Een vaste baan is verder weg dan ooit

Jongeren hoeven voortaan pas na vier tijdelijke contracten vast te worden aangenomen. „Dit vergroot de onderzekerheid.”

Je vraagt je wel af of deze maatregel tijdelijk blijft.” Foto’s Floren van Olden Amsterdam19-2-2010 Portret Emma Limburg, werkt bij het HvA op de HES, gaat over flexcontracten. Streep in de nek is beamerlicht, geen foute photoshop. Foto Floren van Olden
Je vraagt je wel af of deze maatregel tijdelijk blijft.” Foto’s Floren van Olden Amsterdam19-2-2010 Portret Emma Limburg, werkt bij het HvA op de HES, gaat over flexcontracten. Streep in de nek is beamerlicht, geen foute photoshop. Foto Floren van Olden

Moeten jongeren er blij mee zijn dat hun tijdelijke contract met nog eens een jaar kan worden verlengd? Nu hoeft een werkgever een jongere tot 27 jaar pas na drie tijdelijke contracten in vaste dienst te nemen. Dat worden er vier.

Vlak voor de val van het kabinet gaf de Tweede Kamer vorige week groen licht aan het voorstel van VVD-fractieleider Mark Rutte om het aantal korte arbeidscontracten te verruimen. Tijdens een Kamerdebat over de economische crisis, vorig jaar, had hij in een motie voor deze tijdelijke maatregel gepleit om de snelle stijging van de jeugdwerkloosheid tegen te gaan. De werkloosheid onder jongeren is veel hoger dan die onder de totale beroepsbevolking. Bijna 14 procent van de jongeren tussen 15 en 23 jaar heeft geen baan, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) over het derde kwartaal van 2009. In totaal zitten 115.000 jongeren zonder werk omdat bedrijven bezuinigen in verband met de recessie. Vorig jaar kromp de economie 4 procent. Zelfs tijdens de crisisjaren in de jaren dertig van de vorige eeuw was de krimp van de economie niet zo groot. „Beter een jaar extra werk dan geen werk”, zegt Mei Li Vos, Tweede Kamerlid voor de PvdA, die voorstander is van de maatregel. Al had ze liever gezien dat jongeren die na vier jaarcontracten alsnog op straat komen te staan een ontslagvergoeding zouden krijgen. „Uitbreiding van het flexibele contract moet echter vooral een tijdelijke maatregel blijven”, onderstreept Vos. Want flexwerkers moeten volgens haar eigenlijk meer rechten krijgen, zoals scholingsrechten, in plaats van minder.

Zij krijgen de rekening van de crisis gepresenteerd omdat ze er als eerste uitvliegen door de grote ‘flexibele schil’ die bedrijven hebben. Daardoor is de werkloosheid in Nederland met 5 procent van de beroepsbevolking relatief laag vergeleken met de ons omringende landen. Maar d+

e werkloosheid onder flexwerkers, dat zijn er honderdduizenden, is „enorm hoog”, weet Fedde Monsma, bestuurder bij de CNV Dienstenbond.

Hij ziet niets in de maatregel om de korte arbeidscontracten voor jongeren verder te verruimen. „Het stimuleert de onzekerheid”, zegt Monsma. De maatregel motiveert werkgevers niet in verdere vakopleidingen te investeren en jongeren niet om zichzelf verder te ontwikkelen. Ze zijn „toch zo weer weg”. Nu al krijgt het grootste deel van werknemers in de supermarkten volgens hem na drie flexcontracten geen vaste aanstelling. „Komt de nieuwe wet er, dan staan ze na vier contracten op straat”, aldus Monsma.

„De jeugdwerkloosheid kan beter bestreden worden als werkgevers de afspraken uit het sociaal akkoord van vorig jaar gaan naleven”, zegt Jeroen de Glas, voorzitter van FNV Jong. Afgesproken werd dat jongeren die langer dan drie maanden werkloos waren, op leerwerkplekken in bedrijven aan de slag zouden kunnen. „Leerwerkbanen zijn de sleutel tot de oplossing van de jeugdwerkloosheid. Maar er komt niets van terecht”, zegt De Glas naar aanleiding van een recent onderzoek van FNV Jong naar de resultaten van Jongerenloketten bij gemeentes.

De kloof tussen flexibele en vaste werknemers wordt alleen maar groter door deze maatregel, stelt Martin Pikaart, voorzitter van Alternatief voor Vakbond (AVV), de vakbond voor jongeren die enkele jaren geleden werd opgericht omdat de traditionele bonden te weinig voor jongeren, zelfstandigen en flexwerkers opkwamen. De „doorgeslagen flexibiliteit” is volgens hem het gevolg van de „doorgeschoten ontslagbescherming”. Daarom pleit Pikaart voor een eerlijker balans tussen flexibiliteit en zekerheid – meer bescherming voor flexwerkers, minder voor vaste krachten.

Pikaart: „Werknemers in vaste dienst kunnen er niet zomaar uitgegooid worden. En bij ontslag krijgen ze vaak een vergoeding mee. De rechtspositie van de flexwerker is al zwak en wordt met deze maatregel nog zwakker”.

Werkgevers willen het aantal werknemers met een flexibel contract – gemiddeld 25 procent – graag verder vergroten omdat ze daarmee sneller op veranderde economische omstandigheden kunnen reageren. Liefst zes of zeven keer zouden arbeidscontracten verlengd moeten worden, als het aan de werkgeversorganisatie VNO-NCW ligt. En niet alleen bij jongeren, bij iedereen.

Voor parlementariërs en de minister zijn de grenzen van de flexibiliteit echter in zicht. De arbeidsmarkt heeft volgens demissionair minister Donner zeker flexibiliteit nodig. Tegelijkertijd is volgens hem de grote vraag voor de toekomst: „Hoe investeren we in de duurzame inzetbaarheid en ontwikkeling van werknemers?” Gezond langer doorwerken is het doel. Mensen met een flexibel contract kunnen zich het minst ontwikkelen omdat zij de instrumenten niet hebben. Dat moet veranderen, vindt de minister.