Tuinvorst Charles in Teylers

Tentoonstelling Vorstelijk tuinieren. Het Florilegium van prins Charles. Teylers Museum, Haarlem. T/m 9/5. Inl.: 023-5160960, of www.teylersmuseum.nl ***

De Britse kroonprins Charles is een gepassioneerd tuinier. Met die liefhebberij schaart hij zich bij het al eeuwenoude gezelschap van vorsten die tuinen hadden met vaak bijzondere en exotische gewassen. Maar ook in een ander opzicht sluit de prins van Wales aan bij een lange, aristocratische traditie. Ook hij heeft zijn bloemen en planten op het landgoed Highgrove door kunstenaars laten vastleggen. Teylers Museum toont die reeks van zo’n 120 schitterende aquarellen. Bovendien is, aan de hand van oude boeken (die soms in digitale vorm kunnen worden doorgebladerd), iets te zien van de eerbiedwaardige traditie waar Charles bij aansluit.

Het vroegst bekende vorstelijke ‘florilegium’ verscheen in 1608 in opdracht van de Franse koning Hendrik IV. Het bevat zwart-wit gravures die wat pover afsteken tegen de kleurenpracht van veel latere bloemenboeken. Zo is er een boek dat onze eigen koning-stadhouder Willem III in 1685 liet maken van de gewassen in zijn residentie Honselersdijk bij Den Haag. In een van zijn aquarellen betoont kunstenaar Stephanus Cousijns’ zich een schilder die aanmerkelijk beter was in de weergave van bloemen dan van de doffe, zilverachtige vaas waarin ze staan.

Bloemenschilders waren vaak echte specialisten, zoals ook blijkt uit een boek dat de bloemen documenteert in de hof van Joséphine de Beauharnais, de ex van keizer Napoleon. In haar landgoed Malmaison bij Parijs tekende Pierre-Joseph Redouté de lelies die later als ingekleurde gravures werden gepubliceerd. Redouté was zo bekwaam in het uitbeelden van de levende natuur dat hij de ‘Rafael van de bloemen’ werd genoemd. De geëxposeerde exemplaren van de boeken die hij illustreerde, liggen open bij bloemen die zijn genaamd naar zijn opdrachtgeefster: de lelie josephina imperatricis en de amaryllis josephinae.

Een dergelijke zelfverheerlijking is niet meer van deze tijd en ook het telen van zeldzame of uitheemse gewassen is niet het eerste streven van prins Charles, die vooral het herstel van de harmonie tussen mens en natuur zegt te ambiëren. Zijn Highgrove Florilegium, dat ook is uitgegeven in een tweedelige, 65 cm hoge luxe-editie van 175 door de prins gesigneerde exemplaren, bevat prachtige bloemenafbeeldingen, maar ook illustraties van alledaagse gewassen zoals prei, ui en beta vulgaris, bij ons bekend als rode biet. De aquarellen zijn gemaakt door in totaal 73 kunstenaressen (botanische tekenen is kennelijk exclusief vrouwenwerk geworden) uit ondermeer Groot-Brittannië, Zimbabwe en Japan, en één uit Nederland (Anita Walsmit Sachs). De illustraties blinken uit in nauwkeurigheid in vorm en kleur, en virtuositeit in bijvoorbeeld de bijna tastbare weergave van het vlezige oppervlak van het groene blad van de rhododendron basilicum.

Evenmin als hun voorgangers lijken de schilderessen zich veel artistieke vrijheden te veroorloven. Toch – en het speuren daarnaar is een van de aardigheden van deze expositie – zijn die wel te vinden. Er is bijvoorbeeld maar één werk waarin natuurlijk verval zichtbaar is: een aangevreten wijnblad met gaten die misschien wel zijn gemaakt door het minuscule lieveheersbeestje bovenaan. En Susan Ogilvy schilderde de ranke stelen en de bloemen in de vorm van een omgekeerde paraplu, van de grote bevernel, die hun schaduw lijken te werpen op het blad papier waarop in potlood al bladeren van een andere plant waren getekend.

Via www.teylermuseum.nl is de ‘Hortus Eystettensis’ (1613) in te zien. Hierin liet prinsbisschop Johann Conrad von Gemmingen de exotische planten documenteren in de tuin van zijn Beierse kasteel.