hoewel zijn kritiek op het Amerikaanse nationalisme en de ‘winner-takes-all’ aanpak van Clinton en Bush Sr tegenover de destijds zieltogende supermacht moeilijk weersproken kan worden, lijkt zijn eerste argument niet goed houdbaar: de dreiging van een nucleaire verrassingsaanval die ook nu nog van Rusland voor Amerika zou uitgaan. De onmogelijkheid van een winbare atoomoorlog moet in Moskou en Washington toch tot de meest verkroepoekte breinen zijn doorgedrongen.

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

In het artikel Jeltsin was de boosdoener (Boekenbijlage 26 februari, pag. 7) stond George Bush senior vermeld waar George Bush junior was bedoeld. De foto toont niet Boris Jeltsin en Bill Clinton in New York in 2007, maar in 1995.