Sablikova wint als enige twee afstanden

Sven Kramer en Shani Davis slaagden niet in hun missie om in Vancouver twee gouden medailles te veroveren op de individuele schaatsafstanden. Bij de vrouwen lukte het de Canadese Christine Nesbitt niet, maar Martina Sablikova wel. Na de drie kilometer won de Tsjechische gisteren ook de vijf kilometer. De frêle stayer (54 kilo, 1,71 meter) werd daarmee de meest succesvolle sporter in het olympisch schaatstoernooi. „Ze is de koningin van het schaatsen”, zei IOC-voorzitter Jacques Rogge, aanwezig op de tribune.

Een dag na de sensationele ontknoping van de tien kilometer bij de mannen – waarop Kramer werd gediskwalificeerd en de Zuid-Koreaan Lee Seung-hoon won – ontspon zich op de laatste individuele afstand het spannendste stayersduel van de Spelen. De 21-jarige Stephanie Beckert steeg op de vijf kilometer boven zichzelf uit en dwong generatiegenote Sablikova tot een ultieme demonstratie van techniek en doorzettingsvermogen. In een toptijd van 6.50,91 dook de Europees en wereldkampioene allround, die ook al brons behaalde op de 1.500 meter, net onder de 6.51,39 van de Duitse. De Canadese routinier Clara Hughes veroverde in 6.55,73 brons.

„Ik had nooit verwacht dat ik op de Spelen drie medailles zou winnen”, stamelde Sablikova nadat ze met een Tsjechische cowboyhoed en vlag eerst haar coach Petr Novák en ploeggenote Karolina Erbanova in de armen was gevallen. „Ik was bijna in tranen. Ik bedank mijn trainer. Vandaag was het zo zwaar. Mijn benen deden zo’n pijn, ze waren helemaal verzuurd. Steffie had vast gewonnen als ze na mij had mogen rijden.”

Met Sablikova tilt Beckert het vrouwenschaatsen op de lange afstanden naar een hoger niveau. „Ik ben waanzinnig blij met zilver”, zei de sportvrouw uit Erfurt, eerder al tweede op de drie kilometer. Sinds de invoering van de vijf kilometer op de Spelen, in 1988, stond altijd minimaal één Duitse op het podium. Nu Claudia Pechstein (drie keer op rij goud) is geschorst wegens doping, haalt een nieuw Duits talent binnen twee jaar de wereldtop.

„Ik heb altijd vrouwen gehad die goed waren op de lange afstand”, zegt trainer Stefan Gneupel (61). Trots somt hij zijn kampioenen op: in vroegere DDR-tijden Heike Warnicke en Gunda Niemann, nu Beckert en Daniela Anschütz-Thoms, die gisteren vierde werd. Het zilver van Beckert is zijn elfde olympische medaille. „Zoveel nieuwe trainingsmethoden zijn er niet. Natuurlijk optimaliseer ik mijn schema’s met nieuwe kennis. Maar het gaat er nog steeds om de motor geleidelijk op te voeren.”

Des te opvallender is het dat Nederland – met de meeste schaatsers en financiële middelen – op de lange afstanden bij de vrouwen de aansluiting met de wereldtop kwijt is geraakt. Gisteren eindigden Jorien Voorhuis (tiende) en Elma de Vries (elfde) in de achterhoede. „Ik denk dat sporters bij jullie te vaak van trainer wisselen. Dat is niet goed voor de continuïteit. Juist met duursporters praat je over een opbouw van meerdere jaren. Dat proces vereist kennis en zorgvuldigheid. Je kunt makkelijker iets kapot maken dan iets toevoegen”.

De 37-jarige Hughes – die eerder in 1996 als wielrenster twee keer brons won, en als schaatsster brons in 2002 en goud plus zilver in 2006 – nam gisteren afscheid met een pleidooi voor de lange schaatsafstand. „Het is zo bijzonder om efficiënt te zijn in deze technische sport. De motor laten draaien en de ultieme kracht in je benen, je longen, je hart en je hoofd te voelen om het uit te voeren. Dat gevoel zal ik de rest van mijn leven het meest missen.”

Haar jonge opvolgers Sablikova en Beckert hoorden het ademloos aan.