Na Gunda en Claudia is er nu Steffie

Uit het niets bereikte schaatsster Stephanie Beckert vorig jaar de wereldtop.

Vandaag op de 5.000 meter, waar Sáblíková dé favoriet is, is ze medaillekandidaat.

Leuk vonden de Canadese schaatsfans het niet, toen Stephanie Beckert met een scherpe eindsprint op de streep Kristina Groves versloeg in de strijd om zilver en brons op de drie kilometer. Maar de waardering voor de Duitse stayer was groot. „Amazing fighting spirit”, riep oud-schaatser Gaetan Boucher op de televisie. „Dat is Steffie”, zegt haar coach Stefan Gneupel. „Als ze iets kan winnen, zal ze het niet nalaten. Als klein meisje had ze al een enorme vechtersmentaliteit. In de laatste ronde kan ze altijd iets bijzonders.”

Ogenschijnlijk uit het niets bereikte Beckert (21) vorig jaar de wereldtop op de lange afstanden. Bij wereldbekerwedstrijden in Heerenveen werd ze vlak achter de Tsjechische Martina Sáblíková tweede op de vijf kilometer, daarna bij de WK afstanden in Vancouver behaalde ze de vierde plaats. Dit seizoen verbaasde ze velen door bij de wereldbeker in Calgary op de drie kilometer met een onwaarschijnlijke versnelling in de laatste twee ronden zelfs Sáblíková te verslaan. „Ze heeft zich de laatste twee jaar enorm snel ontwikkeld”, zegt Gneupel. „Je kunt niet plannen dat iemand in zo’n korte tijd de wereldtop haalt. Maar ik zag wel grote mogelijkheden.”

Met Beckert heeft het Duitse schaatsen vanavond weer een medaillekandidaat op de langste afstand bij de vrouwen, de vijf kilometer. Na Andrea Schöne kwam Gunda Niemann. En vanaf Albertville 1992 groeide Claudia Pechstein op de stayersafstanden uit tot de meest succesvolle Duitse sporter ooit bij de Winterspelen. Tot ze eind vorig seizoen werd geschorst wegens doping, waartegen nog steeds een beroepszaak loopt.

Nederland, met de meeste schaatsers en financiële middelen, heeft daarentegen de laatste jaren nauwelijks meer vrouwelijke stayers van formaat. Gretha Smit, zilver in 2002, moest geblesseerd stoppen. Illustratief was de vijf kilometer bij de WK in Hamar, waar de TVM-allroundsters Ireen Wüst en Pauline van Deutekom na afloop als vissen op het droge naar lucht lagen te happen op het middenterrein. Bij wereldbekerwedstrijden rijden de Nederlandse schaatssters hooguit in de middenmoot, bij nationale wedstrijden liggen de tijden ver achter bij die van de wereldtop.

„In zo’n enorm reservoir van schaatsers moeten toch een paar goede duursporters in de rondte springen”, stelt Gneupel. „Ik denk dat sporters bij jullie te vaak van trainer wisselen. Dat is niet goed voor de continuïteit. Juist met duursporters praat je over een opbouw van meerdere jaren. Dat is een proces dat kennis en zorgvuldigheid vereist. Je kunt makkelijker iets kapot maken dan iets toevoegen.”

Zelf bewijst de 61-jarige trainer uit Erfurt al jaren dat hij iets kan toevoegen. „Ik heb altijd vrouwen gehad die goed waren op de lange afstand. Of het nu Heike Warnicke was of Gunda Niemann. Nu zijn het Steffie en Daniela Anschütz. Ik ben er trots op, omdat ik oorspronkelijk niet uit het schaatsen kom. Zelf was ik in de DDR een behoorlijke middenafstandloper, daarna ben ik trainer in de atletiek geworden en pas in 1985 overgestapt naar het schaatsen. Ik trainde eerst sprintsters als Anke Baier, Franziska Schenk en Sabine Völker. Toen kwamen de stayers op mijn pad.”

Zijn geheim? „De meeste Duitse trainers die met duursporters werken, hebben in Leipzig aan de Sporthochschule een geweldige opleiding gekregen. Dat was eenmalig in de geschiedenis. Ook uit het buitenland zijn vele trainers naar Leipzig gekomen. Daar ligt een belangrijke bouwsteen voor de kennis over trainingsmethoden, die nog altijd de basis vormt voor successen.”

Met Beckert haalde Gneupel in Vancouver zijn tiende olympische medaille als trainer. „Ik ken haar al sinds mijn zoon haar als klein meisje in de klas had.” Ze was de oudste uit een gezin van acht kinderen, haar broer Patrick (19) doet ook mee in Vancouver en zusje Jessica was vorig jaar tweede bij het Duits kampioenschap onder 15 jaar. „De familie Beckert is schaatsgek. Twee jaar geleden kwam Steffie in mijn groep en hebben we een planning gemaakt. Ze heeft geprofiteerd van een ervaren trainingspartner als Anschütz. Nu is het soms andersom.”

Vlak voor vertrek naar Vancouver kwam Beckert bij een trainingswedstrijd in Erfurt tot een snelle tijd van 6.53. „Dat was goed”, zegt Gneupel afgemeten. Kans op goud? „Nee. Sáblíková is veel te sterk, dat heeft de 1.500 meter ook getoond. Tweede of derde is mogelijk. Sáblíková heeft al jaren een stabiele omgeving, met haar eigen trainer en mannelijke trainingspartners. Ze blijft maar progressie maken. We hebben de komende jaren nog een hoop werk te doen.”