De gemeente lijkt dichtbij

Verkiezingen is: politici afrekenen op hun prestaties van de afgelopen vier jaar.

Dan moet je natuurlijk wel weten wat er in je gemeente allemaal gebeurt.

Misschien kun je na de val van het zoveelste kabinet Balkenende het woord politiek niet meer horen. Of krijg je uitslag van de gedachte dat je je moet verdiepen in het soort mistige redeneringen waar politici zo goed in zijn.

Maar er zijn volgende week wel gemeenteraadsverkiezingen. En je hebt een stem.

Hoe ga je die gebruiken? Om Wouter Bos een steun in de rug te geven – ook al heb je geen flauw idee hoe de lokale PvdA-lijsttrekker heet? Om een compliment te geven aan Jan Peter Balkenende? Of laat je je stem afhangen van de prestaties van het gemeentebestuur in de afgelopen vier jaar?

De meeste mensen baseren hun lokale stemgedrag op de landelijke politiek, al lopen de schattingen van de percentages uiteen. Volgens recent onderzoek van onderzoeksbureau BMC baseert 43 procent zich vooral op Haagse prestaties, 22 procent gedeeltelijk. Eddy Habben Jansen, adjunct-directeur van het Instituut voor Publiek en Politiek (bekend van de stemwijzers) houdt het op tweederde. En volgens politicoloog Martin Rosema van de Universiteit van Twente ligt het aandeel waarschijnlijk nog iets hoger, omdat mensen in enquêtes het sociaal wenselijke antwoord geven dat ze bij gemeenteraadsverkiezingen lokaal stemmen.

Rosema noemt die landelijke oriëntatie bij lokale verkiezingen de achilleshiel van de lokale politiek. „De functie van verkiezingen is allereerst om bestuurders af te rekenen over de afgelopen periode”, zegt hij. „En vervolgens om partijen een mandaat te geven voor de volgende vier jaar. Lokale verkiezingen vervullen geen van beide functies als kiezers zich op de landelijke politiek baseren.”

Waarom doen zoveel mensen dat dan toch? Omdat ze niet geïnteresseerd zijn in lokale politiek, is de communis opinio onder politicologen. Monique Leyenaar, hoogleraar politicologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen en gespecialiseerd in lokale verkiezingen: „We noemen de gemeenteraadsverkiezingen niet voor niets een second order election.”

Uit het eerder genoemde BMC-onderzoek blijkt dat meer dan de helft van de mensen niet of nauwelijks geïnteresseerd is in lokale politiek – en dat dit aandeel nog daalt. Kiezers blijken te denken dat de gemeente niet belangrijk is voor hun eigen leven: 70 procent denkt dat gemeentelijke beslissingen daar geen of nauwelijks invloed op heeft.

„De kiezer vindt deze verkiezingen niet zo belangrijk voor zijn eigen functioneren en welzijn: daar gaat het om”, zegt Leyenaar. „Kamerverkiezingen vinden mensen belangrijker. Dat is ook de reden dat veel minder mensen gaan stemmen bij de gemeenteraadsverkiezingen dan bij de landelijke verkiezingen. In 2006 scheelde het ruim 20 procent.”

Arno Korsten wijt die desinteresse ook aan een tekort aan relevante informatie. „Als er geen huis-aan-huiskrantjes waren dan zou ik helemaal geen lokaal nieuws meekrijgen”, zegt de hoogleraar bestuurskunde aan de Open Universiteit en bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Maastricht. „Als je het in de betaalde lokale krant of regionale krant zoekt, dan moet je goed zoeken.” Er is AT5 voor Amsterdam, Eindhoven zendt nog wel eens rechtstreeks een gemeenteraadszitting uit, maar dat gebeurt lang niet overal, zegt hij. „Er is geen lokaal Nova. Het lokaal bestuur lijkt dus dicht op de burger te staan, maar inhoudelijk gezien is er veel afstand en ontbreekt debat en duiding.”

Het is dus moeilijk om op lokaal niveau verschillen te zien tussen de partijen. „En dan kijken kiezers naar de landelijke partijen: dat mensen dat doen is al zo oud als er gemeenten bestaan.”

Het is ook niet helemaal irrationeel om naar de landelijke politiek te kijken voor gemeenteraadsverkiezingen. „Heel veel van het beleid dat lokaal wordt uitgevoerd, is uiteindelijk toch landelijk bepaald”, zegt Korsten. „Denk bijvoorbeeld aan de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning.”

En andersom kan een gemeentelijke stem ook op nationaal niveau invloed hebben, zegt onderzoeker Rosema. „Omdat gemeenteraadsverkiezingen toch een soort peiling zijn. Als bijvoorbeeld de PvdA naar het midden is opgeschoven, en er lokaal een verschuiving naar links is, trekt de landelijke partij zich daar wel wat van aan.”

Overigens betekent het feit dat veel kiezers zich voor lokale verkiezingen richten op de landelijke politiek, niet per se dat ze lokaal op dezelfde partij stemmen. Rosema: „Mensen kiezen op grond van een gevoel dat ze bij een partij hebben. En dat wordt grotendeels gevormd door de landelijke politiek. Maar als ze stemmen voor de Tweede Kamer, komt daar een strategisch motief bij: welke coalitie wil ik, welke premier. Bij lokale verkiezingen speelt dat niet en volgen mensen meer hun gevoel.”

Als de lokale politiek echt leeft, dan is dat meestal omdat er iets aan de hand is in de gemeente dat de bevolking verdeelt: een polariserend issue. Als de lokale politiek niet meer „flets” is, om met Korsten te spreken. „Bijvoorbeeld een paar jaar geleden in Oegstgeest: toen won Leefbaar Oegstgeest uit het niets ineens 30 procent van de stemmen.” Dat kwam door plannen van de gemeente voor de ontwikkeling van de stadskern: die waren erg omstreden, en dat leefde sterk onder de inwoners. „Maar dit soort grote onderwerpen speelt natuurlijk maar bij de minderheid van de gemeenten.” Een voorbeeld is de Noord-Zuidlijn in Amsterdam. Of indertijd de Haagse tramtunnel die maar niet wilde ophouden met lekken.

En, vult Leyenaar aan, „personen kunnen het verschil maken”. Vroeger was bijvoorbeeld Jan Schaeffer een populaire wethouder voor de PvdA in Amsterdam. „Nu zou dat bijvoorbeeld Lodewijk Asscher kunnen zijn.”

Gevraagd naar de invloed van de val van het kabinet op de verkiezingen zijn de politicologen aarzelend. Het zou kunnen dat de landelijke thema’s een nog grotere rol gaan spelen – en de kiezers deze verkiezingen gebruiken om zich over de landelijke politiek uit te spreken. Of, als het machtsspel in Den Haag juist de afkeer van de landelijke politiek heeft aangewakkerd, dat kiezers zich meer richten op lokale partijen.

Maar over één ding zijn ze het eens. De in onderzoeken voorspelde opkomst van nog geen 50 procent zou wel eens een stuk hoger kunnen uitpakken. Korsten: „Je kunt zo denken aan opkomststijging van 5 procent.”