Hoe zit het nou precies tussen ons en de NAVO?

De brief van de NAVO aan dear Jan Peter die Wouter Bos regelrecht wilde terugsturen – hebben wij daar wat mee te maken?

Zeker, zegt Jaap de Hoop Scheffer, de voormalige secretaris-generaal. Hij suggereerde in een interview met NRC Handelsblad dat de brief weliswaar was ondertekend door Anders Fogh Rasmussen, zijn Deense opvolger, maar dat deze eerst allerlei kladjes had gestuurd aan Balkenende, Maxime Verhagen en vermoedelijk ook Bos zelf, met de vraag of het zo goed was. Jaap durfde gerust te stellen ‘dat Nederland bij wijze van spreken heeft meegeschreven’.

Als enig en zelfbenoemd lid van de parlementaire enquêtecommissie die onze problemen met de Verdragsorganisatie uitzoekt, verzocht ik de heer De Hoop Scheffer om te beginnen te zweren dat hij – zo waarlijk helpe hem god almachtig – de waarheid en niets dan de waarheid zou vertellen. Daarna vroeg ik hem of hij er bij was geweest toen Nederland meeschreef, en wat ik in dat verband onder ‘Nederland’ moest verstaan.

Natuurlijk ontweek de Leidse hoogleraar internationale politiek en diplomatieke praktijk een antwoord. Dus confronteerde ik hem met een uitspraak van Rasmussens woordvoerder, die in Brussel tegenover het ANP verklaarde dat ‘de secretaris-generaal in brieven zijn eigen wensen kenbaar maakt’.

‘Daar is mij niets van bekend’, hield de professor zich op de vlakte. Waarop ik zei: ‘U beseft toch wel dat u onder ede staat?’

Dezelfde waarschuwing gaf ik aan beklaagde Verhagen. Had hij nou wel of niet Rasmussen de inhoud gedicteerd van een brief waarin de NAVO brutaalweg verlenging van de Nederlandse Uruzganmissie tot juli 2011 vroeg? ‘Is dat niet al te kras?’, had Anders Fogh nog gevraagd, maar Maxime zou met een glimlach hebben geantwoord: ‘Laat dat maar aan mij over.’

De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken keek langs mij heen, en zei:

‘Ómmomèndà…’.

‘Zou u iets duidelijker willen articuleren?’, vroeg ik

Hij bleek ‘op het moment dat’ te hebben willen zeggen, en ontvouwde een visie op de tweet als stimulans voor de vrije meningsuiting. Maar hij ontkende iets achter iemands rug te hebben gedaan.

Nadat ik zonder veel succes nog twee andere notoire draaikonten (Balkenende, Bos) had ondervraagd, begreep ik dat ik het hogerop moest zoeken, en ontbood Rasmussen.

‘Meneer de secretaris-generaal’, begon ik maar plechtig – want ik wou niet meteen gaan jij-en-jouwen – ‘voelt u de reactie van het Nederlandse kabinet op uw brief als een affront?’

‘Een affront? Hoe kom je daar bij?’, bepaalde Anders Frogh meteen de verdere toon van het gesprek.

‘Dat zegt Jaap de Hoop Scheffer.’

‘Die Jaap bakt ze maar bruin.’

‘Hij zei in een interview ook dat u geen dingen schrijft die u niet gevraagd zijn. Terwijl u volgens uw woordvoerder gewend bent altijd uw eigen wensen kenbaar te maken.’

‘En als het gaat tussen Jaap – of Maxime, of Wouter, of Bert, of Eimert – en mijn woordvoerder, wie geloof je dan?’

‘Is het aanzien van de NAVO geschaad?’

‘Vanwege een crisisje in Nederland? Schei toch uit.’

‘Maar ze zeggen het allemaal. Jaap, Dick Berlijn, Rob de Wijk, Pieter van Geel…’

‘Wie?’

‘En dat Nederland gestraft zal worden. Als er een nieuwe Europese voorzitter moet komen wordt Balkenende niet eens meer tweede. De G20 gaat onze neus voorbij. Ze benoemen straks nog eerder Denen dan Nederlanders.’

‘Onzin. Jaap was het enige vlekje op jullie reputatie. Jullie zeggen in 2007 we blijven nog twee jaar in Afghanistan en geen dag langer – en Jaap zal vervanging regelen. Wat heeft-ie in die twee jaar geregeld? Niets. Maar Nederland zullen we altijd te vriend houden. Sterke economie. Meeste geld. Beste leger. Als jullie vóór 1 augustus een behoorlijk kabinet hebben, kan de missie nog nét in Uruzgan blijven.’

Tot zover het verslag van mijn eerste verhoren.