Moet ik wel majoor blijven?

Wie vertelt de kiezer dat de bevolking van Uruzgan wil dat we blijven en dat het moeilijk wordt ons op tijd terug te trekken, vraagt majoor Niels Roelen?

Het is november 2007 als wij net de operatie Spin Ghar, Afghaans voor ‘witte bergen’, achter de rug hebben. Het was een grote operatie met als doel de Talibaan uit de Baluchi-vallei te verdrijven. Onze patrouille staat stil, omdat we een bermbom hebben gevonden.

Op onze wereldontvanger horen we het bericht dat het kabinet heeft besloten om de missie met twee jaar te verlengen. „Op 1 augustus 2010 beëindigen wij onze leidende rol in Uruzgan”, is alles wat we onze minister-president horen zeggen.

Het is warm en de zon staat nog steeds hoog aan de hemel. Terwijl we wachten totdat de weg weer veilig is, eten we onze rantsoenen. „Wat betekent dat eigenlijk voor ons?”, wil een van de mannen weten. Ik neem nog een hap van de chemisch uitziende spaghetti meatballs en denk goed na. „Zoals het nu wordt gesteld, betekent het eigenlijk niets”, antwoord ik laconiek. „Taaltechnisch hoeven ze de Nederlandse Taskforce-commandant slechts te vervangen voor een commandant met een andere nationaliteit, en dan kunnen we ook na 2010 blijven.”

Een paar dagen later zit ik in het vliegtuig naar Kandahar. De tekst van de persconferentie van de minister-president en de ministers van Defensie, Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking ligt op mijn schoot. Er wordt weliswaar gesteld dat alle troepen worden teruggehaald uit Afghanistan voor het einde van 2010. Maar de term ‘leidende natie’ lijkt enige ruimte te laten voor een alternatieve inzet van de troepen. En er wordt door de bewindslieden veel nadruk gelegd op de vele redenen om nog tot en met 2010 te blijven in Uruzgan: mensenrechten, internationale veiligheid, solidariteit met de Afghaanse bevolking en geloofwaardigheid binnen de NAVO. „Als dat allemaal zo belangrijk is, gaan we ook na 2010 blijven”, denk ik hardop.

In de politieke discussie over de eventuele verlenging van de missie ná 2010 heb ik echter weinig inhoudelijke argumenten gehoord. Sommige partijen doen alsof ze karakter hebben, door te zeggen dat we ons aan onze ‘beloftes aan de kiezer’ moeten houden. Maar welke partij biedt een concreet beeld aan de kiezer over wat er in Uruzgan is bereikt?

Wie vertelt de kiezer dat de bevolking uit Uruzgan graag zou willen dat Nederland blijft, dat de aanpak van de Nederlanders ze zo goed bevalt? En dat ze bang zijn dat wij opgevolgd worden door Amerikanen die een heel andere aanpak hebben? Welke partij durft hardop te zeggen dat terugtrekking gevolgen heeft voor onze positie in de wereld? Dat terugtrekking betekent dat het moeilijker wordt om aan tafel te zitten bij de G20?

Een minister van Financiën, die blijkbaar lag te slapen tijdens zijn colleges internationale economie, besloot de knuppel in het hoenderhok te gooien. „Wij zijn altijd duidelijk geweest over ons standpunt ten aanzien van de missie in Afghanistan.”

Dat is inderdaad zo, maar in dat geval hadden we toch niet hoeven wachten tot maart met het nemen van een besluit? Dan hadden we de NAVO toch al maanden geleden duidelijkheid kunnen verschaffen?

Wie durft te zeggen dat het continue uitstellen van de beslissing over Afghanistan voor de militairen betekent dat zij weinig tijd meer hebben om het plan van het kabinet – volledige terugtrekking vóór eind december dit jaar – nog tot uitvoer te brengen? Terugtrekking en overdracht van verantwoordelijkheid aan NAVO-partners is een grote logistieke operatie, die blijkbaar wordt onderschat.

In de strijd om de kiezer schreeuwen de oppositiepartijen om het hardst, maar de oppositie doet bijzonder weinig moeite om met een inhoudelijk alternatief te komen voor de toekomst van Uruzgan.

Ik twijfel of het niet tijd is geworden voor een nieuwe baan. Ik twijfel of ik nog langer bereid ben om de opdrachten van de politiek uit te voeren. Eén ding is me wel duidelijk geworden: een land dat niet in staat is om zichzelf te besturen, kan misschien niet eens geloofwaardig optreden als ‘leidende natie’.

Niels Roelen is majoor in het Nederlandse leger. Hij schreef het boek Soldaat in Uruzgan, dat vorig jaar verscheen.