Om 02.45 uur vraagt Bos: wat krijgen we nu?

Het kabinet-Balkenende IV viel zaterdagochtend vroeg na een marathonzitting van de ministerraad. Reconstructie van een drama in de Trêveszaal.

De beslissende ministerraad van vrijdag 19 februari begon nog vrolijk. Er was een traktatie. Minister Eimert van Middelkoop (Defensie, ChristenUnie) was jarig. Beleefdheden. Gelach. Vriendelijkheid. Maar onderhuids leefde de spanning. Onzekerheid. Zelfs een beetje angst voor wat komen ging.

Achteraf, vertellen ministers uit het vierde kabinet-Balkenende, wisten ze het allemaal: wilde dit weer goed komen, dan was een mirakel nodig. Na het Kamerdebat van de dag daarvoor, door premier Balkenende gisteren in het programma Buitenhof „een gênante vertoning” genoemd, was eigenlijk al duidelijk dat een oplossing voor de kwestie-Afghanistan alleen mogelijk was als óf CDA óf PvdA enorm door de pomp ging. Het CDA zou moeten erkennen dat Nederland eind dit jaar definitief weggaat uit Uruzgan; de PvdA moest accepteren dat de partij eenheid van regeringsbeleid had gebroken én genoegen zou moeten nemen met nog enkele dagen waarin de Uruzgan-optie niet definitief van de baan was.

Voor de ministerraad uit hadden de verschillende partijen ‘BPO’ gehad, bewindspersonenoverleg in eigen kring. Binnen het CDA voerde minister Verhagen (Buitenlandse Zaken) een groot deel van de regie, als eerstverantwoordelijke bewindsman voor het Afghanistan-dossier. In september opperde hij in New York in een interview de mogelijkheid langer te blijven in Uruzgan. Daarmee ging hij in tegen een kabinetsbesluit uit 2007, dat voorzag in een afloop van de militaire missie, eind 2010. Verhagen regelde ook een NAVO-verzoek: of Nederland langer wil blijven in Uruzgan. Hij leefde in de veronderstelling mede namens de PvdA’ers in het kabinet te hebben gehandeld. Maar PvdA-leider Wouter Bos keerde zich daar de afgelopen week meermalen publiekelijk tegen. Tot woede van het CDA. In hun BPO werd afgesproken: wij wijken niet.

Bij de PvdA zagen sommige bewindspersonen nog ruimte. Plasterk (Onderwijs) en Van der Laan (Wonen, Wijken en Integratie) hadden vage signalen ontvangen dat sommige CDA’ers misschien „onze kant op te krijgen zijn”. Maar er klonk ook scepsis: „Het CDA is niet uit elkaar te spelen als het om het echie gaat.” Ter Horst (Binnenlandse Zaken) benadrukte: „We moeten in ieder geval als één blok blijven opereren. Allemaal achter Wouter blijven staan.”

Zo begint om kwart voor twaalf de reguliere ministerraad in de Trêveszaal. De sfeer is bedrukt: stilte voor de storm. Ietwat onwezenlijk praat men over enkele ambassadeursbenoemingen. Over conclusies van de coördinatiecommissie Europa. Over de spitsheffing.

Dan de lunch: een groene soep. Broodjes. Slaatje. Kroketten.

Rond twee uur komt ‘het onderwerp’ aan de orde. De premier trapt af. Hij zegt wat hij de komende uren tientallen malen zal herhalen: „De kern is eenheid van regeringsbeleid.” En ook: „De uitstraling van het kabinet is ver onder nul.” Verhagen volgt, ingehouden boos. Hij heeft alles gedaan op basis van „goed vertrouwen”, de PvdA wist overal van. Koenders (Ontwikkelingssamenwerking) weerspreekt het en onderstreept dat hij best wil zoeken naar alternatieven.

Vervolg Reconstructie: pagina 3

Moet er nog eten komen, is de vraag

Bos is vilein. Hij schaart zich achter Balkenendes woorden over eenheid van kabinetsbeleid. Het beste voorbeeld: niet meer in Uruzgan zijn, zegt hij. Want was dat niet een unaniem kabinetsbesluit uit 2007?

Dan komt ChristenUnie-vicepremier Rouvoet (Jeugd en Gezin) aan het woord. Hij laat merken graag de dealmaker te willen zijn. En zegt dat het besluit over de Afghanistan-missie, dat van de Kamer vóór 1 maart genomen moet worden, wel moet kunnen rekenen „op een breed politiek draagvlak”. Bij de PvdA gloort hoop: hier lijkt de ChristenUnie te bewegen. Want iedereen weet wat dat politieke draagvlak betekent: weg uit Uruzgan. Nog maar een dag geleden stond dat in een SP-motie, die de Kamer slechts verwierp omdat de PvdA om „procedurele redenen” tegenstemde. Als de PvdA meestemt, is er een meerderheid.

Maar Rouvoet spreekt dát niet zo duidelijk uit. Al snel zit de discussie in een patstelling. Ter Horst is de eerste die de kern van de zaak op tafel gooit: eigenlijk gaat dit alleen maar om de vertrouwensvraag. Eurlings (Verkeer en Waterstaat, CDA) zegt dat het toch niet zo kan zijn dat een kabinet in crisistijd valt. Plasterk herinnert aan het interview van Verhagen in New York: daar begonnen de problemen. Verhagen reageert emotioneel: hij heeft destijds slechts een vraag opgeworpen.

Van der Laan, oud-advocaat, probeert te sussen. Hij begint de premier te complimenteren met zijn optreden in de Kamer de dag ervoor. En de PvdA wil echt „zoeken naar oplossingen”. CDA’ers zijn niet overtuigd. „De PvdA onderhandelt met het mes op tafel”, bitst Van der Hoeven (Economische Zaken). Hirsch Ballin benadrukt dat het voor het „aanzien van het staatsbestel” en voor de „eigen beschutting in het kabinet” van belang is dat er niet verdeeld uit de ministerraad wordt geklapt, waarmee hij impliciet refereert aan Bos’ optreden. Donner (Sociale Zaken, CDA) vindt het zelfs ontoelaatbaar dat afstand is genomen van kabinetsbesluiten. Hoezo, repliceert Timmermans (Europese Zaken): er is maar één kabinetsbesluit waar we achter moeten blijven staan: weg uit Uruzgan in 2010. De brief van de NAVO is toch geen kabinetsbesluit?

De eerste ronde is duidelijk bedoeld om stoom af te blazen. De drie partijen trekken zich terug in eigen kring. Dan begint de tweede ronde, gericht op de toekomst. Balkenende zegt: uitgangspunt moet de brief van 9 februari zijn. Daarin staat dat er een NAVO-verzoek ligt over Uruzgan dat serieuze bestudering behoeft, samen met andere opties. Bos reageert: als je uitgaat van draagvlak in het parlement en het kabinet, is blijven in Uruzgan niet mogelijk. Rouvoet lijkt hem te steunen: draagvlak is nodig, anders gaan we voorbij „aan de bittere realiteit die deze week in de Kamer is ontstaan”. Voor Verhagen gaat deze draagvlaktheorie te ver. De NAVO-brief kan niet zomaar worden genegeerd, zegt hij, we moeten praten over alle opties. Balkenende steunt hem en herhaalt nogmaals dat „wat ons bindt” de brief van 9 februari is, met alle opties nog open. De PvdA „overvraagt” met nu vastleggen dat Uruzgan geen optie is. Klink beweert dat het draagvlak in de samenleving juist is weggevallen door het gedrag van Bos, dus op dat argument kun je geen beroep meer doen. Donner roept de PvdA op „over de eigen schaduw heen te stappen”. Van der Laan antwoordt met een wedervraag: „Wanneer stapt het CDA van Donner over de eigen schaduw?” Van der Hoeven zegt dat de PvdA juist een situatie heeft gecreëerd die men op wil leggen aan het gezelschap. Verburg (Landbouw) waarschuwt: nu moeten we een stap terug doen, anders valt het kabinet.

Er volgt een lange schorsing. Achter welke tekst, luidt de vraag, zou iedereen kunnen staan? De situatie, zo vertellen verschillende bewindslieden, had iets absurds: je werkt aan iets waarvan je weet dat je er nooit uit zal komen. Balkenende zorgt nog voor verwarring bij de PvdA als hij aan het einde van de middag, rond half zes, aan Bos vraagt: denk je dat er eten moet komen? Terwijl er nog geen begin van een oplossing is.

Het eten komt. Chinees. De sfeer is niet eens slecht, de onderlinge verhoudingen tussen de meeste bewindslieden zijn goed. Men eet in gemengde gezelschappen. Balkenende, Koenders en Van Middelkoop zitten elkaar voor de lol een beetje te jennen, als stoere jongens.

Na het diner gaan de beraadslagingen eindeloos door, met vele schorsingen en heen en weer gepraat. Maar de situatie blijft onveranderd. De twee grote coalitiepartners blijven beide vasthouden aan twee punten. Het CDA aan de brief van 9 februari en eenheid van beleid. De PvdA aan weggaan uit Uruzgan en nu een besluit nemen. Het CDA vindt dat de PvdA de besluitvorming gijzelt. Bos heeft met zijn uitlatingen „feitelijk afstand genomen van de eenheid van kabinetsbeleid”. En, zoals een van de CDA-ministers achteraf zegt: „Dat wilden wij niet al deze ministerraad formaliseren.” Precies, reageert de PvdA: het CDA had maar één doel: Bos moet „terug in zijn hok”, boeten voor zijn eerdere uitspraken en erkennen dat nu alles nog open ligt.

Uiteindelijk leggen CDA en ChristenUnie ver na middernacht een voorstel op tafel. Dit is de letterlijke tekst: „Het kabinet verzoekt op basis van de besluiten van de ministerraden van 5, 9 en 12 februari, waarin geen enkele optie is uitgesloten, de verantwoordelijke ministers op zo kort mogelijke termijn, zo mogelijk 1 maart, een voor het kabinet bevredigende optie voor te stellen”.

Het CDA vindt de formulering over de bevredigende optie dé handreiking. Maar de PvdA’ers zijn verbijsterd: als een kabinet het ergens over eens is geworden, dan is dat altijd bevredigend, zegt Van der Laan in een van de onderlinge overleggen. En Timmermans: dit is een redenering „in your face”. Men weet dat de PvdA nooit kan accepteren dat geen enkele optie is uitgesloten: dat zou een expliciete erkenning zijn dat ook een verblijf in Uruzgan op tafel ligt. Rouvoet houdt in zijn contacten met de PvdA’ers vol: „Daarmee zeg je al dat blijven in Uruzgan van de baan is, want het is voor iedereen in Nederland inmiddels duidelijk wat de PvdA wil.”

De sociaal-democraten zijn teleurgesteld in de houding van de ChristenUnie. Eerder op de middag had Rouvoet immers veel nadruk gelegd op het belang van het draagvlak. Maar wat is dat waard als je ook eist dat de formulering over het uitsluiten van geen enkele optie in de verklaring staat? „Eén week volhouden”, houdt Rouvoet de PvdA’ers voor. Maar het is een onbegaanbare weg. „Bos wordt geslacht in de publiciteit als hij alsnog ruimte laat voor een langer verblijf in Uruzgan, dat begrijp je toch wel”, repliceert één van hen. Maar Rouvoet vindt het onverantwoord dat de PvdA in zijn ogen zo onwrikbaar blijft: „Als ik over een aantal jaar voor een parlementaire onderzoekscommissie moet verschijnen, moet ik kunnen zeggen dat ik me heb ingezet voor een zorgvuldige besluitvorming”, zo houdt hij zijn collega’s voor. „Dan wil ik niet moeten zeggen: we hebben die vrijdagnacht gekozen voor die en die optie omdat de PvdA voor de gemeenteraadsverkiezingen zo nodig moest laten zien dat ze de rug recht kan houden.”

Tegen kwart over drie op de vroege zaterdagochtend gaat de plenaire ministerraad weer aan tafel. Balkenende zegt: het is tien voor, zes tegen.

Wat krijgen we nou, reageert Bos, hebben we gestemd?

Balkenende aarzelt. Er wordt geschorst. Het is uitstel van executie. Vanuit de PvdA wordt gebeld met Herman Tjeenk Willink, partijgenoot en vicepresident van de Raad van State, om te overleggen over procedurele zaken. Zoals: hoe gaat het bij het ontslag van een deel van de ministers? Dan volgt de formele stemming. Het is klaar. Balkenende dankt de PvdA-bewindslieden voor de samenwerking en zegt dat hij nu formaliteiten moet regelen. Dan neemt Hirsch Ballin geëmotioneerd het woord. Hij vindt het jammer, hij heeft plezierig samengewerkt. De anderen volgen. Er is een gelaten sfeer, maar wel een van respect. Balkenende is snel weg, hij moet zijn persconferentie voorbereiden. Bos ook, voor hem geldt hetzelfde omdat hij later de pers te woord zal staan op zijn eigen ministerie. Terwijl de leiders van de twee grote coalitiepartijen het gezelschap verlaten, omhelzen de andere bewindslieden elkaar. Er zijn weer emoties. Dan verdwijnt iedereen in de donkere ochtend van zaterdag 20 februari. Het kabinet-Balkenende IV is afgelopen. En de verkiezingscampagne begonnen.

Dit artikel kwam tot stand na gesprekken met bewindslieden van alle partijen, op basis van anonimiteit.

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

In het artikel Om 02.45 uur vraagt Bos: wat krijgen we nu? (maandag 22 februari, pagina 1) staat in de kop een verkeerd tijdstip. Minister Bos stelde de vraag ‘Wat krijgen we nu?’ om 03.15 uur, zoals in het artikel zelf staat vermeld.