Turkse poster, veel gedoe

Fikri Demirtas staat op een verkiezingsaffiche voor de PvdA in Delfshaven. Een Turkstalig affiche. Hoe heeft de PvdA zich zo in de nesten kunnen werken?

Wat doe je als je op een zonnige dag wandelt door straten die ook bij zon niet veel troost kunnen bieden, en je ineens op een bord ‘Güvenli ve güzel bir Delfshaven için’ ziet staan? Dan doe je je burgerplicht. Je grijpt de camera in je mobieltje, maakt een kiekje van het affiche en stuurt de foto naar GeenStijl.nl. Enkele tientallen bezoekers van de website leveren onmiddellijk het juiste commentaar: dit kan echt niet. We leven in Nederland en hier spreken we Nederlands. Niet-Nederlanders moeten Nederlands leren en anders doen wat Wilders altijd adviseert.

En het zijn twee vliegen in één klap: én de taal is Turks, én het affiche is van de PvdA. De partij van de allochtonen.

De bal begint te rollen, de tien reacties worden honderd, een journalist van De Telegraaf gaat spoorslags naar Delfshaven en bezoekt de man wiens foto op de poster prijkt: Fikri Demirtas. Hij doet mee aan de verkiezingen voor de deelgemeente en zegt dat hij het kan uitleggen, maar daarvoor is er geen tijd: de man van De Telegraaf wil alleen een gaaf exemplaar van de poster en vraagt waarom hij die nu juist plakte over de poster van Leefbaar Rotterdam.

Fikri zegt dat het hele verkiezingsbord van één bij twee meter al was volgeplakt met posters van ‘Leefbaar’ en dat het ludiek was bedoeld. Of hij toestemming had van de partijleiding, informeert de journalist. „Nee, maar…” Geen tijd, het stuk moet in de krant: dat de PvdA posters in Delfshaven plakt met alleen een Turkse tekst, en dat dit nooit bevorderlijk kan zijn voor de integratie. Ook de VVD spreekt in deze termen zijn woede uit op haar website.

Relletje geboren.

Op een even zonnige dag ga ik naar het troosteloze Delfshaven in Rotterdam, omdat de PvdA een bijeenkomst belegt over de poster. In een moskee. Hoe in hemelsnaam heeft de PvdA zich zo in de nesten kunnen werken, vraag ik me af? Hier is toch absoluut sprake van een onvergeeflijke, evidente blunder? Is de tijd van integratie met behoud van cultuur en identiteit niet al eeuwen voorbij? Wil je echt de gemeenteraadsverkiezingen proberen te winnen door Nederlandse burgers die toch al veel te klagen hebben over allochtonen, voor het hoofd te stoten? Wil je het allemaal rustig uitleggen aan de woedende bezoekers van GeenStijl, in een moskee?!

Van buiten ziet de moskee eruit als een gewone kerk, wat blijkt te kloppen. Hier kwamen vroeger christelijk gereformeerden bij elkaar. Nu moet je er je schoenen uitdoen. Ik loop naar het schoenenrekje om daar aan mijn veters te beginnen, als een moskeebezoeker mij toebijt dat de schoenen al op de zwarte rubberen mat uit moeten zijn. Nu sta ik op het licht versleten oudroze vloerkleed. Met schaamte voor mijn onaangepastheid doe ik snel twee stappen terug.

In een apart kamertje tegenover de grote gebedsruimte zitten tien oudere Turkse mannen met hun jassen nog aan met een kopje thee in de hand. Fikri Demirtas voert het woord in het Turks en legt me daarna uit dat het ging over de val van het kabinet.

Ach ja, dat is ook van belang, maar de poster? Deze mensen, zegt Demirtas in accentloos Nederlands, hebben daar geen problemen mee. Ze zijn sinds de jaren zestig in Nederland en ze spreken wel een mondje Nederlands, maar lezen gaat moeilijk, zeker over zo’n moeilijk onderwerp als de verkiezingen. Dit is zijn natuurlijke doelgroep. En ja, hij is nog steeds trots op de poster, al heeft de partijleiding die verboden. Het officiële beleid is dat openbare uitingen tweetalig moeten zijn, zoals overigens bij alle andere partijen.

Demirtas toont mij een exemplaar van de gewraakte poster, en ja, het is helemaal in het Turks. Ik wil hem vragen of hij er geen rekening mee heeft gehouden dat autochtone Nederlanders dit niet erg zouden appreciëren, maar ik keer nadenkend het affiche om. Oh. Daar staat de tekst in het Nederlands. Wel tweetalig dus. Behalve als je hem opplakt. Dan is er alleen maar lijm op het Nederlands.

Ik wacht op de niet-doelgroep, de mensen die wel problemen hebben met het affiche. Om één uur, als de bijeenkomst officieel moet beginnen, staan alle Turkse mannen op en gaan weg. Pardon? Ja, zegt Demirtas, gebedstijd.

Een half uur later zijn vijftien autochtonen binnengekomen. Ook zes Turken zijn teruggekeerd na het gebed. Ze zitten naast elkaar op een rij met diepgegroefde gezichten in alle ernst te luisteren naar de vijftien autochtonen die heftig de val van het kabinet bespreken. Het zijn allemaal PvdA-leden en ze zijn het roerend eens met elkaar: Bos heeft het geweldig gedaan, het gaat niet alleen om Uruzgan, maar ook om de bezuinigingen en de sociale ongelijkheid.

Ik steek voorzichtig mijn vinger op. Demirtas geeft me het woord. Of het niet een beetje vertaald moet worden voor onze Turkse broeders. „Oh ja”, zegt Demirtas. Hij was het glad vergeten.

Oudere columns van Anil Ramdas kunt u lezen op nrc.nl/ramdas.